economie

‘Eurogroep laat effectiviteit van noodsteun niet controleren’

Door Thomas Borst - 10 september 2015

De Algemene Rekenkamer schrijft in een onderzoeksrapport dat het onduidelijk is waar de miljarden euro’s aan noodsteun die de Grieken en andere eurolanden ontvangen, exact heen zijn gegaan.

De Rekenkamer publiceerde donderdag de uitkomsten van een onderzoek naar de inzet van Europese noodfondsen tussen 2010 en 2015.

Het onderzoek bracht een aantal zorgelijke conclusies naar buiten. Zo konden de onderzoekers er niet achter komen waar de geleende miljarden van de Europese noodfondsen precies terecht zijn gekomen. Er is onderzoek gedaan naar de steunprogramma’s voor Griekenland, Ierland en Spanje.

Ook wordt er niet onafhankelijk geëvalueerd naar de effectiviteit van de van de noodsteun aan de landen die in financiële nood zitten. Alleen het Internationaal Monetair Fonds (IMF) evalueerde de effectiviteit van de noodsteun een aantal keer.

Te weinig controle

De eurogroep verantwoordt zich onvoldoende over de noodsteun. De groep met ministers van Financiën uit de eurolanden is de belangrijkste besluitvormer over de Europese noodfondsen voeren ook te weinig democratische controle uit over de steunpakketten.

Een groot deel van de financiële injecties is al besteed door de landen, maar de onafhankelijke controle over de desbetreffende uitgaven ontbreekt.

De Rekenkamer geeft aan dat het controleren van de effecten van de Europese steunprogramma’s lastig is uit te voeren, omdat de meeste besluiten over de noodfondsen onder grote tijdsdruk genomen zijn.

De tijdsdruk is ontstaan door het snel teruglopende vertrouwen van de financiële markten in landen als Griekenland, Italië en Ierland.

De haast waarin de steunprogramma’s in elkaar zijn gezet, is terug te zien aan de ‘vormgeving van de programma’s’ valt te lezen in het rapport. Omdat de rust intussen relatief is teruggekeerd, zijn er meer mogelijkheden tot controle en evaluatie.

Aanbevelingen

De eurogroep moet volgens de Rekenkamer een voorbeeld nemen aan het IMF en de steunprogramma’s laten evalueren door een onafhankelijke instantie. Bij de evaluaties moet de aandacht worden gevestigd op de totstandkoming en uitvoering van de programma’s.

De landen die geld uit noodfondsen lenen, moeten in kaart brengen waaraan de steun expliciet is besteed. Ook deze rapportage moet worden uitgevoerd door een onafhankelijke instantie.

Minister van Financiën Jeroen Dijsslbloem (PvdA) zegt in een reactie dat hij de onderzoeksresultaten onder de aandacht zal brengen bij de Europese Commissie. Hij onderschrijft dat er meer toezicht moet komen op de kwaliteit van financiële informatie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.