economie

Waarom ondernemen vooral Hu, Chen en Singh in Italië?

Door Michiel Dijkstra - 01 september 2015

Michiel Dijkstra is economieredacteur van Elsevier. Hij leerde dat de achternamen Singh, Chen en Hu het vaakst voorkomen onder ondernemers in Italië.

Zo’n twee jaar geleden interviewde ik de Italiaanse miljardair Mario Moretti Polegato, de uitvinder van de Geox-schoen. Het was een bijzondere ontmoeting.

Hij had een entourage van zes man mee, van wie er één telkens namens Polegato het woord nam als hij niet uit zijn woorden kwam in het Engels. Halverwege zette Polegato pardoes een schoen op tafel om te demonstreren hoe Geox-schoeisel lucht doorlaat.

Polegato beklaagde zich: zijn land heeft mooie uitvindingen, maar is niet ondernemend genoeg om die om te zetten in zakelijk succes. Benieuwd wat hij vindt van het bericht dat vorige week in La Repubblica stond. De meest voorkomende achternamen onder nieuwe ondernemers in Italië zijn Hu, Chen en Singh, concludeerde de krant uit onderzoek. Pas op nummer vier kwam een Italiaanse achternaam, Rossi.

Balsamicoazijn

Zijn autochtone Italianen zo weinig ondernemend? Vaststaat: als on­dernemer heb je er de statistieken tegen je. Volgens de Wereldbank is het in Italië ­ongeveer even makkelijk ­zakendoen als in Wit-Rus­land en Jamaica.

De arbeidswet is verstikkend. Bedrijven met meer dan vijftien mensen in dienst moeten hoge vergoedingen betalen als ze iemand ontslaan. Daarom houden veel ondernemers het bij vijftien werknemers. Logisch dat echt goede balsamicoazijn zo schaars is: het loont voor de makers niet om te groeien.

Op het hoogtepunt van de eurocrisis, in 2012, stond de regeldruk in Italië vol in de schijnwerpers. Andere eurolanden realiseerden zich opeens dat de Italiaanse economie daardoor al decennia nauwelijks groeide.

De crisis ging voorbij, het probleem is niet aangepakt. Totdat dit gebeurt, is het te hopen dat Hu, Chen en Singh het ondernemen in Italië niet snel zat zijn. Net als Rossi, Fabbri en Colombo trouwens.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.