economie

Wie eenmaal in het Zwolse Eekhout woont, wil nooit meer weg

Door Fleuriëtte van de Velde - 02 juli 2015

Het ooit zo statige park Eekhout, vlak bij het centrum van Zwolle, was jarenlang verloederd. Buurtbewoners hielpen het in oude luister te herstellen. Het nieuwe park bracht de mensen nader tot elkaar. ‘En zelfs de honden vinden elkaar hier leuk.’

De huizenmarkt trekt aan, maar rond park Eekhout, net buiten het centrum van Zwolle, is daarvan weinig te merken. Niet dat mensen hier niet willen wonen. Integendeel. Als er een huis vrij komt, is het zo weg. Er staat alleen zelden iets te koop.

Wie hier eenmaal woont, wil namelijk niet meer weg. Dat is niet verwonderlijk. Het park vormt een oase van groen en rust, terwijl je ook zo het centrum van Zwolle inloopt, met zijn cafeetjes, winkels en eettentjes. Het station zit bovendien om de hoek, maar wel ver genoeg om geen last van treinlawaai te hebben.

‘De buurt is niet zozeer chic, maar vanwege het type huizen en de locatie wel aantrekkelijk,’ zegt Marcel van Vilsteren (61) van De Graaf van Vilsteren makelaars. Vooral de huizen aan de oostzijde van het park, die volgens de makelaar rond de 6 ton kosten, wisselen weinig van eigenaar.

Ze variëren in stijl: aan de Burgemeester van Roijensingel en de Emmawijk staan enkele statige oude villa’s en herenhuizen uit eind negentiende, begin twintigste eeuw. Hun achtertuinen grenzen aan het park.

Relaxed

De grote jarendertighuizen aan de Parkweg kijken uit op het park. De huizen in de achtergelegen Westerstraat en de Parkstraat, ook uit de jaren dertig, zijn kleiner en goedkoper. Er wonen artsen, accountants en advocaten, zzp’ers, kappers en verpleegkundigen.

Het park ligt er verzorgd bij. Er zijn wandelaars, tieners hangen op bankjes, kinderen spelen in het speeltuintje. De sfeer is relaxed. Dat was tot een jaar of vijftien geleden nog heel anders. Het park, al sinds 1910 opengesteld voor het publiek, was eind jaren zeventig in verval geraakt en sindsdien het domein van junks en alcoholisten.

Ouders durfden hun kinderen er niet alleen te laten spelen uit angst voor rondslingerende naalden. ‘Als ik in mijn tuin zat, moest ik uitkijken dat ik geen lege bierfles op mijn hoofd kreeg,’ zegt omwonende Paul Reichenbach (63), muziekuitgever en telg uit de gelijknamige familie die rond Zwolle al vele generaties bekend is van winkels in muziekinstrumenten en -boeken.

Reichenbach kwam als kind al met zijn moeder en grootmoeder in het park. Het bevindt zich op loopafstand van de in het centrum gelegen Sassenstraat, waar de familie toen woonde en waar nog steeds een van hun muziekwinkels is gevestigd.

‘Je had toen nog een parkwachter. Op het gras lopen was streng verboden,’ herinnert Reichenbach zich. Later ging hij aan het park wonen, net als enkele van zijn familieleden.

Parkpret

Mede dankzij de inzet van buurtbewoners werd in 2003 het tij gekeerd. Het park is door de gemeente grondig opgeknapt. Er werd veel gekapt, oorspronkelijke zichtlijnen werden hersteld. De junks verdwenen naar een opvangtehuis. De bewoners gingen in het park activiteiten organiseren.

Hoogtepunten zijn Oranjepret, dat op Koningsdag wordt gevierd en speciaal is bedoeld voor kinderen uit de hele stad en hun ouders. Er is een kindervrijmarkt, muziek en theater.

Een paar weken later, tijdens de landelijke Dag van het Park, volgt Parkpret (de naam werd bedacht als tegenhanger van pretpark, om het niet-commerciële karakter te benadrukken). Met mooi weer komen er wel vierduizend bezoekers. Na afloop dineert de buurt met honderdtwintig mensen in het park aan picknicktafels.

De organisatie van Parkpret – voor het eerst in 2005 – was voor de buurt ‘het startpunt om elkaar te zien’, vertellen bewoonsters Bep van Ballegooie (64) en Annet Westerdijk (50). Zij is voorzitter van de stichting Freule van Eekhout, de buurtstichting die Parkpret elk jaar organiseert.

De chique naam zet sommigen nog wel eens op het verkeerde been. De stichting ontvangt met enige regelmaat post van private bankers die aanbieden het vermogen van de stichting te beheren.

Tijdens Parkpret en bij veel andere activiteiten in het park loopt Westerdijk, met hoed en in een freuleachtige jurk, rond als de Freule van Eekhout.

Laantje der zeven weduwen

Ad van Halem (70) kocht ruim dertig jaar geleden met zijn vrouw een huis in de buurt. Vroeger waren de straten losse eilandjes, sinds de opknapbeurt is de buurt meer één geheel. ‘Het park heeft iedereen verbonden.’

Er woonden vroeger veel ouderen. De gepensioneerde HR-professional wijst naar de Parkweg: ‘Die stond bekend als Laantje der zeven weduwen.’

Van Halem – bekend als de parkfotograaf omdat hij alle evenementen in het park vastlegt – woont hier heerlijk: ‘Je hebt hier alles wat je nodig hebt: de rust van het park, de reuring van de stad.’ Dagelijks loopt hij door het park even de stad in voor een boodschap.

Wie langs de hoofduitgang het park uitloopt, passeert het voormalige Huize Eekhout waaraan het park zijn bestaansrecht dankt. Het pand ziet er nog steeds statig uit, ondanks een lelijke glazen uitbouw die er in 1988 werd geplaatst.

Het is eigendom van drie particulieren. Tot 2001 zat er een voorloper van accountantkantoor PWC, sindsdien zit advocatenkantoor Benthem Gratama er. Advocaat Jan Teun Fuller (45) leidt met plezier rond.

Afgezien van de houten ronde trap herinnert binnen maar weinig aan de tijd dat mr. Evert Jan Eekhout, ook advocaat, hier woonde en er dienst­bodes door de gangen snelden. Het drie verdiepingen tellende pand is nu een echt kantoor, inclusief systeemplafonds.

In de loop der jaren had het tal van bestemmingen. In de jaren tachtig zat er een blauwe maandag een casino.

Aan de achterkant kijken de kamers uit op het park. Fuller, deze zondag casual in grijze sweater en spijkerbroek, wijst naar het groene grasveld: ‘Af en toe zie ik vanuit kantoor mijn kinderen hier softballen met school.’

De Parkschool zit om de hoek en soms wordt er in het park gegymd. Het is nauwelijks voor te stellen dat het park ooit bijna geheel bij dit pand hoorde: nu rest alleen nog een piepklein terras met een picknicktafel. Officieel moeten de advocaten zelfs een vergunning aanvragen als ze hun ramen laten wassen: de hoogwerker staat dan immers op de grond van de gemeente.

Groeps-app

De buurt is erg actief. Er is een motor-, lees- en schildersclub. Bij diverse bewoners hangt een schilderij van een buurtgenoot in de kamer. Elke zondag om 9.30 uur verzamelt de hardloopclub in het park.

Via de groeps-app worden langslapers uit hun bed gejaagd, waarna een route van een kilometer of tien volgt. Deskundigen adviseren dat je tijdens het rennen moet (kunnen) blijven praten, en die raad volgen de leden van deze hardloopclub maar al te graag op.

‘Ik heb net een nieuwe keuken en dat is mede te danken aan alle adviezen van mijn hardloopvrienden,’ schertst verloskundige Erna Kerkhof (51).

De eerste jaren hadden de meesten nog jonge kinderen. Die fietsten, rolschaatsten  of stepten mee. De kleinsten werden per toerbeurt bij een buurvrouw gestald. Charlot Dalhuijsen (16) bijvoorbeeld. ‘Jij zat als tweejarige nog bij mij in de box,’ herinnert Kerkhof zich. Nu rent Dalhuijsen zelf mee. ‘Superleuk.’

Een aantal gezinnen heeft samen een sloep, geregeld stappen bekenden uit de buurt even aan boord om mee te varen door de Zwolse grachten.

Sleutelbos

De SRV-man, bijna overal al tientallen jaren uit het straatbeeld verdwenen, reed hier tot 2008 rond. Deze Henk Dekker had een grote sleutelbos: veel klanten hadden hem hun huissleutel gegeven, zodat hij bij wie niet thuis was, de melk in de ijskast kon zetten.

De buurt – en bij mooi weer ook veel mensen van buiten – ontmoet elkaar zondagmiddag bij de theeschenkerij in het park. Die werd bijna tien jaar geleden opgezet door twee buurtgenoten. In een pand aan de rand van het park – ooit was het de opslagplaats van de groenvoorziening – toverden ze een kleine ruimte om tot keuken.

De theeschenkerij, waar ook een glas wijn wordt geschonken, draait volledig op vrijwilligers, zo’n dertig mensen. Tussen mei en oktober is de theeschenkerij elke zondagmiddag open, behalve als het regent.

Ingeborg Ybema heeft deze zondagmiddag dienst. ‘Toen wij hier tien jaar geleden kwamen wonen, hadden we nog geen kinderen en was ik vooral veel aan het werk. Maar op een gegeven moment wilde ik graag ook iets voor de buurt doen,’ vertelt Ybema (36), manager in de zorg, terwijl ze thee serveert met een zwollenaartje, een plaatselijke lekkernij van hazelnootschuim. Betalen kan alleen contant. Haar man komt even buurten met hun twee kinderen.

Geiten borstelen

Met de jongste gaat Ybema op maandagochtend altijd naar de peuterclub van de dierenweide. Die is er al sinds de jaren vijftig, maar was altijd alleen bedoeld om naar de dieren te kijken – tegenwoordig onder meer ganzen, kippen, geiten, cavia’s, konijnen en een pony.

Dankzij Miranda Felix kunnen kinderen er nu ook van alles doen: geiten borstelen, de dieren helpen voeren, schoonmaken. Felix (46) woonde tot haar verhuizing in 2008 naar deze buurt op een boerderij bij Apeldoorn.

‘Ik had altijd dieren om me heen en miste dat hier enorm. Mijn dochter zei toen: “Kun je niet een dierenclub beginnen?”‘ Na overleg met de beheerder van de weide zorgt Felix dagelijks voor de dieren, en organiseert ze naast de wekelijkse peuter- en kleuterclubs diverse activiteiten voor de kinderen, waaronder een halloweenfeest.

De saamhorigheid is groot, vertelt Gerdien Rots (43), buurtbewoonster en fractievoorzitter van de ChristenUnie in Zwolle, de grootste partij in de stad.  ‘Als ik mijn politie­ke bril opzet, zie ik hier een heel geslaagd voorbeeld van de participatiesamenleving.’

Kookschema’s

Bewoners lenen hun auto makkelijk aan elkaar uit en zijn er ook in slechte tijden voor elkaar. Wordt iemand getroffen door ziekte, dan stelt de buurt kookschema’s op.

Soms volgen buurtgenoten vanaf de publieke tribune debatten die hun aangaan, zoals recent over de aanleg van een nieuwe busroute. ‘Dan voelt het  bijna alsof er familie zit,’ zegt Rots. De saamhorigheid gaat zo ver dat er samen vakantie wordt gevierd. ‘Zelfs de honden hebben het gezellig samen,’ zegt Rots.

Het begon dertien jaar geleden  met een lang skiweekend rond Pasen met een aantal gezinnen. Inmiddels zoekt de buurt het iets dichter bij huis, zoals op Ameland en in Friesland. Afgelopen jaar gingen 65 bewoners naar een boerderij in het Groningse Musselkanaal.

M­atthijs Bruijnse en Ellen Bontje gingen voor het eerst mee, met hun drie dochters en de hond. Zij behoren tot de zeldzame nieuwkomers in de buurt. Ze wonen er sinds begin dit jaar. Ze hadden aanvankelijk zo hun bedenkingen. ‘Drie dagen! Met al je buren! Dat leek ons wat veel van het goede,’ lacht Bontje (43). Ze gingen daarom één nachtje mee.

Maar het viel alleszins mee. ‘Het was eigenlijk heel gezellig,’ zegt Bruijnse (46). Volgend jaar zijn ze alle dagen van de partij. Het gezin woonde wegens het werk van Bruijnse – hij werkt voor een Duits bouwbedrijf – jaren in onder meer Londen en Hamburg. Ze vielen vooral voor hun huis, een herenhuis aan het park. ‘Maar de buurt kregen we er als mooi cadeau bij.’

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.