economie

Waarom het Concertgebouw bijna geen subsidie nodig heeft

Door Fleuriëtte van de Velde - 29 mei 2015

Jolien Schuerveld (55) is directeur van het Concertgebouw Fonds, dat geld bij particulieren werft. Mede door deze giften heeft het Concertgebouw bijna geen subsidie nodig.

Het Concertgebouw in Amsterdam staat bekend als een van de drie beste concertzalen ter wereld, met die in Wenen
en Boston. De schitterende akoestiek, die het in 1888 geopende gebouw zijn wereldfaam bezorgde, was ‘een gelukje’, vertelt Jolien Schuerveld, directeur van het Concertgebouw Fonds.

‘Wat het geheim van die akoestiek is, weet nog steeds niemand. Maar het maakt het des te belangrijker om het gebouw in optimale staat te houden en door te geven aan nieuwe generaties.’

Dat is waarvoor het Concertgebouw Fonds in 2000 werd opgericht: het inzamelen van giften bij particulieren om renovaties aan het gebouw te kunnen uitvoeren. Later is daar nog een doel bijgekomen: ervoor zorgen dat zo veel mogelijk kinderen kennismaken met muziek.

Bladgoud

De oprichting van het Fonds past bij de ondernemende houding van het Concertgebouw. Dat houdt – heel bijzonder voor een culturele instelling – namelijk vrijwel volledig de eigen broek op. ‘We krijgen 5 procent subsidie van de gemeente Amsterdam, maar voor de overige 95 procent van onze inkomsten zorgen we zelf.’

Via entreekaarten, zaalverhuur (vroeger werden zelfs bokswedstrijden en missverkiezingen in de Grote Zaal gehouden), sponsoring door bedrijven als Robeco en dus ook met geld van particulieren. ‘Het Concert­gebouw is destijds opgericht door Amsterdamse burgers. Onafhankelijk willen zijn, zit in ons DNA,’ verklaart Schuerveld.

Het onderhouden van het monumentale gebouw is duur. Alleen al het schilderen van de Grote Zaal, met veel bladgoud, kostte tijdens een grote renovatie in 2001 1,8 miljoen euro.

Giften

Gelukkig dragen veel mensen het Concertgebouw een warm hart toe. Schuerveld probeert hen, met steun van onder anderen oud-Heineken-topman en rasnetwerker Karel Vuursteen, die voorzitter is van het bestuur van het Fonds, over te halen die sympathie ook financieel te tonen.

Met succes. Afgelopen jaar ontving het Fonds 4,5 miljoen euro aan giften van particulieren. Het Concertgebouw kreeg hiervan 2,5 miljoen euro: 10 procent van de totaal­inkomsten. Een ander deel ging naar het endowment, het stamvermogen.

‘Dat is nu 19 miljoen euro, maar we streven naar 50 miljoen. Zo creëer je een solide basis waarmee je het gebouw veiligstelt.’ Ook ging er geld naar het kopen van entreekaarten. Want schenkers krijgen ook iets terug. Besloten voorstellingen en gezamenlijke diners bijvoorbeeld. ‘We willen degenen die ons steunen, graag betrekken bij wat er in het Concertgebouw gebeurt. En wij moeten die kaarten gewoon kopen.’

Wie meer dan 20.000 euro schenkt, mag vijf jaar lid worden van een van de vier Kringen, waarbij het gedoneerde bedrag bepaalt van welke. De exclusiefste, de BachKring – toegankelijk vanaf een schenking van meer dan 1 miljoen euro – telt vijf leden, onder wie Joop van den Ende en Charlene de Carvalho-Heineken.

Zuinig en creatief

De overige kringen tellen veel bekende namen uit het bedrijfsleven, zoals KPN-CEO Eelco Blok, oud-Shellbaas Jeroen van der Veer en AkzoNobel-topman Ton Büchner. Kleinere schenkers worden elk jaar op 12 mei genodigd de verjaardag van de Kleine Zaal met een feestelijk concert te komen vieren. ‘Want alle bijdragen zijn welkom, al is het een tientje.’

Wie zelf zijn geld verdient, geeft het minder makkelijk uit dan wie het krijgt toegestopt. Het salaris van de directeur van het Concertgebouw Simon Reinink is met 167.000 euro bruto aanzienlijk lager dan dat van de directeur van het gelijknamige orkest (288.000 euro).

‘Wij zijn zuinig en creatief.’ In ruil voor gratis telefoons bijvoorbeeld, mag KPN relaties meenemen naar een concert.

Schuerveld is altijd op zoek naar nieuwe manieren om geld binnen te halen. Zo zette ze in 2012 genootschap La Suite op: wie aangeeft na zijn overlijden geld te doneren, kan lid worden. Bij leven krijgen deze donateurs to be ook speciale avonden en voorstellingen. Getekende testamenten hoeft ze niet te zien. ‘Het werkt op basis van vertrouwen.’

Pop

Ze kwam op het idee tijdens een bezoek aan de New York Library. ‘Er hingen naambordjes van mensen die geld hadden nagelaten aan de bibliotheek. In Amerika heel gewoon, hier niet. Wij hadden nog nooit een legaat gekregen. Ik bedacht dat er best mensen zouden zijn die muziek – als goed doel – willen opnemen in hun testament.’

Dat klopt. La Suite telt nu ruim zestig leden. Inmiddels zijn zes legaten uitgekeerd. ‘Variërend van 5.000 tot ruim 1 miljoen euro.’

In haar studententijd kwam ze voor het eerst in het Concertgebouw. Niet om een concert te bezoeken. ‘Er was hier een feest van een studentenvereniging,’ lacht ze. Schuerveld houdt van muziek. Niet alleen klassiek, maar ook pop. ‘Muziek kan zo veel losmaken. Ze kan herinneringen oproepen, net als geuren. Dat vind ik bijzonder.’

Vanuit het Concertgebouw Café is te zien hoe een groep kleuters het Concertgebouw binnenkomt. Ze gaan kijken en luisteren  naar de KleuterSinfonietta. Jaarlijks komen er 30.000 kinderen naar het Concertgebouw. ‘Niet alleen uit Amsterdam, maar ook uit Meppel en Blerick. Muziekeducatie is belangrijk. Zij zijn de bezoekers van morgen.’

Elsevier nummer 23, 6 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.