economie

Pensioencriticus: ‘Huidige ouderen hebben enorm geprofiteerd’

Door Michiel Dijkstra - 06 januari 2016

Wiskundige Martin Pikaart (47) verdiepte zich in pensioenen toen zijn werkgever werd verkocht. Nu waarschuwt hij: als fondsen te veel uitkeren, blijft er niets voor jongeren over.

Pensioenfondsbestuurders willen liever niet met mij in debat, vertelt Martin Pikaart. ‘Ik kom ze weleens tegen. Ze ontlopen me een beetje. Televisie- en radiomakers pogen soms om ons bij elkaar te zetten, maar als ze erachter komen dat ik er ook ben, zeggen ze af.’

Pikaart, voorzitter van het Alternatief voor Vakbond, ontpopte zich de afgelopen jaren als een van de felste critici van het pensioenstelsel. In 2011 schreef hij De Pensioenmythe, waarin hij signaleerde dat pensioenfondsen veel meer beloven dan ze kunnen waarmaken. In 2015 volgde Wanbeleid, Algemeen Burgerlijk, waarin hij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) op de korrel neemt. Hij praat zacht, kijkt ernstig. Als hij zijn broodje op heeft, veegt hij netjes de kruimels op tafel in een servet.

ABP op de pijnbank

Pikaarts aanklacht: ‘Het ABP beloofde torenhoge pensioenen, nam te veel risico en ging jaren uit van te optimistische scenario’s.’ Het gevolg: pensionado’s krijgen bij lange na niet de bedragen die hun zijn beloofd. Toekomstige gepensioneerden krijgen mogelijk nog minder. Dit probleem speelt ook bij veel andere pensioenfondsen.

Waarom het ABP op de pijnbank? ‘Als je je stellingen op een kerk wilt spijkeren, kies je geen klein kapelletje uit, maar hamer je ze op de deur van De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Het ABP is het op twee na grootste pensioenfonds ter wereld. De bestuurders vinden zichzelf ongelofelijk belangrijk. En het is van oudsher het fonds met de hardste indexatieclausule.’ Dat wil zeggen: het ABP belooft deelnemers een pensioen dat bestand is tegen inflatie.

Meest kwalijk vindt Pikaart de grote rol die het ABP speelde hij het ‘kapotlobbyen’ van strengere regelgeving. ‘In 2001 zijn er nieuwe wetsvoorstellen voor pensioenfondsen gekomen. De kern: als je iets belooft, moet je het nakomen. Geen heel raar uitgangspunt. Maar de pensioensector sloeg op tilt, want fondsen beloofden veel te veel. De premies zouden daardoor flink omhoog moeten, en er moesten buffers voor worden aangelegd.’ De regels kwamen er wel, maar waren veel soepeler dan oorspronkelijk beoogd.

Wiskundige

Pikaarts belangstelling voor pensioenen werd in die tijd gewekt. Hij werkte in het onderzoekslaboratorium van KPN dat in 2002 werd verkocht aan TNO, en was als lid van de ondernemingsraad verantwoordelijk voor de pensioenen van de werknemers. Als gepromoveerd wiskundige – ‘cijfers schrikken mij niet af’ – had hij snel door dat de sommetjes die zijn hr-functionaris hem voorspiegelde – ‘Als je jaarlijks zo veel opbouwt, krijg je aan het einde zo veel pen­sioen, zei hij’ – veel te optimistisch waren.

Vervolgens beet hij zich erin vast; het was een belangrijke reden waarom hij in 2005 met huidig PvdA-Kamerlid Mei Li Vos het Alternatief voor Vakbond oprichtte. De gevestigde vakbonden treden vooral op als belangenbehartigers van hun oudere ledenschare, vindt hij.

Onterecht

Pensioenfondsen vinden Pikaarts kritiek onterecht. Het ABP noemde in een reactie zijn boek ‘wijsheid achteraf’ en wijst erop dat ‘ondanks de moeilijke omstandigheden’ het fondsvermogen is gestegen van 142 miljard euro in 2003 naar 345 miljard euro nu. ‘De groei van het vermogen is niet relevant, het ABP is geen beleggingsfonds. Het is een pensioenfonds, het heeft verplichtingen: de pensioenaanspraken van de deelnemers. Daarom moet je risico’s zo veel mogelijk afdekken.

‘Dat heeft het ABP niet gedaan. Het fonds ging er jaren van uit dat de rente zou stijgen, terwijl die alleen maar is gedaald. Dáárdoor kunnen ze de pensioenen niet meer verhogen met de inflatie.’ Het verwijt van wijsheid achteraf vindt Pikaart ‘onzin’: ‘In mijn boek laat ik juist in extenso zien dat het ABP keer op keer is gewaarschuwd. Intern, door De Nederlandsche Bank, door het Centraal Planbureau.’

Verwachtingen temperen

Pikaart blijft pensioenfondsen manen de verwachtingen te temperen. ‘Bestuurders moeten hun verantwoordelijkheid nemen en zeggen: jongens, dit gaat hem bij lange na niet worden.’ Als pensioenfondsen te veel uitkeren, blijft er niets over voor de jongere generaties, waarschuwt hij. Hij zegt wel: er zijn ook fondsen, zoals die voor huisartsen, die het wél goed voor elkaar hebben.

Voorzichtig uitkeren, betekent dat uitkeringen niet meer worden gecorrigeerd voor inflatie – bij het ABP gebeurt dat al jaren niet meer – of zelfs worden verlaagd. Pikaart vindt dat billijk. ‘Van de huidige generatie gepensioneerden kun je grosso modo zeggen dat ze enorm heeft geprofiteerd van het systeem: weinig betaald, kort gewerkt en hoge pensioenen. Je hoort gepensioneerden wel roepen: wij hebben Nederland opgebouwd. Nou, de meesten lagen nog in de luiers toen Nederland werd opgebouwd.’

Hij snapt de onvrede onder pensionado’s wel. ‘Hun is een zeer riant pensioen voorgespiegeld.’ Met zijn vlakke hand naast zijn schouder: ‘Ze krijgen zo veel, behoorlijk wat. Maar hun is zó veel beloofd,’ nu met zijn hand boven zijn hoofd. ‘Terwijl jongeren al weten dat ze maar zo veel krijgen.’ Zijn hand nu op ellebooghoogte.

Als jongere geldt in de pensioendiscussie: iedereen jonger dan 50 jaar, benadrukt Pikaart. ‘Ikzelf ben 47, ik ben pas op de helft van mijn carrière.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.