economie

Hoe groot is de loonkloof tussen werkvloer en boardroom nou echt?

Door Servaas van der Laan - 20 januari 2016

Bij de duizend grootste bedrijven van Nederland is de kloof tussen de ‘gewone werknemer’ en de baas in de afgelopen jaren toegenomen. Wordt Nederland ongelijker? Een betere analyse van de cijfers nuanceert dat beeld.

De topverdieners bij de duizend grootste bedrijven van Nederland verdienen bruto bijna zes keer zoveel als een doorsnee werknemer, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag.

Topman vs werknemer

Het CBS bekeek van de duizend grootste bedrijven van Nederland de inkomens van de vijf meest verdienende werknemers aan de top. Deze inkomens werden afgezet tegen het doorsnee (mediaan) inkomen van de overige werknemers.

Hieruit blijkt dat een topman bij één van de duizend grootste bedrijven bruto gemiddeld 234.000 euro verdient. Dat is 5,8 keer zoveel als een doorsnee werknemer in fulltime dienstverband. In 2010 lag dit getal nog op 5,5. In de afgelopen jaren groeide de loonkloof bij de duizend grootste bedrijven dus licht.

Zakelijke dienstverlening

Wie de afzonderlijke sectoren (Excel) bekijkt, ziet dat de toename voor een groot deel veroorzaakt wordt door de zakelijke dienstverlening. Hier steeg de loonkloof in vier jaar tijd van 5,9 naar 8,5. In de financiële sector daalde de loonkloof juist flink van 15,7 naar 11,7. De maatregelen om bonussen bij banken te matigen hadden dus resultaat.

Opvallend is dat in de sector Informatie en Communicatie en Handel de loonkloof daalde. Deze sectoren hebben doorgaans een relatief hoge loonkloof vanwege het hoge aantal jongere en/of laaggeschoolde werknemers. Ook opvallend is dat de loonkloof in het openbaar bestuur wel groter werd (van 2,9 naar 4,2) , terwijl ook hier beperkende maatregelen werden ingevoerd voor de topinkomens in de publieke sector.

De groter wordende loonkloof wordt feitelijk veroorzaakt door maar vier sectoren: de industrie, de bouwnijverheid, zakelijke dienstverlening en openbaar bestuur. In de andere 11 onderzochte sectoren dáálde de loonkloof juist. De stijging is dus alles behalve van toepassing op heel werkend Nederland. Het tegenovergestelde is hier het geval.

Aantrekkende markt

De vier sectoren waar het verschil tussen de werknemer en de baas groter werd, zijn, met uitzondering van het openbaar bestuur, sterk afhankelijk van de conjunctuur. Als de conjunctuur aantrekt, verdient de top in een bedrijf meer, omdat die vaak meedeelt in de winst in de vorm van beloningen en bonussen.

Volgens hoofdeconoom van het CBS, Peter Hein van Mulligen, spelen ‘bijzondere beloningen een grote rol bij veranderingen in de loonkloof’. Dit kan een goede verklaring zijn waarom vooral de top van de zakelijke dienstverlening heeft geprofiteerd. Bij een aantrekkende markt hebben de dienstverleners (consultants etc.) meer werk en dus hogere inkomsten. Het zijn vooral de partners en topbestuurders die hiervan profiteren aangezien hun salaris positief wordt beïnvloed door een hogere winst. Werknemers in loondienst profiteren veel minder van de toegenomen winst.

Grote jongens

Wat verder opvalt is dat de loonkloof bij de honderd grootste bedrijven juist afnam. De CEO’s van de grote bedrijven gingen de afgelopen jaren minder verdienen, terwijl het loon van hun werknemers ongeveer gelijk bleef. Bij de échte grote jongens in Nederland wordt de ongelijkheid tussen top en werkvloer dus minder groot.

Volgens Van Mulligen van het CBS kan dit deels worden verklaard door het feit dat er in de financiële sector relatief veel grote bedrijven zijn. Hier is de daling van de loonkloof in de financiële sector goed terug te zien.

Bruto-netto

Een laatste, maar geen onbelangrijke nuancering, is het gegeven dat de berekeningen van het CBS uitgaan van bruto-inkomens. Topverdieners betalen in Nederland veel meer belasting dan de ‘gewone werknemer’. Volgens het CBS is het niet eenvoudig om te bepalen hoe groot de netto loonkloof zou zijn.

Wel verwijst het instituut naar een eerdere publicatie over hoogte van inkomens in Nederland. Uit dit onderzoek blijkt dat bruto de hoogste 20 procent inkomens van Nederland 12 keer zo hoog zijn als de laagste 20 procent. Maar na afrekening bij de fiscus is die factor nog maar 2,5.

Houd met bovenstaande goed rekening wanneer u weer in de krant leest dat de kloof tussen werkvloer en top ‘gestaag groeit’ in Nederland.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.