economie

Hoe het Griekse volk in een half jaar tijd radicaliseerde

Door Jean Dohmen - 07 juli 2015

Met hun massale ‘nee’ zochten de gekrenkte Grieken de confrontatie met de Europese geldschieters. ‘Misschien zijn we over een week failliet. Het kan me niets schelen.’ Hoe een volk in een half jaar tijd radicaliseerde.

Hoe groot de frustratie van miljoenen Grieken is, blijkt zondagavond op het Syntagmaplein in het centrum van Athene. Als duidelijk is dat het ‘nee’-kamp het referendum over Europese bezuinigingen met een flinke voorsprong heeft gewonnen, laten zij op de marmeren trappen bij het parlement hun emoties de vrije loop.

Als iemand heel hard ‘Schäuble’ roept, begint de menigte – door handelaren voorzien van koud bier en warme Griekse worst – te joelen. Hier staat niet de fanclub van de Duitse minister van Financiën in zijn rolstoel. Een vijftiger met grijs geworden krullen roept: ‘We waren slaven. Nu zijn we vrij.’

Het is zonder twijfel een van de meest curieuze en complexe referenda die de laatste decennia in Europa zijn gehouden. Op papier ging het om de vraag of de Grieken een Europese lijst met nieuwe bezuinigingen steunen. Zonder een akkoord daarover zou het onder enorme schulden gebukt gaande land geen geld meer van Europa krijgen en failliet gaan.

De Griekse regering vond die lijst te ver gaan en hoopte met een massaal ‘nee’ van het volk een betere deal af te dwingen. De Europese leiders hadden daar geen zin in – er was lang genoeg gepraat – en waarschuwden de Grieken dat zij een ‘nee’ beschouwden als een stem tegen de euro.

Vechtlust

Dat dreigement werkte niet. Sterker, het heeft sommige Grieken misschien wel het laatste zetje gegeven om ‘nee’ te stemmen. ‘Misschien zijn we over een week wel failliet,’ zegt de 53-jarige chauffeur Giannis vanachter zijn grote bril laconiek. Hij haalt zijn schouders op. ‘Het kan me niets schelen. Ik geniet van dit moment. Wij hebben eindelijk iets terug durven doen. Ik heb me lang niet zo goed gevoeld. Al duurt het maar een dag – het was het waard.’

Bij de laatste verkiezingen stemde hij, zoals altijd, op de christen-democraten. De laatste maanden groeide zijn respect voor premier Tsipras. Niet voor diens antikapitalistische retoriek, maar voor zijn vechtlust. ‘De oude politici veerden alleen maar mee. Deze kerel staat tenminste ergens voor.’

Honderdduizenden andere Grieken deden hetzelfde. Roekeloosheid heeft zich van de bevolking meester gemaakt. De economie kromp tussen 2008 en 2015 met 25 procent. Ze hebben het gevoel dat ze niets meer te verliezen hebben, en volgen de extreem-linkse premier in zijn frontale aanval op Europa. Het verklaart de grote zege van Tsipras. Met zijn eigen achterban alleen was hem dat niet gelukt.

Op een houten bank aan de rand van het plein zit de 58-jarige Maria, een bedeesde  vrouw met rood geverfd haar. Als je haar een paar maanden geleden had gezegd dat ze hier vanavond zou zitten, op die houten bank, tussen demonstranten met rode vlaggen, had ze je voor gek verklaard.

‘Ik werd steeds bozer. Twee volwassen dochters thuis, allebei ingenieur, allebei werkloos. En telkens nieuwe eisen uit Brussel. Ik ben er helemaal klaar mee.’

Chaos

Wat is er aan de hand in Griekenland? De Nederlandse Jacoline Vinke (52), schrijfster van reisboeken over Griekenland en opgeleid aan de London School of Economics, vindt de sfeer in het land  surrealistisch.  ‘Toeristen worden met de gebruikelijke Griekse hartelijkheid ontvangen en merken waarschijnlijk weinig van wat er gaande is.’

Rode toeristentreintjes vol Aziaten rijden door het centrum, langs de geldautomaten waar de Grieken afgelopen week maximaal 60 euro per dag mochten pinnen.

Vinke is getrouwd met Giorgios Papakonstandinou, van 2009 tot 2011 voor de sociaal-democraten minister van Financiën in de regering-Papandreou. Papakonstandinou lag goed in Europa en was bereid om deals te sluiten, maar wordt om die reden  – toegeven aan de schuldeisers – door veel Grieken verguisd.

Vinke, nuchter: ‘Wat er ook voor fouten door vorige regeringen zijn gemaakt, ze zijn er wel in geslaagd een volledige economische meltdown te voorkomen.’ Als het land op ramkoers blijft liggen met de rest van Europa, dan ‘vervalt het in een niet te overziene chaos’.

Chaos

Grieken zien zichzelf vooral als uitvinders van de democratie. Maar het begrip  chaos – ook een Griekse uitvinding – was de afgelopen 25 eeuwen veel meer met Griekenland verbonden dan de democratie.  Ook nu verkeert het land in chaos.

Terwijl de Europese ministers van Financiën aan vergadertafels kibbelden met hun (inmiddels door Tsipras aan de kant gezette) Griekse collega, econoom en speltheo­reticus Yanis Varoufakis, over de vraag welke maatregelen moesten worden genomen, radicaliseerde Griekenland. De economie leek in 2014 voorzichtig te herstellen, maar de burgers profiteerden daar niet van. Dat was ook de reden waarom velen in januari 2015 op extreem-links stemden.

Alexis Tsipras beloofde gouden bergen, en dat is aangenamer dan iemand die nog meer austerity (ofwel strengheid, soberheid) – dezer dagen een scheldwoord in het land  – in het vooruitzicht stelt. Het is een menselijke neiging om de realiteit niet onder ogen te willen zien. Zoals: het pensioen van een Griek is nog altijd hoger dan dat van een inwoner van Litouwen – en dat is ook een
euroland.

Na Tsipras’ aantreden kreeg de economie opnieuw klappen. De premier stelde het vertrouwen van investeerders op de proef omdat hij bezuinigingen wilde terugdraaien. Maar naarmate de buitenwereld hardere kritiek uitte op de onervaren politicus en zijn dwarse economische visie, groeide zijn steun onder de Grieken.

Amateurs

Paradoxaal, vinden de tegenstanders van Tsipras dat. Juist armere Grieken hebben het meest te verliezen als het land op een dag failliet gaat. Vermogende Grieken hebben hun vermogen al lang en breed in het buitenland in veiligheid gebracht, als het ooit al op een Griekse bankrekening heeft gestaan. Maar mensen die denken dat het niet veel erger kan worden dan het al is, vergissen zich. Zelfs als er op de valreep een akkoord uitrolt met Europa.

‘Door het beleid van Tsipras worden ze wakker in een totaal verwoeste economie,’ voorspelt Theodoros Fortsakis (60), een bekende Atheense jurist en christen-democratisch politicus, in de zon op de stoep van een drukke straat in Kolonaki, de wijk waar veel upperclass Atheners wonen.

Het beleid van de extreem-linkse regering, die haar heil liever zoekt in het belasten van bedrijven in plaats van te snijden in eigen vlees, kan de economie nog meer beschadigen.

Het lucht misschien op voor Griekse kiezers om Tsipras te steunen en hun geldschieters een blauw oog te slaan, maar op de lange termijn is het dom. Fortsakis: ‘Griekenland heeft Europa hard nodig.’ En wat  Fortsakis betreft heeft Europa Griekenland ook nodig.

Niet om economische redenen overigens – de Griekse economie bedraagt maar 2 procent van die van de eurozone – maar omwille van de strategische ligging, als vooruitgeschoven post van de beschaving in een regio vol conflicten. Dat mag de rest van de geciviliseerde wereld wel wat kosten.

‘Ik ken veel van die lui van Syriza nog uit de tijd dat ze studeerden,’ schampert de gesoigneerde ondernemer Ilias Vlachakis (58) voor een school in de Skoufastraat in Kolonaki. Gregoriaanse klanken uit de kerk tegenover de school vullen de straat. Vlachakis voerde samen met de burgemeester van Athene, Yorgos Kaminis, campagne voor het ‘ja’-kamp.

Hij minacht zijn tegenstanders. ‘Het zijn amateurs. Ze hebben nog nooit echt gewerkt en weten niet hoe de markt in elkaar zit.’ Inspiratie putten ze volgens hem uit types als Nicolás Maduro, opvolger van Hugo Chávez als president van het socialistische Vene­zuela, een land dat ondanks een enorme olie-industrie met onvoorstelbaar grote economische problemen kampt.

Inmiddels zit Griekenland in een poule met nóg twijfelachtigere regimes dan dat van Maduro. Toen het land een week geleden zijn lening aan het Internationaal Monetair Fonds niet kon terugbetalen, belandde Griekenland op het lijstje wanbetalers met Zimbabwe, Sudan en Somalië.

Politiekogel

De radicalisering in de hoofden en harten van de Grieken is niet iets van de laatste maanden. De 28-jarige archeoloog Jessica van der Does, die in Athene normaal gesproken toeristen de ruïnes van het oude Griekenland laat zien, toont graag de scherven van het nieuwe Griekenland.

Wie in de Skoufastraat rechtdoor loopt, ziet de buurt na een kwartier snel verpauperen. Kolonaki gaat hier over in Exarcheia. Graffiti, zwerfvuil, vervallen huizen en linkse leuzen op de muren bepalen hier het beeld. Van der Does: ‘Hier neem ik toeristen meestal niet mee naartoe. Dit een compleet andere wereld dan die van de Akropolis en de wisseling van de wacht bij het graf van de onbekende soldaat.’

Het is een wijk waar veel steun is voor Tsipras. Er wonen socialisten en anarchisten. Van der Does: ‘De dure auto’s die je net in de Skoufastraat in Kolonaki zag staan, kun je hier beter niet parkeren. Als je pech hebt, worden ze in de fik gestoken.’

De politie is er niet populair. Na nog een paar honderd meter houdt Van der Does halt bij een klein monument voor een vijftienjarige jongen. Alexandros Grigoropoulos werd in december 2008, de kredietcrisis was net losgebarsten, na een vaag incident door een politieman doodgeschoten. Het leidde tot rellen die zich snel verspreidden door heel Griekenland.

Als je een concreet moment moet aanwijzen waarop het voor het eerst zichtbaar misging met Griekenland, zegt ondernemer Vlachakis uit Kolonaki, dan is het daar, op dat pleintje, in 2008. Rustig werd het daarna nooit meer in Griekenland.

De nekslag kwam een jaar later, toen de Griekse regering in Brussel moest opbiechten dat de sympathiek ogende begrotingscijfers uit de duim waren gezogen en het land er in werkelijkheid beroerd voor stond. Investeerders verloren het vertrouwen in het land, de Grieken moesten zich suf betalen om geld te lenen en konden alleen dankzij Europese miljarden overleven.

Het onvermogen om werk te maken van hervormingen maakt dat de worsteling al meer dan vijf jaar duurt. Terwijl de andere probleemlanden – Portugal, Ierland en Spanje – de weg omhoog weer vonden, zakte Griekenland steeds verder weg.

Belastingontduiking is voor Grieken nog steeds een nationale sport. ‘Wilt u met bonnetje of zonder?’ is de eerste vraag die de taxichauffer op de luchthaven stelt. Zonder bonnetje kost de rit 42 euro, met bonnetje 50 euro.  Zo blijft de schatkist van Tispras voorlopig nog wel even leeg.

Drukpersen

Dat soort observaties is aan de opgetogen demonstranten op het Syntagmaplein zondagavond niet besteed. ‘De laatste vijf jaar heb ik mijn familie alleen maar armer zien worden,’ zegt de negentienjarige Marios. ‘Ik ben niet bang voor de drachme.’ Hij was zes toen in 2002 de euro werd ingevoerd.

De drachme herinvoeren wordt overigens nog een klus. Om de wereld te tonen dat de euro in Griekenland eeuwig zou blijven, werden alle drukpersen van de oude biljetten vernietigd.

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.