economie

Vermogende asielzoeker moet ook hier opvang zelf betalen

Door Jean Dohmen - 21 december 2015

Er is veel ophef over het Deense plan om waardevolle bezittingen van asielzoekers te confisqueren. Nederland hanteert al jaren de regel dat vermogende asielzoekers het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) moeten betalen voor hun opvang.

‘Indien een asielzoeker die verblijft in een opvangvoorziening beschikt over vermogen, is die asielzoeker aan het COA een vergoeding verschuldigd in de kosten van zijn opvang,’ staat in de ‘Regeling verstrekkingen asielzoekers uit 2005′.

De Nederlandse wetgeving lijkt daarmee veel op het veelbesproken Deense voorstel dat zondag door de Deense regering werd aangekondigd. Tegenstanders in Denemarken vergeleken het plan met wat Duitsland in de Tweede Wereldoorlog met Joden deed.

Bijna 200 euro per maand

In de Nederlandse ‘Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen 2008’ staat dat een vermogende, alleenstaande asielzoeker 196 euro per maand moet betalen voor onderdak. Als de asielzoeker ook geld krijgt voor het zelf verzorgen van maaltijden, komt er nog eens ruim 190 euro per maand bovenop.

Voor de omvang van het vermogen gelden dezelfde grenzen als voor mensen met een bijstandsuitkering. Voor een alleenstaande is de vermogensgrens 5.895 euro, voor een echtpaar en voor een alleenstaande ouder is de grens 11.790 euro.

Uitzondering

Een uitzondering wordt gemaakt voor ‘bezittingen in natura die naar aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn.’ Het COA kan de kosten van de opvang ook achteraf terugvorderen, als later pas blijkt dat de vreemdeling tijdens het verblijf toch vermogen had.

Asielzoekers zijn volgens de regels verplicht ‘onverwijld uit eigen beweging, of op verzoek van het COA’ alle feiten te vertellen waarvan zij kunnen weten dat die van invloed zijn op het recht op verstrekkingen.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie kon gisteren niet aangeven hoe vaak het voorkomt dat vermogende asielzoekers moeten meebetalen aan hun opvang.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.