economie

Hoe ziet uw pensioen eruit? 24 urgente vragen beantwoord

Door Remko Nods - 31 augustus 2015

Wie weet nog wanneer hij met pen­sioen kan en hoeveel geld er dan binnenkomt? Door nieuwe regels en problemen bij pensioenfondsen zijn veel mensen het overzicht kwijt. Elsevier beantwoordt 24 urgente vragen over uw pensioen.

Nieuwe wetgeving, strenger toezicht, vergrijzing, aangescherpte fiscale regels, versoberingen, bezuinigingen, en een financiële crisis die zeven jaar duurde. Niets is de pensioenwereld bespaard gebleven de afgelopen tien jaar. Een maatschappelijke discussie over een geheel nieuw, ‘toekomstbestendig’ stelsel loopt nog.

De impact van alle veranderingen en ontwikkelingen is enorm. Slechts een handjevol deskundigen kan nog uitleggen welke gevolgen alle veranderingen hebben voor de miljoenen mensen die pensioen opbouwen of die nu al van een pensioenuitkering afhankelijk zijn.

Wel zijn Nederlanders erachter gekomen dat het pensioen veel minder zekerheden biedt dan zij vroeger dachten, en dat de toekomst nog veel meer onzekerheden zal brengen. Pensioenfondsen genieten daardoor nog minder vertrouwen dan banken en verzekeraars.

De helft van werkend Nederland kiest ervoor zich helemaal niet te verdiepen in zijn pensioen. Het Uniform Pen­sioenoverzicht (UPO) dat werknemers jaarlijks krijgen toegestuurd, lezen zij niet.

Uit een recente enquête van onderzoeksbureau GfK blijkt dat slechts 36 procent van de Nederlandse werknemers enigszins op de hoogte is van zijn pensioen, doorgaans zijn dat mannen van boven de vijftig jaar. Vrouwen en jongeren verdiepen zich er nauwelijks in. ‘Strijken en stofzuigen zijn populairder dan het pensioenoverzicht,’ concludeerde verzekeraar Aegon onlangs ironisch in een persbericht.

En bij wie zich er wel in verdiept, leiden pensioenkwesties tot onzekerheid en ergernis: niemand weet meer waar hij aan toe is. De AOW-leeftijd ging omhoog. Pensioenaanspraken werden als gevolg van de financiële crisis bevroren of gekort. De overheid moest bezuinigen en dwong pensioenfondsen de pensioenopbouw te versoberen.

Elsevier geeft antwoord op 24 vragen over het geld voor uw oude dag.

1. Wanneer mag ik stoppen met werken?

Dat hangt af van uw financiële situatie. Een succesvolle veertigjarige ondernemer die zijn bedrijf voor 10 miljoen euro verkoopt en slim met dat geld omgaat, kan direct gaan rentenieren. Dat geldt ook voor de gelukkige die de jackpot wint in de Staatsloterij. Maar bent u  afhankelijk van AOW en een beperkt aanvullend pensioen, dan zult u moeten doorwerken tot u AOW-gerechtigd bent. Voor de meeste werknemers is dat 67 jaar, voor velen is het nog later.

2. Op welke leeftijd krijg ik AOW?

Dat hangt, voor iedereen die op of na 1 januari 1948 is geboren, af van de geboortedatum. U kunt op deze website uw geboortedatum intikken. Dan krijgt u een indicatie vanaf wanneer u AOW krijgt. Voor de meeste mensen blijft het onzeker, omdat de overheid vanaf 2022 de AOW-leeftijd verder kan verhogen als de levensverwachting stijgt.

Met de laatste prognoses van de levensverwachting van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn wel schattingen te maken. De website www.pensioenleeftijdberekenen.nl houdt rekening met deze prognoses. Een 35-jarige, geboren op 1 juli 1980, krijgt waarschijnlijk pas AOW als hij 70 jaar en drie maanden is. Volgens de wet krijgt iedereen uiterlijk vijf jaar tevoren te horen op welke datum hij AOW krijgt.

3. Als ik AOW krijg, gaat dan ook mijn aanvullend pensioen in?

Vaak wel, maar soms loopt dit niet helemaal synchroon. Veel pensioenfondsen hebben de zogeheten pensioenrichtleeftijd vastgesteld op 67 jaar. Het aanvullend pensioen wordt dan uitbetaald vanaf de eerste dag van de maand waarin de werknemer 67 jaar wordt.

De AOW begint soms later. Werknemers kunnen ervoor kiezen om het aanvullend pensioen later te laten ingaan. Voor elk jaar dat zij later met pensioen gaan dan de AOW-leeftijd, krijgen zij levenslang ongeveer 7 procent meer aanvullend pensioen.

4. Kan ik mijn aanvullend pensioen eerder laten ingaan?

De meeste fondsen bieden de mogelijkheid om het aanvullend pensioen tot vijf jaar eerder te laten beginnen. Dat is wel duur.  Als u één jaar eerder met pensioen gaat, ontvangt u levenslang zo’n 7 procent minder aanvullend pensioen per jaar. Stopt u vijf jaar eerder, dan krijgt u zo’n 28 procent minder.

Voor werknemers met een hoog salaris en hoge pensioenaanspraken, die nauwelijks afhankelijk zijn van de AOW, schept dit de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan. Ook is het mogelijk eerder parttime te gaan werken, en het aanvullend pensioen gedeeltelijk te laten uitbetalen.

5. Hoe hoog is de AOW als ik met pensioen ga?

In principe is de AOW een uitkering op bijstandsniveau, 70 procent van het minimumloon. De overheid toetst tweemaal per jaar of de AOW aan de inflatie moet worden aangepast. Als u een (jongere) partner hebt, dan krijgt u 50 procent van het minimumloon als AOW.

Uw partner heeft een individueel recht op AOW, zodra hij de AOW-­gerechtigde leeftijd bereikt. Samen krijgt u dan 100 procent van het minimumloon. Dat is vanaf 1 juli dit jaar 1.460,36 euro netto per maand, exclusief vakantiegeld.

6. Mag ik naast de AOW werken? Is dat fiscaal aantrekkelijk?

Niemand belet u om naast de AOW bij te verdienen, parttime of fulltime. Ruim 10 procent van de AOW-gerechtigden heeft betaald werk. Fiscaal is dit aantrekkelijk, omdat AOW-gerechtigden in de eerste twee belastingschijven te maken hebben met een lager tarief en netto meer overhouden. Er zijn speciale uitzendbureaus voor gepen­sioneerden en er is een vacaturebank.

7. Betaal ik (extra) belasting over AOW en aanvullend pensioen?

Wie na 2011 AOW kreeg, betaalt iets meer belasting dan oudere generaties, doordat de grens van de tweede schijf in de inkomstenbelasting sindsdien niet meer volledig aan de inflatie wordt aangepast. Gepensioneerden betalen daardoor eerder het hogere 42-procent-tarief van de derde schijf. Dit is ingevoerd om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Mensen die met pensioen gaan, betalen desondanks veel minder belasting en socia­­le premies over hun pensioeninkomen, zolang dat niet meer dan circa 34.000 euro bruto is. Is het pensioen, inclusief AOW, hoger dan circa 34.000 euro (de grens van de derde belastingschijf), dan betalen zij over het meerdere evenveel als werkenden.

Ook goed om in de gaten te houden: wie in de loop van 2015 voor het eerst AOW krijgt, betaalt meer belasting dan oudere gepen­sioneerden, omdat het hogere tarief voor werkenden is verschuldigd over alle maanden tussen 1 januari en de pensionering.

8. Waarom bouwt niet iedereen volledige AOW op?

In principe bouwt iedereen die in Nederland woont of werkt, in 50 jaar tijd een volledige AOW-uitkering op. Dit geldt ook voor mensen die nooit een betaalde baan hebben gehad. Immigranten, die later in Nederland zijn komen wonen, bouwen geen volledige AOW op, tenzij ze zich daarvoor bijverzekeren.

Ook Nederlandse expats, die tijdelijk in het buitenland hebben gewerkt, hebben een ‘AOW-gat’. Voor elk jaar dat zij niet hier woonden, wordt de AOW met 2 procent gekort. Ook mensen die wel in Nederland wonen maar zonder detacheringsverklaring in het buitenland werken, kunnen hiermee te maken krijgen.

Dit geldt ook voor wie hier woont maar voor de ambassade van een ander land werkt of bij een internationale organisatie. Alle uitzonderingen zijn hier te vinden. Gepensioneerden die door een AOW-gat onder het bestaansminimum zakken, krijgen een aanvulling uit de bijstand.

9. Hoeveel geld heb ik nodig om mijn huidige levensstandaard te kunnen voortzetten?

Dat hangt sterk af van uw persoonlijke situatie. Iemand met een hypotheekvrij huis en weinig dure hobby’s kan met veel minder geld toe dan iemand die nog twee studerende kinderen onderhoudt en drie keer per jaar op vakantie wil. U kunt het checken door een begroting op te stellen.

Uit enquêtes onder werknemers blijkt dat de meesten er nog altijd van uitgaan dat zij 70 procent van hun laatste brutosalaris als pensioen krijgen. Die norm haalt vrijwel niemand meer, omdat 85 procent van de werknemers tegenwoordig een pensioen opbouwt op basis van het gemiddelde salaris gedurende de loopbaan.

Het gemiddelde loon is doorgaans aanzienlijk lager dan het salaris vlak voor de pensioendatum. Werknemers die tenminste 40 jaar lang pensioen opbouwen, moeten in de praktijk genoegen nemen met een pensioen van circa 50 tot 60 procent van hun laatst verdiende brutosalaris. Netto is dit 70 tot 80 procent van het laatste nettoloon, omdat gepensioneerden minder belasting betalen dan werkenden.

10. Ik heb een uitkering. Stopt die op mijn 65ste ?

Nee. Bijstands- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen lopen in principe door totdat iemand AOW krijgt, ook als dat pas met 67 is.

11. Op het pensioenoverzicht staat hoeveel pensioen ik heb opgebouwd. Krijg ik dat ook?

Dat is niet zeker. Als het fonds langdurig in financiële problemen komt, kan een korting op de pensioenaanspraken en uitkeringen noodzakelijk zijn. Als het fonds er later weer goed voorstaat, kunnen de rechten worden aangepast aan de inflatie, waardoor u op een hoger bedrag uitkomt dan het pensioenoverzicht nu aangeeft.

12. Mijn pensioen staat bij een verzekeraar. Wat heeft dat voor consequenties?

Waarschijnlijk hebt u dan een zogeheten  premieregeling. Daarin staat de pensioenpremie vast, maar is de uitkering afhankelijk van de beleggingsopbrengsten en de rentestand op het moment dat u met pensioen gaat. Als de rente dan zeer laag is, moet u rekening houden met een lager pensioen.

13. Mijn pensioenfonds staat er slecht voor. Welke gevolgen heeft dat?

Mogelijk moet uw pensioen worden gekort. Fondsen mogen kortingen echter uitsmeren over een periode van 10 jaar, om al te grote schokken te voorkomen. Ook als uw pen­sioen niet hoeft te worden gekort, is de kans groot dat uw pensioen lange tijd niet aan de inflatie kan worden aangepast.

Fondsen mogen de pensioenaanspraken en -uitkeringen pas (gedeeltelijk) indexeren als hun pensioenvermogen minimaal 10 procent hoger is dan de pensioenverplichtingen.

14. Het pensioenfonds van mijn vorige baas heeft mijn aanspraken van 20.000 euro al vijf jaar niet aangepast aan de inflatie. Wat kost mij dit?

De totale inflatie was de afgelopen 5 jaar circa 12 procent. Als uw pensioen wel was geïndexeerd, had u nu bijna 2.400 euro extra pensioen opgebouwd. Mocht uw fonds in de nabije toekomst herstellen, dan bestaat de mogelijkheid dat de misgelopen indexaties geleidelijk worden ingehaald. Veel fondsen hebben echter het beleid om misgelopen indexaties, die ouder zijn dan 10 jaar, niet meer weg te werken.

15. Ik ben 55 jaar en wil over 12 jaar met pensioen. Vorig jaar verlaagde het pensioenfonds mijn pensioenopbouw tot 1,75 procent. Welke gevolgen heeft dat?

Door de verlaging van jaarlijks 2 naar 1,75 procent bouwt u de komende 12 jaar in totaal 3 procent minder pensioen op. Bij een pensioengrondslag van 25.000 euro scheelt dat 750 euro bruto per jaar. De pensioengrondslag is uw brutosalaris, minus de zogeheten franchise – het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, omdat dit deel al wordt gedekt door de AOW.

16. Mijn pensioenfonds heeft de jaarlijkse opbouw verlaagd van 2 naar 1,75 procent. De premie is even hoog gebleven. Bouw ik nu minder op voor hetzelfde geld?

Helaas wel. Waarschijnlijk staat uw pen­sioenfonds er zo zwak voor, dat het een opslag op de premie moet hanteren om sneller te kunnen herstellen. Het bestuur van uw fonds kan daartoe zelf hebben besloten, of daartoe zijn gedwongen door toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB).

17. Heeft het zin extra geld opzij te zetten om mijn pensioen aan te vullen? Hoe doe ik dat?

Extra geld opzij zetten is altijd verstandig, maar door de lage rente is het zeer lastig om daarmee uw pensioen te verbeteren. Als u over 30 jaar 1.000 euro wilt hebben, moet u bij een spaarrente van 4 procent nu 308 euro opzij zetten. Bij een spaarrente van 1 procent moet u 742 euro inleggen.

Door de lage rente is het ook duur om met een lijfrentepolis extra pensioen in te kopen bij een verzekeraar. Jonge werknemers en zzp’ers die hun pensioen willen bijspijkeren, kunnen maandelijks een bedrag in een beleggingsfonds steken. Daar zitten risico’s aan, maar de kans op een aardig rendement is groter.

18. Heeft het kabinet de mogelijkheid voor hogere inkomens beperkt om met fiscale steun pensioen op te bouwen?

Ja. Sinds begin 2015 kunnen werknemers die meer verdienen dan 100.000 euro bruto per jaar (dat zijn er circa 140.000) geen pensioen meer opbouwen over het salaris boven de ton. Doen zij dit wel, dan verklaart de Belastingdienst de regeling ‘fiscaal bovenmatig’. De pensioenpremie is in dat geval niet aftrekbaar en de pensioenaanspraak wordt jaarlijks belast.

Deze fiscale maatregel heeft ook belangrijke gevolgen voor het nabestaandenpen­sioen voor de partner, omdat dit is gekoppeld aan het ouderdomspensioen. Werknemers kunnen het lagere nabestaanden­pensioen neutraliseren met een overlijdensrisicoverzekering.

Een beperkt aantal pensioenfondsen biedt veelverdienende werknemers ter compensatie een zogeheten nettopensioenregeling aan. Ze betalen dan vrijwillig pensioenpremie uit hun nettosalaris. Meestal laten veelverdieners zich compenseren met een hoger salaris, en bouwen ze zelf vermogen op.

19. Waar moet ik op letten als ik van baan verander?

In veel gevallen zult u binnen zes maanden moeten beslissen of u uw opgebouwde pensioen wilt overhevelen naar het fonds waarbij uw nieuwe werkgever is aangesloten. Overdracht is soms voordelig, maar lang niet altijd. Dit hangt van veel af.

Is de nieu­we regeling kwalitatief beter of juist minder? Staat het nieuwe fonds er financieel goed voor, of juist niet? In alle gevallen is het raadzaam een adviseur te raadplegen. Een verkeerde beslissing kan u tienduizenden euro’s kosten.

20. Als ik mijn baan verlies, raak ik dan ook een deel van mijn pensioen kwijt?

Zolang u geen nieuwe baan vindt, bouwt u geen nieuwe pensioenrechten op. Daardoor kunt u bij pensionering een lagere pen­sioenuitkering krijgen dan u aanvankelijk had verwacht. Maar de pensioenaanspraken die u tot nu toe hebt opgebouwd, blijven wel bestaan.

Belandt u in de bijstand, dan bouwt u evenmin aanvullend pensioen op. Bij pensionering krijgt u sowieso AOW – die even hoog is als de bijstand. Verliest u uw baan doordat u arbeidsongeschikt werd, dan kan de pensioenopbouw in veel gevallen worden voortgezet.

21. Ik heb meerdere werkgevers gehad. Waar kan ik vinden hoe hoog mijn totale pensioen is?

Op deze website vindt u met uw DigiD een overzicht van uw pensioenaanspraken, inclusief AOW. Let wel: de aanvullende pensioenrechten, boven op de AOW, zijn niet spijkerhard. Als een, of meerdere, van de pensioenfondsen waar u pensioen opbouwde in de problemen komt, kan het pensioen worden gekort.

Omdat lang niet zeker is of pensioenaanspraken steeds aan de inflatie kunnen worden aangepast, blijft het onzeker wat u te zijner tijd nog kunt kopen voor het bedrag dat u nu op uw pensioenoverzicht ziet. Rekent u zich dus niet rijk.

22. Hoeveel kost mijn pensioen eigenlijk ten opzichte van wat ik straks krijg?

Pensioen is een dure arbeidsvoorwaarde. Als u op uw loonstrook ziet dat er 250 euro premie is ingehouden, dan legt de werkgever daar meestal nog 500 euro per maand bij. Ruwweg kost een goede pensioenvoorziening, inclusief nabestaandenpensioen, u en uw werkgever 20 procent van uw brutosalaris.

Als u onverhoopt een dag na uw pensionering overlijdt, ziet u er zelf niets van terug. Uw eventuele partner krijgt dan wel een nabestaandenpensioen. Als u 100 jaar oud wordt, bent u aanzienlijk beter af.

Hoeveel u terugkrijgt van uw inleg, hangt af van de mate waarin uw pensioen jaarlijks kan worden aangepast aan de inflatie. Pensioenexperts hanteren veelal deze vuistregel: iemand die 40 jaar lang pensioen opbouwt, dat elk jaar kan worden geïndexeerd, krijgt ongeveer vier keer zoveel euro’s aan pensioen als hij met zijn werkgever aan premie heeft ingelegd.

Als het pensioenfonds de pensioenrechten gedurende 40 jaar opbouw nooit kan indexeren, krijgt de werknemer slechts circa twee keer de ingelegde premie terug in de vorm van een pensioenuitkering.

23. Blijft de AOW voor iedereen gelijk? Of wordt zij straks inkomensafhankelijk of gekort als ik vermogend ben?

Helemaal uit te sluiten is dit nooit. Maar als een kabinet om politieke redenen de AOW inkomensafhankelijk maakt, staat het hele stelsel van het aanvullend pensioen op drijfzand, want aanvullende pensioenregelingen gaan ervan uit dat iedereen een AOW-uitkering krijgt. Ook zeer vermogende mensen krijgen nu AOW. Dat is tot nu toe niet ter discussie gesteld.

De kans dat de overheid de AOW helemaal afschaft, is nihil. In dat geval zou de overheid gepensioneerden zonder enige pensioenvoorziening een bijstandsuitkering moeten verstrekken, die even hoog is als de AOW.

24. Wat gebeurt er als mijn pensioenfonds of mijn pensioenverzekeraar failliet gaat?

Een pensioenfonds kan in financiële problemen raken, maar kan technisch gezien niet failliet gaan. Als een fonds te weinig vermogen heeft om alle verplichtingen na te komen, worden pensioenen geleidelijk gekort, net zolang totdat het evenwicht tussen vermogen en verplichtingen is hersteld. Dan verdampt dus wel een deel van uw pen­sioen.

Een commerciële pensioenverzekeraar kan wel failliet gaan, maar die kans is zeer klein, omdat de toezichthouder, DNB, zeer strenge kapitaaleisen stelt. Verzekeraars moeten omvangrijke kapitaalbuffers aanhouden om te borgen dat zij hun verplichtingen kunnen nakomen.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.