economie

Hilversums productiebedrijf verovert digitale reclamewereld

Door Nic Vrieselaar - 14 augustus 2015

Victor Knaap (38) is CEO van MediaMonks, een Hilversums bedrijf dat wereldwijd succes heeft met het maken van inter­actieve reclamecampagnes voor op internet.

‘Voor onze geschiedschrijving ben ik medeoprichter, maar in werkelijkheid kwam ik er iets later bij,’ vertelt Victor Knaap, sinds 2003 CEO van het in 2001 opgerichte MediaMonks. ‘Omdat ik een rijbewijs had,’ lacht hij. ‘De drie andere jongens niet.’

MediaMonks noemt zichzelf een ‘creatieve digitale productiemaatschappij’, wat betekent dat reclamebureaus MediaMonks inschakelen om een reclamecampagne te maken voor op internet. ‘Sir John Hegarty, een van de meest bekroonde reclamemakers, grapte eens: “Adverteren bestaat uit 80 procent idee en 80 procent uitvoering.” Wij richten ons op die uitvoering.’

De samenwerking tussen de creatievelingen van reclamebureaus en de programmeurs en ontwerpers van MediaMonks ­resulteert in websites, filmpjes en apps. ‘De nadruk in ons werk ligt op interactieve reclame waarin het publiek zelf iets moet doen. Geen “zendboodschappen” dus.’

De app Feedie (Android, iOS) die MediaMonks maakte, is daarvan een voorbeeld. De app werd afgelopen jaar gelanceerd in restaurant Fifteen in Amsterdam, om bekendheid te genereren voor het goede doel The Lunchbox Fund. ‘Als wij straks van onze lunch een foto delen op Facebook, wat sowieso al miljoenen mensen doen, dan krijgt een kind in Zuid-Afrika een lunch op school.’

MediaMonks is dankzij dit soort interactieve reclames uitgegroeid tot een van de meest vooraanstaande mediabureaus ter wereld. Zo werkte het bedrijf uit Hilversum aan drie projecten die dit jaar in Los Angeles vier prestigieuze Webby Awards wonnen.

Een van de prijswinnende projecten kwam uit de koker van reclamebureau DDB Tribal Düsseldorf, in opdracht voor pennen­fabrikant BIC. Wereldwijd konden mensen hun handschrift uploaden naar een website (die MediaMonks maakte) waaruit uiteindelijk één ‘gemiddeld’ handschrift is gekomen, The Universal Typeface. Binnen een maand waren er al een miljoen inzendingen.

‘Bij 9 van de 10 goede ideeën weet je binnen 5 seconden: dit is het, hieraan wil ik meewerken. Voeg je daar een goede uitvoering aan toe, zoals John Hegarty al zei, dan kun je een grote impact hebben. Echt iets aan de kaak stellen. Of gewoon heel veel pennen verkopen.’

Dat de formule van MediaMonks werkt, blijkt uit de rappe groei van het bedrijf, dat jaarlijks zo’n 35 miljoen euro omzet. Er werken 300 mensen, maar het zoekt nog eens 45 mensen. Naast het hoofdkantoor in Hilversum heeft MediaMonks vestigingen in Londen, New York, Los Angeles, Singapore, Dubai (sinds kort) en binnenkort Sjanghai.

‘Goede ideeën worden niet alleen in ­Nederland geboren, maar overal ter wereld. Aan die goede ideeën willen wij meewerken. In Hilversum, waar tweederde van onze mensen zit, wordt alles gemaakt. De buitenlandse vestigingen zijn er om opdrachten binnen te halen.’

Toch liep de samenwerking met reclamebureaus niet altijd zo soepel. ‘Tien jaar geleden probeerden we een mix te zijn tussen een reclamebureau en een productiehuis zoals we nu zijn.

‘Klanten schoven ons veel projecten toe, maar creatief ging het minder: de reclamebureaus gaven ons  kleinere opdrachten uit angst dat hun klanten naar ons zouden overstappen. Rond 2009 hebben we daarom onze directe klanten “ontslagen” en gezegd dat we alleen nog zouden samenwerken met hun reclamebureaus. We zijn nu dus gewoon makers.’ Grijnzend: ‘Maar wel een van de beste makers in de wereld.’

Een tweede duw in de rug kwam in 2010, met de komst van de iPad. ‘Internet was in eerste instantie een onbegrepen medium. Ik denk dat de gemiddelde CEO van een groot merk voor de komst van ­tablets nooit naar zijn eigen website keek. Maar door de iPad kwam die website ineens thuis op de bank beschikbaar en snapte iedereen het belang van internet en mobiel.’

Knaaps taak bij MediaMonks is wel veranderd sinds hij er als vierde bijkwam. ‘Toen we nog in de kelder van Hotel Gooiland in Hilversum websites bouwden, was het vooral gaten dichtlopen – zeker toen we de eerste echte klanten kregen, zoals Heineken en Nintendo. Ik was boekhouder, deed de broodjes, was er wegens het rijbewijs. Tussendoor was ik een halve strateeg.

‘Nu richt ik me op de vraag waar we naartoe willen groeien. Dat betekent ook mensen aannemen die je in de toekomst denkt nodig te hebben. Ons hele bedrijfsmodel is erop gebaseerd dat wij een eurekamoment van een reclamecreatieveling weten te vertalen naar de digitale platformen die op dit moment populair zijn.’

Op de vraag welke platformen nu belangrijk zijn, komen voor de hand liggende namen naar voren: YouTube, Facebook. ‘Maar om relevant te blijven, moeten we de kennis in huis hebben om ook te kunnen inspringen op het volgende platform dat aanslaat. Of dat nu virtual reality is, of een platform dat misschien volgende week in Silicon Valley wordt gelanceerd.

‘Bovendien gaat het steeds sneller: ­Facebook deed er bijna tien jaar over om 1 miljard actieve gebruikers te krijgen. Dat lukte WhatsApp in de helft van de tijd.’

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.