economie

IMF: Nederland moet meer bijdragen aan wereldeconomie

Door Thomas Borst - 06 oktober 2015

Nederland moet een grotere bijdrage leveren in de groei van de wereldeconomie. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vindt dat Nederland samen met Duitsland voldoende financiële mogelijkheden heeft om de economie vooruit te helpen.

De financiële mogelijkheden moeten vooral worden gebruikt voor grote investeringen in infrastructuur. Nederland en Duitsland profiteren te weinig van de historisch lage rente die investeringen goedkoop maken.

De twee landen moeten meer initiatief tonen op economisch gebied, omdat de vooruitzichten voor de hele internationale economie achteruit zijn gegaan.

Minimale groei

Het IMF presenteert dinsdag het een rapport over de wereldeconomie. Die groeit dit jaar met 3,1 procent, dat zou het laagste niveau zijn sinds de financiële crisis. In 2016 groeit de mondiale economie met 3,6 procent.

Een forse daling van grondstofprijzen en politieke onrust worden als oorzaken aangedragen voor de minimale groei. Ook is er dit jaar een toename van risico’s binnen de internationale handel die van invloed zijn.

Het IMF schetst een positiever beeld van de economische situatie in Nederland. In het rapport staat dat Nederlandse economie met 1,8 procent groeit in 2015, en met 1,9 procent in 2016. Die groei is een stuk minder optimistisch dan de voorspellingen van het Centraal Planbureau. Zij voorspellen dat de Nederlandse economie dit jaar met 2 procent toeneemt.

Stokpaardje

Infrastructuur geldt al jaren als het stokpaardje voor het IMF. Toen de cijfers vorig jaar bekend werden gemaakt, zei minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA, Financiën) dat dergelijke investeringen alleen maar voor langlopende schulden zullen zorgen.

Het fonds kijkt nog steeds met grote zorgen naar Griekenland. De economie zal daar de komende jaren krimpen, terwijl eerder een groei werd voorspeld. De moeizame onderhandelingen tussen Europa en de Grieken over de noodsteun zijn de oorzaak van de economische krimp, schrijft het IMF.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.