economie

Hoe te voorkomen dat bejaarden ten prooi vallen aan oplichters?

Door Heidi Klijsen - 07 augustus 2015

Dementerende en hoogbejaarde ouderen zijn een gemakkelijke prooi voor oplichters en aasgieren. Het komt vaker voor dan u denkt. Hoe voorkomt u dat kwaadwillenden uzelf of iemand anders financieel uitkleden?

Een zoon die met vaders pinpas meteen ook maar wat voor zichzelf pint, een malafide boekhouder die zich bedragen van zijn klant op leeftijd toe-eigent of een neef die tante onder druk zet om haar testament in zijn voordeel te wijzigen. Financieel misbruik van ouderen komt voor in allerlei vormen.

Zo’n dertigduizend ouderen zijn er naar schatting jaarlijks het slachtoffer van. In 85 procent van de gevallen is de dader een familielid, blijkt uit gegevens van de politie. Maar ook mantelzorgers, professionele hulpverleners en vrijwilligers maken zich er schuldig aan.

Zeker bij dementie is het risico op financieel misbruik aanwezig. Volgens cijfers van belangenvereniging Alzheimer Nederland hebben op dit moment zo’n 260.000 Nederlanders dementie. In 2055 zal dat aantal naar verwachting pieken op ruim 690.000.

Door de vergrijzing zal het risico op financieel misbruik verder groeien. ‘Met het toenemen van de leeftijd worden ouderen vaak afhankelijker van anderen,’ zegt Liane den Haan (47), directeur van ouderenorganisatie ANBO. ‘Of het nu om een zorgvraag gaat of om hulp in de huishouding. Dat maakt senioren kwetsbaarder dan anderen. Een goede bescherming tegen financieel misbruik is dan ook belangrijk.’

Ook staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vindt dat de samenleving kwetsbare ouderen moet beschermen tegen financieel misbruik. Half juni gaf hij het startsein voor de campagne ‘Veilig financieel ouder worden’, samen met banken, seniorenorganisaties, notarissen en de politie.

Het borduurt voort op het actieplan ‘Ouderen in veilige handen’, dat in 2011 is gestart. Van Rijn trekt ruim 2 miljoen euro uit om ouderenmishandeling, waartoe ook financieel misbruik van ouderen behoort, verder te onderzoeken en aan te pakken.

Signaleren

Ook als individu kun je al veel doen als je vermoedt dat een oudere in je omgeving financieel wordt misbruikt. Het actieplan ‘Ouderen in veilige handen’ geeft een aantal belangrijke adviezen. Breng om te beginnen het vermoeden van financieel misbruik ter sprake bij het vermeende slachtoffer.

Vaak durft die persoon er zelf niet over te beginnen of is hij/zij bang de hulp van de dader te verliezen. Meld het vermoeden ook bij Veilig Thuis (www.vooreenveiligthuis.nl, voorheen het Steunpunt Huiselijk Geweld). Stopt de financiële uitbuiting niet, doe dan aangifte bij de politie.

Daarnaast zijn er praktische voorzorgsmaatregelen die helpen financieel misbruik te voorkomen. Zorg ervoor dat er geen grote bedragen in huis liggen en verlaag de limiet op de bankpas en bankrekening. Geld dat niet direct nodig is, kan het beste naar een spaarrekening worden gesluisd. Het is ook verstandig die spaarrekeningen uit internetbankieren te halen, zodat iemand die kwaad wil, het geld niet kan terugboeken.

Geef ook nooit de pinpas en pincode af aan derden, ook niet aan een (klein)kind. ‘Dat ligt zo voor de hand, maar het gebeurt nog steeds,’ zegt Liane den Haan.

Ouderen kunnen, zeker als ze dementeren, ook ongewenste aankopen doen. Zo waarschuwt de politie momenteel voor zogeheten babbeltrucs. Onbekenden bellen met een smoes aan of spreken mensen aan op straat, in de supermarkt of bij een pin­automaat, om vervolgens geld en andere bezittingen te stelen. De daders, die er vaak heel betrouwbaar uitzien, zeggen bijvoorbeeld dat ze van een bank of de thuiszorg zijn of de meterstand komen opnemen.

Ook de ANBO krijgt wel eens dit soort meldingen binnen, vertelt Den Haan. ‘Zo had een 88-jarige mevrouw een stichting gemachtigd om geld te incasseren. Per jaar 8.500 euro en ze staan regelmatig voor de deur voor meer geld.’

De politie waarschuwt in publicaties om nooit zomaar open te doen en nooit onbekenden in huis te laten. Vraag collectanten, meteropnemers en reparateurs altijd om hun legitimatie. Wie iets wil geven aan een collectant, doet er verstandig aan de deur te sluiten tijdens het geld halen en de portemonnee niet mee naar de deur te nemen.

Testament wijzigen

Prima adviezen voor mensen die bij hun volle verstand zijn, maar iemand die dementeert, is minder opgewassen tegen dit soort praktijken. Op www.politie.nl, zoekterm ‘senioren en veiligheid’ is een tipkaart te downloaden waarop snel te zien is hoe je moet handelen als er iemand aan de deur staat. Handig om bij de deur te hangen van een kwetsbare naaste.

Kom je er als familie of vrienden snel achter dat er een ongewenste aankoop is gedaan aan de deur, online of via de telefoon, dan kun je de koop binnen veertien dagen ongedaan laten maken, zonder opgaaf van reden. Dit geldt niet voor bijvoorbeeld bederfelijke of tijdsgebonden producten (zie www.consuwijzer.nl, zoek op ‘kopen op afstand’).

Zijn de veertien dagen voorbij, dan is er vaak weinig meer aan te doen. Hooguit een verzoek doen aan de verkoper om – uit coulance – de koop terug te draaien. Bij de genoemde babbeltruc-oplichters is de kans hierop waarschijnlijk klein.

Wat ook helpt, is een inschrijving in het Bel-me-niet-register (www.bel-me-niet.nl). Dat voorkomt een hoop opdringerige telefoontjes.

Er zijn kwaadwillenden die nog een stap verder gaan dan het achteroverdrukken van geldbedragen of het opdringen van een product. Zij tronen hun slachtoffer mee naar de notaris om het testament te wijzigen of een volmacht te tekenen. Tiemen van Hassel (37), kandidaat-notaris en fiscalist bij Seydlitz Notarissen en gespecialiseerd in familierecht, heeft het al diverse keren meegemaakt.

Soms is het overduidelijk dat het om misbruik gaat, vertelt hij. ‘Zo kwam een dame op leeftijd langs met haar schoonzoon met het verzoek hem in het testament gelijk aan haar eigen kinderen te bedelen. De schoonzoon voerde het woord. Toen ik zijn gegevens natrok in de gemeentelijke basisadministratie, bleek hij de maand daarvoor gescheiden te zijn van de dochter van mevrouw.’

Het was niet erg slim om dat te verzwijgen. Maar meestal is het een stuk minder duidelijk of het draait om de wil van de cliënt of van de persoon die meekomt.

‘Belangrijke indicatoren zijn wie de afspraak initieert en wie het woord voert: de persoon zelf of diens begeleider. Wat ook meespeelt, is hoe ingrijpend het is wat de cliënt wenst. Wordt door een testamentwijziging iemand onterfd ten gunste van een neef of gaat het om het opnemen van een legaat voor een kleinkind?’

Van Hassel neemt zijn cliënt altijd even apart, om beïnvloeding door degene die is meegekomen, te beperken. ‘Ik stel dan zoveel mogelijk open vragen. Twijfel ik daarna nog, dan leg ik later een verrassingsbezoek af bij de cliënt en vraag ik of hij of zij nog weet wie ik ben en wat we hebben besproken.’

Deze maatregelen staan, naast een aantal andere, ook verwoord in het ‘Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’.

Bij vermoeden van wilsonbekwaamheid schrijft dit stappenplan ook voor dat de notaris een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek laat uitvoeren door een niet-behandelend arts. Van Hassel stuit wel eens op onbegrip, als hij dat te berde brengt.

‘Maar we leven nu eenmaal in een claimcultuur. Wat als ik een testament wijzig en het wordt later door de familie aangevochten, omdat de cliënt niet wilsbekwaam zou zijn? Als ik dat zo uitleg, begrijpen mensen het vaak wel. Cliënten willen immers zelf ook dat een wijziging in het testament uiteindelijk volgens hun wensen wordt uitgevoerd.’

Voorkomen is beter

Overigens is een notaris die geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid, niet zomaar de klos, blijkt uit een uitspraak van het hof in Amsterdam in mei 2014. Een zoon verweet een notaris dat hij het stappenplan niet had gevolgd. De dementerende vader had een half jaar voor zijn overlijden zijn testament gewijzigd ten faveure van zijn tweede echtgenote.

De notaris kon echter voldoende aannemelijk maken dat hij geen redenen had om te twijfelen aan de bedoelingen van vader.

Om dit soort situaties te voorkomen, is het beter om op tijd, als je zelf nog volledig bij de pinken bent, maatregelen te nemen, zoals het opstellen van een notariële volmacht of een levenstestament. In een volmacht geeft de volmachtgever de partner, kind(eren) of iemand anders toestemming om de zaken te behartigen als hij dit zelf niet meer kan.

Datzelfde – en meer – kan worden geregeld in een levenstestament. Een levenstestament is doorgaans wat uitgebreider (zie KNB-site www.wievandedrie.nl). Naast ­financiële zaken kun je er ook allerlei medische en persoonlijke zaken in regelen. Bijvoorbeeld wie er met artsen mag overleggen, de wensen ten aanzien van een niet-behandelverklaring en/of euthanasie, maar ook wie er voor de poes moet zorgen.

Maar wat als het al te laat is om nog een volmacht of levenstestament te regelen, omdat de persoon niet meer wilsbekwaam is? Dan kunnen de naasten ervoor kiezen bewindvoering aan te vragen. De bewindvoerder krijgt dan het beheer over de bezittingen en financiën van de persoon.

Dat heeft wel wat meer voeten in de aarde dan een volmacht. Aantonen dat iemand wilsonbekwaam is, is meestal niet het probleem.

Maar voor grote uitgaven en financiële beslissingen als de verkoop van het huis, moet de bewindvoerder opnieuw naar de rechter. Bovendien moet hij elk jaar bij de rechter rekening en verantwoording afleggen over de bewindvoering, met een inkomsten- en uitgavenadministratie.

Veel mensen zullen het een prettiger idee vinden om zelf de persoon uit te kiezen die hun zaakjes mag bestieren. Het is zaak daarmee niet te lang te wachten. De nalatenschap kan misschien prima zijn geregeld, de periode tot aan het overlijden is minstens zo belangrijk.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.