economie

Olieprijs blijft laag, maar consument profiteert nauwelijks

Door Michiel Dijkstra - 10 augustus 2015

Olie kost nu 50 dollar per vat en zal de komende jaren niet veel duurder worden, verwachten experts. Aan de pomp merken we er weinig van.

Bedrukte gezichten bij de presentatie van de kwartaalcijfers van Shell eind juli. Het olie- en gasconcern zag zijn winst dalen naar 3,1 miljard euro, eenderde minder dan afgelopen jaar. Topman Ben van Beurden zei dat Shell zich schrap zet voor ‘een wereld waarin olieprijzen voor enige jaren laag kunnen blijven’. Het bedrijf schrapt 6.500 banen.

Velen in de oliewereld gingen ervan uit dat de olieprijs, die was gezakt van 100 dollar per vat in juli 2014 naar 50 dollar begin 2015, snel zou herstellen. Nu dringt het besef door dat hoge prijzen voorlopig niet terugkomen.

Zakenbank Goldman Sachs voorziet zelfs dat de prijs van een vat olie tot 2020 niet boven de 50 dollar uitkomt. Andere experts gaan niet zo ver – zo gaat de ­Wereldbank uit van een prijs per vat van 71,90 dollar in 2020 – maar de consensus is helder: olie blijft voorlopig goedkoop.

De olieprijs maakte begin dit jaar zo’n duikeling doordat de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, had besloten om de productie op peil te houden. Iedereen had op een daling gerekend: zo drijft het exportkartel doorgaans de prijs op – en dus zijn winst.

Putten

De machtige Saudische olieminister Ali al-Naimi, die in de OPEC min of meer de dienst uitmaakt, wilde met de hoge productie de prijs omlaagbrengen en zo olieproducenten met hogere kosten uit de markt te drukken.

Zijn plan was vooral gericht op de kleine oliebedrijven in de Verenigde Staten die olie winnen uit schalie­lagen, harde kleisteenlagen onder de grond. Die pompen inmiddels zo veel op dat Amerika nauwelijks olie uit andere delen van de ­wereld nodig heeft, al produceren ze tegen hogere kosten.

Winst maken deze bedrijven als de olieprijs hoger is dan 62 dollar per vat, schatte onderzoeks­bureau Rystad Energy begin dit jaar. Saudi-Arabië komt bij een prijs van 29 dollar al in de plus uit.

Het Saudische plan lukt niet, blijkt nu. De winning van Amerikaanse schalie-oliebedrijven daalde niet, ze bleef in het eerste half jaar van 2015 op peil. Ze slaan minder putten, maar door technologische verbeteringen halen ze meer olie boven.

Dankzij die verbeteringsslag werken ze ook goedkoper. Pioneer Natural Resources kondigde ­vorige week aan dat het de olieproductie voor de rest van het jaar met 10 procent zal verhogen. Het is het vierde Amerikaanse schalie-oliebedrijf met een dergelijke mededeling. Saudi-Arabië heeft zich zwaar verkeken.

Verlagen

Zeker als ook de atoomdeal met Iran in juli wordt ingecalculeerd. Als de sancties tegen de Islamitische Republiek inderdaad worden opgeheven, dan kan ze de export direct met 500.000 vaten per dag verhogen, schatte de – wel erg optimistische – Iraanse olieminister Bijan Namdar Zangeneh. En dat in een tijd waarin olieproducenten al moeten vechten om marktaandeel.

Grote importlanden als Zuid-Korea en Japan hebben het voor het uitkiezen. Nederland haalt net als de rest van Europa de meeste olie uit Rusland, maar ook dat land moet onder druk van het internationale aanbod zijn prijzen flink verlagen.

De oliegrootmachten verkeren in zwaar weer. De Russische roebel verloor in juli ruim 10 procent van zijn waarde. Dat raakt Russen in de portemonnee: spullen uit het buitenland worden duurder.

Saudi-Arabië heeft dit jaar door de lagere olie-inkomsten een begrotingsgat van omgerekend 120 miljard euro, aldus het Internationaal Monetair Fonds. Dat is veel voor een economie die kleiner is dan die van Nederland. Het koninkrijk teert in razend tempo in op zijn financiële reserves.

Verkoopmarge

De naastgelegen Verenigde Arabische Emiraten besloten begin augustus om de subsidie op benzine af te schaffen om de begroting op orde te brengen. Een ongekende maatregel in een regio waar autocraten de bevolking tevreden houden met zulke douceurtjes. In Saudi-Arabië kost benzine 15 cent per liter.

Nederlanders merken aan de pomp weinig van de lagere olieprijzen. Eén liter benzine is met 1,71 euro duurder dan begin dit jaar, toen de brandstof 1,59 euro kostte. Deels komt dit door de aantrekkende Amerikaanse economie. De Verenigde Staten importeren meer olie omdat de productie er snel stijgt.

De dollar, de valuta waarin ruwe olie wordt afgerekend, is in waarde gestegen. Europeanen profiteren daardoor minder van de goedkope olie dan Amerikanen.

Ten slotte verdween dat voordeel deels in de zakken van olieraffinaderijen, die hun verkoopmarge op benzine opschroefden. Het was zowat het enige lichtpuntje in de kwartaalcijfers van Shell: de winst op zijn raffinageactiviteiten was met 12 procent gestegen.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.