economie

Is in Nederland werkelijk sprake van een armoedeprobleem?

Door Nic Vrieselaar - 08 september 2015

Het is een geliefd stokpaardje van veel politici: bittere armoede in Nederland. Onverstoorbaar wekken zij de suggestie dat miljoenen mensen in dit land het hoofd niet boven water kunnen houden. Elsevier ging op zoek naar de feiten.

Autowrakken, gammele huizen of kinderen in lompen zul je in Heechterp-Schieringen niet vinden. Wie de wijk in Leeuwarden inloopt, ziet vooral gemaaide gazonnetjes en schone straten. Toch is dit, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de buurt in Nederland waar relatief gezien de meeste mensen onder de armoedegrens leven: bijna 29 procent. De werkloosheid is er hoog en van de 3.700 bewoners zitten er zo’n 650 in de bijstand.

Armoede is in het rijke Nederland een relatief begrip. Vergeleken met de omstandigheden waarin armen in Afrika of Zuid-Amerika leven, hebben de inwoners van de Friese wijk het nog niet zo slecht. Toch staat de discussie over armoede in eigen land weer volop in de schijnwerpers sinds in 2008 een economische crisis begon.

Media berichten over onderzoeken waaruit zou blijken dat honderdduizenden, zelfs miljoenen Nederlanders onder de armoedegrens leven. Gealarmeerd trok het kabinet-

Rutte II extra geld uit voor armoedebestrijding: 80 miljoen euro in 2014 en per 2015 jaarlijks structureel 100 miljoen. Wanneer leeft iemand in Nederland in armoede?

En hoe groot is het armoedeprobleem hier eigenlijk? Die vragen blijken niet zo eenvoudig te beantwoorden. Er zijn verschillende definities van armoede, die iemand de ene keer wel, en de andere keer niet als arm bestempelen.

Wie graag benadrukt hoe erg  de situatie hier is, wijst op de cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. Volgens die cijfers liepen in 2013, het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn, ruim 2,6 miljoen Nederlanders het risico op armoede of sociale uitsluiting. Oftewel 15,9 procent van de totale bevolking.

Wie de Europese cijfers beter bekijkt, ontdekt dat er veel op valt af te dingen. De gekozen definitie van armoede is bijvoorbeeld erg ruim: niet alleen een laag inkomen of weinig werk, maar ook een gebrek aan luxe weegt zwaar. Wie geen auto, geen telefoon en geen kleurentelevisie heeft, bevindt zich in de visie van Eurostat al in de gevarenzone. Zo wordt armoede een wel erg rekbaar begrip.

Gevarenzone

Een concretere maatstaf is die van het So­ciaal en Cultureel Planbureau (SCP) in  Armoedesignalement, dat sinds 2010 jaarlijks verschijnt. Het SCP berekent met budgetvoorlichter Nibud wat iemand nodig heeft om in Nederland een huishouden te kunnen voeren. Wie minder heeft, geldt als ‘arm’.

De grens was in 2013 voor een alleenstaande netto 1.061 euro per maand. Een gezin met twee kinderen heeft maandelijks minimaal 1.990 euro nodig om het hoofd boven water te houden.

Wordt deze definitie toegepast, dan daalt het aantal ‘arme’ mensen in één klap met de helft tot 1,3 miljoen – minder dan 8 procent van de totale bevolking.

Het SCP-onderzoek maakt ook korte metten met een aantal hardnekkige vooroordelen. Zoals het idee dat gepensioneerden armer zijn dan jongeren. Iets meer dan 3 procent van de 65-plussers had in 2013 een inkomen onder de armoedegrens, fors minder dan het landelijke gemiddelde. De meeste gepensioneerde Nederlanders – bijna negen van de tien – ontvangen zowel een AOW-uitkering (bijna 1.060 euro netto per maand voor een alleenstaande) als een aanvullend pensioen.

Ook is het leven van een bijstandsuit­kering geen synoniem voor een leven in armoede. Minder dan de helft van de bijstandsontvangers verdiende volgens de definitie van het SCP in 2013 het stempel ‘arm’. Een bijstandsuitkering valt in de meeste gevallen weliswaar onder de armoedegrens, maar wie in de bijstand zit, kan dankzij allerlei financiële regelingen weer ruim boven de armoedegrens uitkomen. De huurtoeslag bijvoorbeeld kan maandelijks oplopen tot 286 euro.

Dat geldt ook voor Yolanda (45) uit Heechterp-Schieringen. Ze woont samen met haar zoon van negen jaar. Sinds ze acht jaar geleden is gescheiden, leeft ze van de alimentatie van haar ex-man, die met gemeenschapsgeld wordt aangevuld tot het bijstandsniveau voor een alleenstaande. Dit jaar is dat 963 euro per maand.

Naast huurtoeslag krijgt Yolanda zorgtoeslag (78 euro per maand), kinderbijslag (bijna 78 euro per maand) en kindgebonden budget (340 euro per maand). Daardoor komt ze boven de armoedegrens uit. ‘Ik kan prima rondkomen. Ik heb geen telefoon met mobiel internet, roken en drinken doe ik niet. Daardoor hou ik geld over voor een autootje en kan ik zelfs wat opzijzetten voor noodgevallen.’ Ze doet vrijwilligerswerk. Behoefte aan een baan heeft ze naar eigen zeggen niet.

Uit onderzoek van Divosa, de vereniging van managers van sociale diensten, blijkt dat zo’n 9 procent van de bijstandsgerechtigden een legale bijbaan heeft, waarmee ze pakweg 500 euro per maand verdienen.

In een groot deel van de gemeenten mogen zij de inkomsten gedeeltelijk houden. Niet precies bekend is hoeveel mensen met een uitkering zwart werken. Een deel van de mensen in de bijstand stroomt door naar een betaalde baan.

Wat velen niet weten, is dat de grootste groep die onder de armoedegrens leeft, geen uitkering krijgt, maar (fulltime) werkt en een eigen inkomen heeft, zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Tegenover elke bijstandsontvanger onder de armoedegrens van het SCP staan twee werkenden die niet boven die grens uitkomen.

Dat is volgens econoom Lei Delsen (63) van de Radboud Universiteit Nijmegen een trend van de laatste jaren: ‘Het aantal zzp’ers neemt hard toe. Zij hebben een grotere kans op magere jaren waarin ze niet genoeg verdienen.’ Van de zelfstandige ondernemers verdiende in 2013 12,5 procent minder dan de armoedegrens. Dat is fors meer dan het aantal ‘arme’ Nederlanders die voor een baas werkten.

Luxe

Maar hoe arm zijn zij nu echt? Uit het SCP­onderzoek blijkt dat 57 procent van de mensen die onder de armoedegrens vallen, daarvan kan rondkomen, of zelfs geld overhoudt. Het SCP hanteert namelijk een ruime definitie voor armoede, waaronder de (on)­mogelijkheid tot luxe uitgaven valt, zoals een kaartje voor de trein, een bloemetje bij het op bezoek gaan, contributie voor de sportclub en heel af en toe een biertje in de kroeg.

‘Daarmee plak je een sociale norm op armoede,’ vindt Joop Hartog (69), emeritus hoogleraar economie van de Universiteit van Amsterdam. ‘Of je wel of niet arm bent, hangt er dan van af of je voldoende overhoudt om je kinderen naar voetbal te kunnen sturen – niet of je honger lijdt en geen dak boven je hoofd hebt.’

Het begrip ‘armoede’ wordt in Nederland vooral gebruikt om aan te geven dat mensen zich niet alle geneugten van de maatschappij kunnen laten welgevallen of zich minder luxe kunnen permitteren dan de rest.

Alsof de onderzoekers van het SCP zulke kritiek hadden voorzien, hanteren ze ook een armoedegrens zonder ‘luxe’, die voor een alleenstaande zo’n 100 euro per maand lager ligt. Dan daalt het aantal armen tot 856.000.

Bovendien blijkt dat Nederlanders die onder deze lagere armoedegrens leven, nooit lang op een houtje hoeven te bijten: 226.000 mensen moesten langer dan drie jaar achtereen van een dergelijk inkomen rondkomen. De rest vindt een baan, gaat bijverdienen of gaat met pensioen. Ook dat relativeert de omvang van het probleem.

Daarmee is de kous niet af: het SCP houdt rekening met de landelijke toeslagen zoals de huur- en zorgtoeslag waarop Nederlanders met een lager inkomen recht hebben, maar talloze regelingen van gemeenten telt het niet mee. Veel gemeenten hebben ook een ‘witgoedregeling’, die mensen die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, aan een nieuwe ijskast of wasmachine helpt als die kapotgaat.

Ook voor allerlei andere zaken kunnen mensen met een laag inkomen aankloppen bij hun gemeente. Zo is er bijzondere bijstand, voor incidentele uitgaven. Denk aan vergoeding van de kosten van verhuizen, of geld voor een nieuwe bril of een hoortoestel.

In steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Barendrecht kunnen 65-plussers met een laag inkomen daarnaast gratis met het openbaar vervoer. In Schiedam en Eindhoven kunnen alle minima gratis reizen met de regionale vervoerder.

Gezinnen met kinderen kunnen op nog meer lokale steun rekenen. De contributie voor de voetbalclub wordt vaak kwijt­gescholden, schoolspullen worden door de gemeente betaald en met hulp van het Jeugdcultuurfonds kunnen kinderen goedkoop of gratis naar dans-, muziek- of toneelles. In sommige gemeenten is er zelfs gratis huiswerkbegeleiding.

Voedselbank

Duidelijk is dat het gegeven aantal van 2,6 miljoen ‘arme’ Nederlanders een vertekend beeld geeft van de werkelijke omvang van de problematiek. Iets meer dan tweehonderdduizend Nederlanders moeten langdurig van heel weinig geld rondkomen, maar voor deze groep zijn er op landelijk en gemeentelijk niveau veel ondersteunende regelingen. ‘Van armoede in absolute zin is in ons deel van de wereld helemaal geen sprake,’ concludeert hoogleraar Joop Hartog.

De groep die niet voldoende geld overhoudt om eten op tafel te zetten, is nog veel selecter. Deze mensen kloppen aan bij één van de ruim 160 voedselbanken in Nederland die via meer dan 500 uitgiftepunten boodschappenpakketten uitdelen die zijn samengesteld uit giften van burgers en bedrijven.

De eisen voor voedselhulp zijn streng. Een alleenstaande moeder met twee kinderen mag sinds deze zomer na aftrek van alle vaste lasten maximaal 320 euro per maand te besteden hebben, een alleenstaande niet meer dan 180 euro. ‘Wie een uitkering heeft, maar geen schulden, zal niet snel in aanmerking komen voor onze hulp,’ zegt Leo Wijnbelt (68), voorzitter van Voedselbanken Nederland. ‘Zij blijken vaak voldoende over te houden.’

Eind 2014 hielpen de Voedselbanken Nederland, de koepelorganisatie waarbij vrijwel alle voedselbanken zijn aangesloten, meer dan 94.000 mensen per week.

Ook bij de voedselbank geldt dat de meeste mensen er maar korte tijd een beroep op hoeven te doen: meer dan de helft van de klanten staat binnen een jaar weer op eigen benen. Minder dan 50.000 Nederlanders zijn er langer van afhankelijk.

Daklozen

Dan zijn er naar schatting van het CBS nog zo’n 25.000 daklozen in Nederland, mensen die nu weer op de bank bij een vriend of familielid slapen, dan weer in de maatschappelijke opvang, zoals het Leger des Heils. ‘Ongeveer de helft van hen is licht verstandelijk beperkt, heeft psychische problemen of is verslaafd,’ zegt Rina Beers (55) van Federatie Opvang, de koepelorganisatie voor opvang in Nederland.

Wie alle definities afpelt, komt – onder de streep – uit op een groep van zo’n 75.000 Nederlanders die als ‘arm’ zou kunnen worden bestempeld. Dat zijn er fors minder dan het totale aantal inwoners van de gemeente Leeuwarden. Voor de meeste Nederlanders is armoede een ver-van-hun-bedshow of iets waarmee ze hooguit tijdelijk te maken hebben.

Elsevier nummer 37, 12 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.