economie

Wat de winst van fietsenproducent Accell omhoogstuwt

Door Nic Vrieselaar - 24 juli 2015

Al ruim zestien jaar staat René Takens (60) aan het roer van Accell. Onder zijn leiding groeide het bedrijf uit Heerenveen uit tot grootste fietsenproducent van Europa.

Het is een fraaie middag in de bossen rond het Friese Oranjewoud, net buiten Heerenveen. Een prachtig fietsgebied. Het is dan ook geen toeval dat een ouder echtpaar bij de ingang van restaurant Tjaarda twee (elektrische) fietsen parkeert.

Toevallig allebei van Sparta, dat sinds 1999 onderdeel is van fietsenmaker Accell Group – hetzelfde jaar waarin René Takens er aantrad als bestuursvoorzitter. ‘De mooiste modellen hebben de accu in het frame en de motor in het achterwiel,’ zegt hij, terwijl hij de fietsen aan een inspectie onderwerpt.

Destijds verkocht het concern, dat in 1904 in Heerenveen begon als Batavus, jaarlijks 750.000 fietsen en had het een omzet van 150 miljoen euro. Nu zijn dat er ruim 1,7 miljoen, en is de aan de Amsterdamse beurs genoteerde fietsenmaker Europa’s grootste met een jaaromzet van 882 miljoen euro in 2014. De winst was 26 miljoen euro, tegen 3 miljoen in 1999.

Het zijn de elektrische fietsen zoals die van het oudere echtpaar die de resultaten van het Friese bedrijf omhoogstuwen: zonder blikken of blozen legt een groeiende groep fietsers 2.000 euro, of meer, neer voor een model dat hen sneller laat voortbewegen. Vooral in Duitsland zijn ze niet aan te slepen. En Accell was er rond de eeuwwisseling vroeg bij met een elektrische Sparta. Nu is het concern marktleider in Europa.

‘Er zijn veel mensen die zeggen: “Een elektrische fiets? Daar ben ik nog niet aan toe.” Toch ruilen steeds meer mensen, en heus niet alleen degenen met grijs haar, hun fiets in voor een elektrische variant. Daarmee zijn ook de wat langere afstanden tussen thuis en werk te overbruggen. Dat blijkt in Duitsland populair.’

Verwacht in de straten van Berlijn en Hamburg trouwens geen Duitsers op een Sparta of Batavus. ‘Onze troef is een collectie sterke thuismerken: in Nederland verkopen we Nederlandse merken, in Duitsland hebben we Duitse merken en in Frankrijk Franse merken.’

Kroket

Het zijn er wereldwijd inmiddels meer dan 25, ook in onderdelen en accessoires. Telkens in het midden- en bovenste segment van de fietsmarkt. Naast Sparta en Batavus, Koga en Loekie in Nederland, Lapierre in Frankrijk en Raleigh (spreek uit als ‘rally’) in het Verenigd Koninkrijk, dat Accell in 2012 overnam.

‘We zijn daardoor groter dan bijvoorbeeld Trek, dat zijn thuisbasis in de Verenigde Staten heeft en van daaruit exporteert.’ Een groot deel van de fietsen wordt gemaakt in Heerenveen, met daarnaast fabrieken in Turkije en Hongarije.

De hang naar het lokale is ook te zien in de manier waarop het concern met bijna drieduizend werknemers wordt bestierd: vanuit Heerenveen, door een groep van zo’n twintig mensen onder leiding van een vierkoppige raad van bestuur. ‘De merken hebben elk hun eigen directie. Lapierre, dat we in 1996 overnamen, wordt nog steeds gerund door de zoon van de man die het bedrijf in 1946 begon, en de leiding van onze Duitse tak ligt in handen van de dochter van de oprichter daarvan.

‘Ze kunnen allemaal inmiddels wel het woord “kroket” uitspreken,’ grapt Takens. ‘Een resultaat van de meetings die we hier zo nu en dan hebben. Want aan de achterkant proberen we zo veel mogelijk te integreren, door het ontwikkelen van nieuwe producten en de inkoop van onderdelen – op een beetje fiets zitten er al snel zo’n 150.’

Zestien jaar als bestuursvoorzitter: dat is lang voor een beursgenoteerd concern, waar CEO’s doorgaans na een jaar of vier het veld ruimen. Takens ziet zelf vooral voordelen in zijn daardoor onvermijdelijk summiere cv. ‘Na zo veel jaar ken je de markt waarin je zit beter, je weet goed wie je klanten zijn, kent je leveranciers. Ook mijn collega’s in de raad van bestuur zitten er lang, langer dan ik zelfs binnen het bedrijf.’ Bang voor routine is hij niet. ‘Daarvoor gebeurt er te veel: overnames, nieuwe markten, producten die innovatiever worden.’

Mountainbike

Op dat beleid is weinig af te dingen: Accell is al sinds zijn beursgang in 1998 een van de best presterende bedrijven aan de Amsterdamse beurs, dat tegen de markt in doorgroeide tijdens de economische crisis. ‘Natuurlijk hebben we de malaise gemerkt. Onze fitnesstak, waarvoor we in 2003 het Finse Tunturi hadden gekocht, hebben we vorig jaar verkocht nadat de markt ervoor was ingestort.

‘Voor fietsen leek het mee te vallen, maar toen de economie breed in het slop raakte, was goed te merken dat mensen minder overhielden in hun portemonnee: 2012 en 2013 waren duidelijk mindere jaren.’ De bedrijfsresultaten liepen maar een relatief kleine deuk op. De omzet steeg intussen onverminderd door en groeide ook in het afgelopen halfjaar met 13 procent (pdf).

De nieuwste categorie waarop Accell zich richt, is de elektrische mountainbike. ‘Een enorm opkomende markt. Mountainbiken met een hulpmotor lijkt misschien vals spelen, maar voor wie goed is ingevoerd in de hobby blijkt die extra power op de pedalen welkom.’

Dat moet ook wel, want de fietsen zijn ingewikkeld om te maken en kosten tussen de 4.000 en 6.000 euro. ‘Het zijn de geoefende rijders die bereid zijn er zulke bedragen voor neer te leggen.’

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.