economie

Geniaal concept: een dure doos met schone lucht

Door Jean Dohmen - 14 september 2015

Jean Dohmen, chef economie op de redactie van Elsevier, ontdekt dat luchtzuiverende planten een modieus gat in de markt zijn.

Er staan twee planten in mijn huis waar ik van mijn vrouw niet aan mag komen. Twee weken geleden ging de deurbel. In zijn handen had de postbode een grote witte doos, waaruit korrels aarde vielen. ‘Planten,’ zei de man.

Om het te bewijzen, schudde hij de doos een paar keer op en neer. Nog meer korrels vielen op de grond. ‘Ziet u? Dat gebeurt bij een paar schoenen dus niet. Mensen met weinig tijd kopen steeds vaker ook hun planten online.’

De doos was voor mijn vrouw, inderdaad iemand met weinig tijd. Zij was er niet. Als een mens nieuwsgierig is, dan duurt wachten het langst. Toen zij oneindig veel later met een mesje het karton opensneed, staarden twee kleine groene varens ons aan. Dankzij mijn huwelijk in gemeenschap van goederen was ik mede-eigenaar geworden van twee ‘Ogreen Clean Machines’, levende luchtzuiveraars. Op elk varentje zat een ronde zwarte sticker met de tekst ’23 m2 clean air’.

Plant fuel

Uiteraard wil je dan als mede-eigenaar graag weten wat die schone lucht kost. Negen euro en 50 cent per stuk, verklapte de nota. Dat vind ik best veel geld voor twee broertjes van het geslacht Adiantum, die je online zonder mooie folder en zwarte sticker op de bladeren voor minder dan de helft kunt krijgen.

Maar dan schijn je dus niet te weten hoeveel troep erbij is gegooid om ze net zo groen te krijgen als die twee van ons. Het in de doos verstopte flesje ‘plant fuel’, dat het ‘metabolisme’ van onze nieuwe vrienden moet stimuleren, stond voor nog eens 6 euro en 50 cent op de rekening. Een geniaal concept. Ik wou dat ik het zelf had bedacht.

Het voeren van de varens moet helaas volgens een strikt rooster gebeuren, reden waarom ik er met mijn vingers vanaf moet blijven. Planten mogen mij niet en gaan uit protest meestal snel dood.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.