economie

Winkelketens en franchisers maken ruzie over hoe het hoort

Door Floortje Gunst - 30 december 2015

Winkelketens en franchisenemers liggen met elkaar overhoop over een gedragscode die conflicten in de branche juist moet voorkomen.

De nieuwe gedragscode die een eind moet maken aan de onenigheid tussen franchiseformules en zelfstandig ondernemers leidt juist tot ruzie in de franchisebranche. ‘Het opstellen van de code heeft geleid tot polarisatie,’ zegt advocaat Tessa de Mönnink, gespecialiseerd in franchiserecht.

De gedragscode wordt deze maand gepresenteerd aan minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD). Doel is om tot een betere machtsverhouding tussen franchisegevers en -nemers te komen. Er wordt bijvoorbeeld vastgelegd dat winkelketens gedegen winstprognoses moeten geven aan franchisenemers. Die hebben op hun beurt de plicht om alle ­relevante cijfers op te vragen voordat zij een contract tekenen.

Aanleiding is dat winkelformules als HEMA, Albert Heijn en Bakker Bart afgelopen tijd verwikkeld raakten in een strijd met hun franchisenemers. De gemoederen liepen hoog op, tot in de rechtszaal aan toe. De ondernemers eisten meer inspraak, hogere winstmarges en lagere inkoopprijzen.

In december nog trof HEMA een schikking met ruim 250 ondernemers. Het warenhuis zal ter compensatie de komende drie jaar in totaal 19 miljoen euro aan hen overmaken. De franchise­nemers verzetten zich onder meer tegen de hoge inkoopprijzen die HEMA in rekening bracht en stapten naar de rechter.

Lamleggen

Een eerste versie van de gedragscode lag afgelopen zomer op tafel. Meer dan 50 franchiseformules, waaronder HEMA, Jumbo, New York Pizza en Albert Heijn, uitten kritiek. ‘De code gaat erg ver in het voorschrijven van hoe formules te werk moeten gaan,’ zegt Romana Engeman, algemeen directeur van de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV), die franchisegevers vertegenwoordigt. ‘De medezeggenschap van franchisenemers is te ver door­geslagen. Daardoor komt het hele businessmodel van de franchisegever onder druk te staan.’

De Mönnink beaamt dat. ‘In het huidige concept kunnen franchisenemers een formule lamleggen, doordat franchise­gevers hun toestemming moeten vragen voor grote veranderingen. Winkelketens worden zo beperkt in hun innovatiekracht.’

Het Vakcentrum, vertegenwoordiger van franchisenemers, juicht de gedragscode toe. ‘De code leidt tot een goede balans. Die is nu ver te zoeken,’ zegt voorzitter Harrie ten Have. Hij snapt de kritiek van franchisegevers niet. ‘Ze hebben zelf geholpen de code te schrijven.’ Van een breed draagvlak, zoals de minister eist, is dus nog geen sprake.

Ook over de vraag of een gedragscode überhaupt nodig is, lopen de meningen uiteen. Volgens De Mönnink is er geen sprake van een toename van het aantal conflicten in de branche. ‘De misstanden zijn breed uitgemeten in de media. Daardoor is een hype ontstaan. Franchisenemers gebrui- ken die nu als pressiemiddel om hun eisen in te willigen. Bij het merendeel van de zaken die de ­afgelopen jaren voorkwam, gaf de rechter de winkelformules gelijk.’

Volgens De Mönnink is de ­Nederlandse rechter ‘prima uitgerust om geschillen tussen winkelketens en franchisenemers op te lossen’: ‘Daarvoor is geen speciale code of wetgeving nodig.’

Kwetsbaar

Franchisen is een populaire vorm van ondernemen. Het aantal formules is de afgelopen vijftien jaar verdubbeld tot bijna 750. In totaal telde Nederland in 2014 bijna 30.000 franchisewinkels. Die behaalden een omzet van ruim 31 miljard euro. ‘De sector is groot. Waar gehakt wordt, vallen spaanders,’ zegt Engeman. ‘Dat wil niet zeggen dat het model niet deugt. Het is juist erg succesvol.’

Het Vakcentrum en advocaat Nienke Slump, eveneens gespecialiseerd in franchiserecht, vinden dat franchisenemers wel meer bescherming verdienen in de vorm van een code of speciale wetgeving. ‘Veel mensen die onder de vlag van een bestaande formule gaan ondernemen, hebben geen ervaring,’ zegt Slump.

Ze noemt het een kwetsbare groep. ‘Ze hebben moeite een baan te vinden en willen geloven in de optimistische vooruitzichten die de winkelformule hun voorschotelt.’ Maar die prognoses zijn vaak te rooskleurig. ‘Soms vaart ook de bank er blind op. Ondernemers gaan er net als de bank dan vanuit dat de loonkosten of verwachte omzet wel kloppen.’ Ondernemers kunnen volgens Slump daarom wel ‘wat extra rugdekking gebruiken’.

Veel andere landen, waaronder België, kennen al wel een speciale franchisewetgeving. Kamp liet weten dat ook in Nederland wetgeving een optie is als de branche er niet uitkomt.

Vooralsnog is het aan de ondernemer zelf om vooraf uit te zoeken of er geld mee te verdienen valt als hij een winkel opent.

Elsevier nummer 1, 9 januari 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.