economie

‘Een kwartier te laat en niet bellen? Hoepel op zeg!’

Door Nic Vrieselaar - 22 februari 2016

Arnout de Hair (52) is sinds 2012 de baas van De Boer, dat wereldwijd tenten voor evenementen bouwt. Onder zijn leiding weet het bedrijf een roerige tijd achter zich te laten.

‘Stel je een gebouw voor met meerdere verdiepingen, een half voetbalveld breed en drie voetbalvelden lang. En na een paar dagen halen we het weer weg,’ vertelt Arnout de Hair. Hij is sinds 2012 CEO van De Boer Structures uit Alkmaar, wereldwijd een van de belangrijkste makers van tijdelijke gebouwen.

Deze zomer staat een van hun ‘tenten’ – zoals De Hair ze noemt – in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. Daar wordt een Formule 1-race verreden. Bezield vertelt hij over andere evenementen waarbij De Boer is of was betrokken. Muziekfestival Lowlands, zeilwedstrijd Volvo Ocean Race, Europese voetbalkampioenschappen, het Mobile World Congress in Barcelona en in 2012 de Olympische Spelen in Londen.

‘Elk jaar bouwen we zo’n 1 miljoen vierkante meter aan ruimte. Daar zouden drie miljoen mensen in passen.’ Lachend: ‘Waarschijnlijk kent geen van die mensen ons bedrijf.’ Tja, wie let er bij een concert of congres nu op in welke tent hij staat?

De Hair begon in 1998 bij De Boer, na een carrière bij de krijgsmacht. Het bedrijf was toen nog van de familie De Boer, die het in 1924 oprichtte. ‘Dankzij de opkomst van de gastvrijheidssector in de jaren negentig hebben zij van het bedrijf een internationale speler weten te maken.’

Schuldenvrij

Er werken driehonderd mensen bij het bedrijf, verspreid over negen landen, waaronder België, Duitsland, Engeland en Qatar. ‘In het hoogseizoen komen daar nog eens drie- tot vierhonderd lokale uitzendkrachten bij.’ Toch was het bedrijf jarenlang verlieslatend. Waarom? ‘In 2000 verkocht de familie het bedrijf aan de Britse investeerder 3i. Die leende daarvoor enorm veel geld, wat ze bij ons op de balans zetten.

‘Dat konden we eigenlijk niet ophoesten, vooral niet nadat de markt in 2003 verslechterde, en nog eens na 2008.’ Het bewind van 3i was daarom van korte duur. In 2005 nam het Nederlandse NPM Capital de rol van grootaandeelhouder over. De acht directeuren, onder wie De Hair, hebben samen 14 procent van de aandelen. ‘Met steun van NPM hebben we de financiering kunnen repareren en sinds 2014 zijn we schuldenvrij.

‘Belangrijker: we draaien gewoon goed. In 2015 schreven we 1,7 miljoen euro winst.’ De verwachtingen voor het lopende jaar zijn ook goed, zegt De Hair: ‘In de even jaren hebben we altijd meer werk. Dan zijn de grote sportevenementen en heb je de Farnborough Airshow in Engeland, waar in een week tijd ruim tweehonderdduizend mensen komen.’

Het is vooral dit soort evenementen waarmee De Boer scoort, maar een groeiende markt voor het bedrijf is ‘wonen, slapen en werken. Semipermanente gebouwen, denk aan een showroom, magazijn of school. Zo is het enorme complex in Londen na de Olympische Spelen gesplitst. De ene helft ging naar Sydney, waar het congrescentrum wordt verbouwd en ze tijdelijk een vervangend centrum nodig hebben. De andere helft bleef in Londen als kunstaca­demie, terwijl wij voor die school een nieuwe permanente locatie bouwden.’

Korte lijntjes

In de achttien jaar dat De Hair bij De Boer werkt, zag hij het bedrijf flink veran­deren. ‘In de tijd dat de familie hier nog de scepter zwaaide, was het hiërarchischer, feodaler. Die tijd is wel voorbij. Ik stuur ook bewust op de autonomie van onze mensen. Dat moet ook wel. Stel dat het team dat in Azerbeidzjan voor de Formule 1 aan het bouwen is een probleem heeft. Dan mag je me gerust bellen, maar vanuit Alkmaar kan ik het niet voor je oplossen.

‘Onze honderd uitvoerders, verspreid over Alkmaar, België, Duitsland en Engeland, zijn de ruggegraat van het bedrijf. Zij zijn het eerste contact voor onze klanten, ze zijn onze ambassadeurs. Ze sturen alles op de grond aan. Ze weten precies hoe de modellen in elkaar steken, welk boutje waar gaat. Met de financieel directeur zit ik eigenlijk onder in het bedrijf. Wij zorgen dat bij belangrijke beslissingen de neuzen dezelfde kant op staan, maar dit bedrijf valt niet te besturen vanuit een ivoren toren. Dat werkt gewoon niet.’

Daarom doet hij sommige projecten – ‘ik pik natuurlijk de leukste opdrachten eruit’ – nog zelf, een overblijfsel uit zijn jaren als uitvoerend directeur. Hij helpt zijn collega’s met tenten bouwen. Lachend: ‘Dan staan we samen op Schiphol en vragen ze of ik soms een meeting heb in het buitenland. Als ik “nee” zeg, weten ze meteen hoe laat het is. Na het bouwen ga ik met de jongens een biertje drinken. Dat vind ik belangrijk: zo houd je de lijntjes in het bedrijf kort.’

Punctualiteit blijkt ook zeer belangrijk voor de CEO. ‘Dat heb ik waarschijnlijk meegekregen van huis uit. Mijn vader was net als ik beroepsmilitair. Als mensen een kwartier te laat komen en niet het fatsoen hebben even te bellen, hoepel op zeg. Afspraak is afspraak. Dat moet in onze bedrijfstak ook wel, en dat zit gelukkig al decennia in het DNA van het bedrijf. Daarop bouwen we nu voort.

‘Want zo’n finale van het EK-voetbal, of je nu klaar bent of niet, die gaat door. Stel je voor zeg: de Koning is er, maar de tent van De Boer is nog niet af. Dat wil je niet op je geweten hebben. Even afkloppen. Gelukkig komt het eigenlijk altijd goed.’

Elsevier nummer 8, 27 februari 2016

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.