economie

China’s ‘wokprobleem’ bedreigt de economische groei

Door Michiel Dijkstra - 13 juli 2015

Beleggen wordt in China ‘aandelen wokken’ genoemd. De hausse in het land ontaardde in een forse beurscrash, die de economische groei bedreigt.

Het heeft iets bizars, een communistisch land dat alle zeilen bijzet om te voorkomen dat zijn aandelenmarkten instorten. Toen de beurzen van Sjanghai en Shenzhen in juni hard onderuitgingen – 30 procent ofwel 2.700 miljard euro aan aandeelhouderswaarde is verdampt – nam Peking harde maatregelen om de val te breken.

In ruim 1.200 beursfondsen is de handel stilgelegd. Beleggers kunnen ze niet kopen of verkopen: ze moeten er maar van uitgaan dat ze nog net zo veel waard zijn als de prijs die het laatst op de borden stond. Verder droeg Peking staatsbedrijven op om eigen aandelen op te kopen. Beurs­introducties zijn afgeblazen.

Het verschil tussen het Westen en China: hier moet de toezichthouder op de financiële markten zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt. In China moet hij ervoor zorgen dat de aandelenkoersen hoog blijven. Dat lukte zowaar. Sinds het dieptepunt op 8 juli steeg de Shanghai Composite Index weer met 11 procent.

Middenklasse

De aandelenhausse werd aangemoedigd door de overheid. Staatsmedia vuurden de Chinezen het afgelopen jaar aan om geld in aandelen te steken. ‘De rally is net begonnen,’ schreef de krant Renmin Ribao (Volksdagblad) in april. De krant is de spreekbuis van de Communistische Partij, koop­advies van de machthebbers zelf dus.

Chao gu wordt beleggen in China in de volksmond genoemd. Letterlijk: aandelen wokken. De snelle stijging van de Shanghai Composite Index – 86 procent sinds januari 2014 – kwam doordat Chinezen uit de middenklasse zich met drommen tegelijk aan het wokken waagden, vaak met geleend geld.Volgens een enquête van de Southwestern University of Finance in Chengdu participeerde 8,8 procent van de Chinese huishoudens in de aandelenmarkt in het tweede kwartaal van 2015, tegenover 6,1 procent in het eerste kwartaal. Dat zijn in totaal 37 miljoen huishoudens met aandelen.

Chinese beleggers handelen veel, vaak op basis van geruchten en tips. Zakenkrant The Wall Street Journal citeerde een vrouw die aandelen kocht op advies van haar kapper. De Chinese aandelenmarkt heet dan ook een casino te zijn, waar koersen hard stijgen en dalen en waar schandalen en de willekeur van de machthebbers het ritme bepalen.

Dat leek even vergeten toen de koersen zo hard stegen. Iedereen profiteerde. De middenklasse werd rijker. Bedrijven, vooral staatsbedrijven (die doorgaans een beursnotering hebben), konden geld ophalen bij beleggers en zo schulden aflossen. Schulden zijn in China sinds de kredietcrisis gevaarlijk hoog opgelopen.

De Communistische Partij, ten slotte, won ermee aan prestige: de voor de Partij zo belangrijke economische groei vlakt af, met de stijgende koersen kon ze toch resultaat laten zien.
Wat de bodem uit de markt heeft geslagen, is onduidelijk, maar het geloof bij beleggers is weg.

Zeker na de hardhandige wijze waarop machthebbers ingrepen op de financiële markten. De gemiddelde aandelenwokker heeft weinig aan de koersstijgingen van vorige week, want hij kan veel aandelen niet verkopen.

De koersstijgingen van vorige week worden trouwens gedreven door staatsbedrijven die hun eigen aandelen opkopen. Staatsmedia bezweren dat de crisis voorbij is. ‘Na de regen verschijnen regenbogen,’ schreef Renmin Ribao.

Vriendjespolitiek

Hoe zuur de koersdalingen ook zijn voor beleggers die laat zijn ingestapt, de gevolgen lijken in eerste instantie mee te vallen. De Shanghai Composite Index staat nog altijd 68 procent hoger dan begin 2014. De paniek verspreidt zich niet naar andere landen.

Voor de langere termijn hebben de koersval en de aanpak van de toezichthouder zorgelijke implicaties. Economische groei komt erdoor in gevaar. Om de hoge groeicijfers te realiseren die de Communistische Partij zich ten doel stelt – 7 procent erbij in 2015 – moet het land fors blijven investeren.

Dat gebeurt traditioneel via de grote Chinese banken: logge, inefficiënte staatsbedrijven die geld van Chinese spaarders uitlenen aan andere logge, inefficiënte staatsbedrijven. Het is vaak een zaak van corruptie en vriendjespolitiek.

Om de Chinese economie hard te laten groeien, moet nu veel meer worden geïnvesteerd in snelgroeiende private bedrijven. De aandelenmarkt was daarvoor een uitgelezen mogelijkheid: hier kunnen snelgroeiende bedrijven kapitaal ophalen.

Maar door de beurscrash kan daarvan nu even geen sprake zijn.   De gevolgen voor de Chinese economie – en ook voor de wereldeconomie – kunnen nog wel eens heel groot zijn.

Elsevier nummer 29, 18 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.