economie

Financiën ziekenhuizen: fuseren helpt niet altijd

Door Arthur van Leeuwen - 02 november 2015

Van de Nederlandse ziekenhuizen lopen er tien serieuze financiële risico’s. Fuseren helpt kennelijk niet altijd.

Kleinere ziekenhuizen hebben meer moeite om het hoofd boven water te houden dan grote. Dat blijkt uit een uitgebreide analyse van de jaarverslagen over 2014 van alle ziekenhuizen, uitgevoerd door bureau SiRM op verzoek van Elsevier.

Van drie ziekenhuizen waren geen cijfers beschikbaar. Het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, dat in het nieuws kwam door bestuurlijke conflicten en malversaties, is in 2014 overgenomen door de MC Groep van zorgondernemer Loek Winter.

Het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis in Vlissingen heeft zulke grote problemen dat het nu met een, door de Autoriteit Financiële Markten goedgekeurde actie probeert te overleven: crowd funding onder de bevolking. En het Ziekenhuis ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen in Terneuzen gaat bijna ten onder aan een schuld van naar verluidt 25 miljoen euro over 2014. Het is nu in de slag met banken en zorgverzekeraars om overeind te blijven.

Terugbetaling

Tien ziekenhuizen halen de laagste score op indicatoren voor de financiële prestaties, volgens SiRM. De oorzaken zijn divers, want elk ziekenhuis sleept een eigen historie mee. Het Spijkenisse Medisch Centrum, boven aan de lijst van zwakke broeders, is in een nieuwe constellatie de voortzetting van het in 2013 failliet verklaarde Ruwaard van Putten.

Het Gemini Ziekenhuis, Bravis ­Ziekenhuis en Isala Diaconessenhuis zaten midden in perikelen van fusie en ovename. Dat geldt ook voor Nij Smellinghe, dat zou fuseren met De Sionsberg in Dokkum. Het ging niet door, maar De Sionsberg ging wel failliet in 2014, waarna Nij Smellinghe kon fluiten naar terugbetaling van 15 miljoen euro geleend geld.

Gelukkig, zo wijst het onderzoek van SiRM uit, zit het met de solvabiliteit van Nij Smellinghe goed. Uit de cijfers is in elk geval af te leiden dat fusies ­zowel oorzaak als gevolg kunnen zijn van een zwakke financiële positie.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd? Zoals voor eerdere edities van Beste ziekenhuizen, analyseerde bureau SiRM op verzoek van Elsevier de jaarverslagen van alle ziekenhuizen. Daarbij is een methode gehanteerd die ook in het bedrijfsleven gebruikelijk is om de financiële gezondheid te meten.

De methode is een totaalberekening over een mix van ingrediënten. Het eerste is het bedrijfsresultaat. Het tweede wat een ziekenhuis aan inkomsten heeft voordat alle rente en afschrijvingen eraf zijn als percentage van de totale omzet (ebitda). Derde ingrediënt is hoeveel keer de opbrengsten groter zijn dan de rentelasten. Vierde is de verhouding tussen het eigen vermogen en de totale balans. En vijfde de verhouding tussen de schulden en de ebitda.

Slokop

De lijst van gezonde ziekenhuizen bestaat uit overwegend grotere. En, minstens drie ziekenhuizen hebben de financiën ook na fusies op orde: het Zuyderland in Heerlen, het Franciscus, locatie Gasthuis in Rotterdam en het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp, voorheen Rijnland Ziekenhuis.

Een ware slokop vormen de talrijke verbouwingen en nieuwbouw. Het is te hopen dat ook overheid en verzekeraars de kosten daarvan op termijn in de gaten houden. Zo belandt het Meander Medisch Centrum bij ziekenhuizen met een zwakke positie. Maar dat is alleen finan­cieel, want in Beste ziekenhuizen 2015 is het wel een van de vier winnaars. Een bevestiging van wat SiRM eerder vond. Er is geen relatie tussen financiële positie en kwaliteit van de zorg.

Elsevier nummer 45, 7 november 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.