economie

Hoe je als slimme schenker ontsnapt aan de erfbelasting

Door Jean Dohmen - 14 augustus 2015

Geld doorgeven aan de volgende generatie is iets waarmee u niet moet wachten tot het bijna te laat is. Dat kost erfgenamen geld.

Veel ouderen geven geld liever met de warme dan met de koude hand. Wie ernstig ziek is en een familielid of goede vriend nog snel wat wil schenken, doet er verstandig aan de fiscale spelregels goed te lezen. Want een warme hand kan achteraf toch een koude blijken te zijn.

Schenkingen die iemand binnen 180 dagen voor zijn overlijden doet, worden door de fiscus in beginsel gezien en belast als een onderdeel van de erfenis. Dat kan, afhankelijk van het complete financiële plaatje, tot een beduidend hogere rekening leiden dan de gever voor ogen stond.

Stel: een 85-jarige vrouw schenkt haar 55-jarige zoon dit jaar 10.000 euro. Als het de eerste schenking is dit jaar, valt dat bedrag onder de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van 5.277 euro. Over de rest van de schenking is de zoon 472 euro schenkbelasting verschuldigd.

Als de moeder binnen 180 dagen na de schenking komt te overlijden, heeft dat in deze specifieke situatie geen financiële gevolgen. De vrijstelling voor kinderen bij erfenissen is een stuk hoger, 20.047 euro, waardoor de zoon in theorie geen erfbelasting hoeft te betalen over het bedrag. Toch staat de fiscus in zo’n geval op het standpunt dat schenkbelasting moet worden betaald.

Nadeliger

Een compleet andere en veel nadeliger situatie ontstaat als zijn moeder hem, naast de eerder gedane schenking van 10.000 euro, ook nog eens een groot geldbedrag nalaat, stel 200.000 euro.

Ook dan wordt de schenking beschouwd als een onderdeel van de erfenis, maar dit deel wordt vanwege de totale hoogte van de erfenis tegen 20 procent belast. Dat is het tarief dat de fiscus hanteert bij kinderen en erfenissen van meer dan 121.296 euro. Beneden dat bedrag is maar 10 procent erfbelasting verschuldigd. In totaal moet de zoon in deze situatie 25.860 euro betalen aan de fiscus.

Had de moeder de schenking eerder gedaan, bijvoorbeeld 200 dagen voor haar overlijden, dan had het bedrag van 10.000 euro niet meegeteld voor de erfenis. De zoon had dan 24.332 euro aan de Belastingdienst hoeven betalen, ruim 1.500 euro minder.

Zijn er meer kinderen in het spel, dan loopt het totale bedrag dat bij tijdige schenking minder aan belasting hoeft te worden betaald, snel op tot vele duizenden euro’s.

Nu laat het overlijden zich zelden plannen. Het rekenvoorbeeld laat vooral zien dat het de moeite loont om ruimschoots voordat iemand (terminaal) ziek is, werk te maken van het fiscaal zo gunstig mogelijk overhevelen van vermogen naar de volgende generatie.

De jaarlijkse vrijstelling in de schenkbelasting van 5.277 euro voor kinderen en 2.111 euro voor kleinkinderen, buren en vrienden zijn de belangrijkste instrumenten daarvoor. Zelfs in vijf jaar tijd kan zo een aanzienlijk bedrag zonder schenkbelasting worden doorgegeven.

Ontsnappen

Wie, slim gebruikmakend van de vrijstellingen, in de loop der jaren 150.000 euro aan zijn kind schenkt, voorkomt dat het kind vele duizenden euro’s aan erfbelasting moet betalen. Het is uiteindelijk allemaal geld waarover, door de schenker, tijdens zijn leven al belasting is betaald: toen hij het verdiende, of toen het op de bank stond en er vermogensrendementsheffing verschuldigd was (30 procent over een fictief rendement van 4 procent).

Ontsnappen aan de erfbelasting kan ook door middel van papieren schenkingen, die als voordeel hebben dat de gever over het vermogen kan blijven beschikken omdat hij het geld alleen op papier schenkt en meteen weer leent. Na diens dood valt het, mits iedereen zich aan de regels heeft gehouden, niet alsnog onder de erfbelasting.

Goed om te weten: de fiscus maakt enkele uitzonderingen op de 180-dagenregel. Als de gever gebruikmaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling van maximaal 52.752 euro voor zijn kind, wordt deze schenking, ook wanneer zij vlak voor het overlijden wordt gedaan, niet meegeteld bij de erfenis. Aan die schenking zijn voorwaarden verbonden. Zo moet het kind of zijn partner tussen de 18 en 40 jaar oud zijn.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.