economie

De blauwe bes: wetenschap roemt hem, consument omarmt hem

Door Nic Vrieselaar - 20 juli 2015

Nic Vrieselaar, economieredacteur van Elsevier. Ziet in de supermarkt dat de (Nederlandse) blauwe bes aan een flinke opmars bezig is.

Wie in de supermarkt loopt, ziet naast de aardbeien en kersen steeds vaker blauwe bessen liggen. Die zijn er het hele jaar te koop, en in grotere verpakkingen dan voorheen. Het is een reactie op de vraag van de klant, zegt een woordvoerder van Albert Heijn. Sinds een jaar of twee ziet de supermarktketen de verkoop van blauwe bessen met zo’n 30 procent per jaar stijgen.

De uit Amerika afkomstige bes, die vaak wordt verward met bosbessen (die oorspronkelijk wel uit Europa komen), is dankzij lovende resultaten in wetenschappelijke studies naar zijn gezondheidseffecten, omarmd door consumenten. Hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, diabetes, kanker: het zijn zomaar wat kwalen en ziekten waartegen blauwe bessen zouden beschermen.

Volgens velen horen blauwe bessen thuis in het rijtje super foods, voedingsmiddelen die met grote displays in de supermarkt en op talloze websites worden aangeprezen alsof ze hun eters de eeuwige jeugd geven. In een beetje smoothie of sapje kan een portie blauwe bessen dan ook niet meer ­ontbreken.

Kleine jongens

Dat is goed nieuws voor Nederlandse fruittelers, voor wie het oogstseizoen nu volop aan de gang is. Zij verbouwden wel blauwe bessen, maar het waren lang een beetje de klei­ne jongens onder de geteelde fruitsoorten. Nu is het na appels, peren en aardbeien de meest verbouwde fruitsoort in ons land, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het areaal waarop de bes wordt geteeld, groeide de laatste vier jaar met in totaal bijna 20 procent. Harder dan bijvoorbeeld frambozen.

Die Nederlandse blauwe bessen komen trouwens niet alleen hier in de supermarkt terecht. Het grootste deel gaat naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Daar zien supermarkten net als in Nederland de verkoopcijfers rap stijgen.

Elsevier nummer 30, 25 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.