economie

Spaarrente onder 1 procent: vijf beleggingstips

Door Servaas van der Laan - 20 augustus 2015

Nu de spaarrente onder de 1 procent is gezakt, loont het nauwelijks nog de moeite om uw geld op een spaarrekening te laten staan. Elsevier geeft vijf tips voor spaarders die overwegen om te gaan beleggen.

De gemiddelde spaarrente is halverwege augustus gezakt tot onder de 1 procent. Rabobank (0,80%), ABN Amro (0,80%) en ING (0,90%) zitten zelfs onder dat gemiddelde.

Spaarders zijn de dupe van het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), die met haar lage rente alle commerciële rentetarieven omlaagdrukt. Wie niet uitkijkt, ziet zijn vermogen verdampen. Want niet alleen de spaarrente is laag. De fiscus roomt het spaargeld vakkundig af. Jaarlijks heft hij 1,2 procent belasting, behoudens een vrijstelling van 21.330 euro.

Steeds meer spaarders overwegen om die reden om over te stappen op beleggen. Zoals bekend neemt het hogere rendement van beleggen ook een hoger risico met zich mee. Om grote teleurstellingen te voorkomen, kunnen deze vijf tips u wellicht helpen:

1. Wacht niet met instappen

Is het nu wel het juiste moment om te beginnen? Kan ik niet beter even afwachten?’ Dit zijn vaak gestelde vragen van spaarders die willen beleggen. Het probleem is dat niemand met grote zekerheid kan zeggen of aandelen nu goedkoop of duur zijn.

Financiële bestuurders kijken het liefst naar de zogeheten risicopremie op aandelen. Dat is het verschil tussen het verwachte rendement op aandelen en het rendement op staatsobligaties. Hoe groter het verschil, hoe aantrekkelijker aandelen zijn. De risicopremie is nu veel hoger dan het historisch gemiddelde van 1,8 procentpunt. Zo bezien zijn Europese aandelen relatief goedkoop, ervan uitgaande dat de verwachtingen over het rendement op aandelen niet te optimistisch zijn.

Analisten kijken liever hoeveel de koersen zijn gestegen sinds het laatste hoogtepunt (9 oktober 2007) en sinds het laatste dieptepunt (9 maart 2009). Wat blijkt? Europese aandelen zijn volgens berekeningen van de zakenbank J.P. Morgan sinds maart 2009 gemiddeld 168 procent in waarde gestegen. Ten opzichte van de vorige piek in 2007 zijn ze 25 procent duurder. Je zou hieruit kunnen concluderen dat het wel erg hard omhoog is gegaan.

Analisten kijken ook naar de verhouding tussen de koers en de winst per aandeel. Die vergelijken ze met de gemiddelde koerswinstverhouding in de afgelopen vijftien jaar. Volgens deze maatstaf zijn Europese aandelen nu ruim 13 procent te hoog gewaardeerd en zijn op de Europese aandelenmarkt alleen energieconcerns en telecombedrijven nog aantrekkelijk geprijsd. De rest is te duur.

2. Leg elke maand een VAST bedrag in

Eigenlijk doen beleggers er beter aan helemaal niet te proberen om analyses van beleggingsexperts te doorgronden. Het optimale moment om in de aandelenmarkt te stappen of juist beleggingen te verkopen, vindt u toch niet. Onervaren beleggers kunnen beter per maand of kwartaal een vast bedrag beleggen, net zoals ze nu ook elke maand geld op hun spaarrekening inleggen. Dan middelen ze dure en goedkope aankopen automatisch.

Risico’s zijn er uiteraard, maar die zijn er altijd. De belangrijkste op dit moment zijn volgens economen van vermogensbeheerders van geopolitieke aard (Oekraïne, Griekenland). Ze noemen verder het mogelijk mislukken van het beleid van de ECB. Dat zou kunnen leiden tot het beruchte ‘Japan-scenario’, met aanhoudende prijsdalingen en economische stagnatie.

3. Beleg alleen geld dat u niet nodig hebt

Een belegger moet zich altijd afvragen hoelang hij het geld kan missen. Beleg nooit met geld dat u straks nodig hebt voor de studie van uw kinderen. Uw beleggingshorizon zal minimaal 8 tot 10 jaar moeten zijn, maar liever 15 tot 20 jaar of nog langer. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe meer risico u kunt nemen door meer in aandelen te beleggen, omdat u dan voldoende tijd hebt om te herstellen van koersdalingen die onvermijdelijk ook voorkomen.

Hoeveel risico een belegger aankan, is niet alleen afhankelijk van zijn financiële positie, maar ook van zijn persoonlijke bereidheid om risico’s te nemen. Een geslaagde ondernemer van 40 jaar zal meer risico durven nemen dan een 55-jarige zzp’er zonder enige pensioenvoorziening.

4. Spreid risico’s

Zonder voldoende spreiding wordt bijna elke beleggingsportefeuille een fiasco. ‘Spreiding moet de hoeksteen van je beleggingsstrategie zijn,’ zo luidt de befaamde uitspraak van de gevierde Amerikaanse belegger John Templeton.

Beginnende beleggers hebben de neiging om hun aandelenbeleggingen te concentreren in sectoren die zij zelf veelbelovend achten. Op dit moment is biotechnologie de sector die veel particuliere beleggers lokt. Maar het is voor buitenstaanders onmogelijk te voorspellen welke biotechnologiebedrijven aan de vooravond van een grote doorbraak staan. Uitsluitend beleggen in een bepaalde, veelbelovende sector is een beproefd recept voor teleurstellingen. Ook geografische spreiding is van belang.

5. Kies een doel: pensioen of vermogensgroei

Beleggers moeten zich afvragen: wat is het doel van mijn beleggingen? Een pensioeninkomen voor later? Dan is voorzichtiger beleggen verstandig om te voorkomen dat je grote verliezen lijdt.

Gaat het om vermogen opbouwen, en is het pensioen bij wijze van spreken al veiliggesteld? Dan is offensiever beleggen een optie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.