economie

‘Een open debat is ongehoord in de Belgische cultuur’

Door Jelte Wiersma - 17 juli 2015

Salades naast Vlaamse frites, flexplekken en kamperen om beter samen te werken: Frank Koster (44), sinds 2014 CEO van verzekeraar AXA België, voert er een kleine revolutie door.

Voor het eerst is een Nederlander de CEO van AXA België. En wat gaat hij doen met zijn vijftig hoogstgeplaatste collega’s? ‘Kamperen.’ Frank Koster  lacht er hartelijk om. Een cultuurshock, zeker voor medewerkers van een Franse multinational met een eigen kasteel met wijngaard. ‘Ik had er niet bij stilgestaan, maar ik bevestigde het stereotype over Nederlanders.’

Koster staat erop Elsevier voor de lunch rond te leiden door de AXA-kantoren aan de Brusselse binnenring. Tot een nieuw, eigen gebouw klaar is, deelt AXA de betonnen kolos met ING. ‘Vreemd. Ik werkte achttien jaar bij ING, maar nu moet ik niet meer bij die ingang met de oranje leeuw naar binnen.’

Sinds september 2014 is hij de baas, de patron, van AXA België. Het bijna twee­honderd jaar oude Franse bedrijf zet wereldwijd jaarlijks 92 miljard euro om en is een van de grootste verzekeraars in de wereld, met België als een van de belangrijkste markten. Het heeft daar 4.100 medewerkers, een bank en is er marktleider in verzekeringen.

Kampeersessie

Koster is aangesteld om de Belgische tak te moderniseren. ‘Dit bedrijf werkte volgens het stermodel. Met de CEO in het midden en de verschillende afdelingen daar als spaken omheen. Als een afdeling een probleem had, ging men naar de CEO en die speelde dat door naar de andere afdeling.’

De kampeersessie moest zijn collega’s doordringen van de noodzaak tot samenwerking. ‘Dat was niet voor de leuk. Ik wil een gedragsverandering teweegbrengen. Dat is geen free lunch. Ik heb gezegd: “Voor wie op zijn eiland blijft zitten, is geen plaats in de herberg.'”

Het was het begin van een revolutie. Koster heeft alle muren in het kantoor laten slopen, salades en vruchtensappen laten toevoegen aan het menu van frieten en Vlaamse karbonades in de kantine, en flexwerken geïntroduceerd, ook voor zichzelf.

‘Mijn baas bij AXA is een oud-ING’er, een Belg. Hij zei: “We hebben iemand nodig die een eigenstandige koers vaart naast de Franse dirigistische en de Belgische, meer meegaande stijl. Dat doe ik. Ik ben meer de teamcaptain, heel Nederlands. Ik kan de juiste vragen stellen en een goede analyse maken van waar de problemen zijn en dan richting geven. Gelukkig zijn Belgen heel gedreven en is het niveau van de mensen hoog.’

Brokken

Elke zes weken roept hij de top-vijftig van de medewerkers bijeen om net als in het Britse parlement met elkaar te debatteren.

‘Ik ga dan met de microfoon rond en vraag iemand iets uit te leggen. Als ik zie dat een ander het er niet mee eens is, geef ik hem of haar het woord. Dat is ongehoord in deze cultuur, dat we een open debat voeren.

‘In Zuid-Europa – en dat begint in België – staat de baas te veel centraal in de beslissingen. Dan hebben ze de verkeerde. Onderdeel van de transformatie is dat mensen niet alleen doen wat de baas vraagt, maar dat ook de autonomie toeneemt. Meer zelf nadenken, tegenspreken, feedback geven. En samen verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen van problemen.’

Waarom dat zo belangrijk is? ‘Het verzekeringsvak verandert snel.’  Verkoop verschuift van kantoren naar internet, door big data kom je tot preciezere risicoberekening en dus tot andere premiehoogtes. Jongeren betalen meer voor autoverzekeringen omdat zij meer brokken maken, maar door de zelfrijdende auto verandert dat, en dat leidt tot vragen als: wie moet het voertuig verzekeren? Wie is aansprakelijk bij ongevallen?

‘Ik was twee weken geleden in Sjanghai om over deze veranderingen te praten met het wereldwijde directieteam van AXA, honderdvijftig mensen. Aan mij werd gevraagd: “Hoe ga jij dat in België managen?” Ik zei: “Ik weet het nog niet.” Ze vonden dat verfrissend.’

Kleur bekennen

België is voor Koster minder buitenland dan zijn lengte en Nederlandse accent doen vermoeden. Van zijn twaalfde tot zijn achttiende woonde hij in Antwerpen, waar zijn vader makelaar was. ‘Ik sprak perfect Vlaams. Maar ik ben in Nederland gaan studeren toen ik in 1985 met vrienden voetbal keek en België Nederland uitschakelde voor het wereldkampioenschap. Toen moest ik kleur bekennen.’

Zijn hart bleek in Nederland te liggen. Maar niet bij de medische wereld, ook al voltooide hij in Amsterdam de studie geneeskunde.

‘Ik zag het niet zitten de rest van mijn leven in een ziekenhuis door te brengen.’ Hij maakte carrière bij ING, en werd uiteindelijk de baas van Azië/Pacific. Maar toen ING tijdens de crisis staatssteun kreeg en moest krimpen, was hij slechts bezig met het opknippen en verkopen van de Azië/Pacific-tak.

Toen kwam AXA voorbij en sinds september woont hij met vrouw en vier kinderen in de Brusselse deelgemeente Woluwe.

‘Na Zuid-Korea, India, Japan en Hongkong wilden we wel terug naar Europa. Om de kinderen een gewoon leven te geven. Met een huis met een tuin, een trampoline, een hond, fietsen door de regen. En ik heb weer contact met mijn Vlaamse schoolvrienden. Zij zijn er trots op dat ik de baas van AXA België ben. Gelukkig houdt mijn vrouw me met beide benen op de grond.’

Elsevier nummer 30, 25 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.