Starters

Jonge doorstromers kopen duurdere huizen dan voor de crisis

Door Servaas van der Laan - 29 juni 2017

Het zijn niet langer ouderen (45-60 jaar) die de duurste huizen kopen. Na de crisis zijn het juist huiseigenaren tussen de 30 en 45 die het meeste geld op tafel leggen voor een nieuw huis.

Hebben de crisis en daaropvolgende ingrepen van de overheid het gedrag van huiseigenaren veranderd? Voor starters is dit ontegenzeggelijk het geval. Door het beperken van de leencapaciteit (loan to value) naar maximaal 100 procent van de woningwaarde in 2018 zijn starters zonder eigen geld of hulp van ouders steeds meer genoodzaakt hun woonwens te wijzigen of zelfs uit te stellen.

Doorstromers

Maar hoe zit dat met de doorstromers? Uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis (VEH) en het kadaster blijkt dat de mensen die al een koophuis hebben hun gedrag nauwelijks hebben aangepast. Zogeheten ‘doorstromers’ kiezen voor het merendeel een eengezinswoning en hechten een grotere waarde aan groen en/of een tuin.

Mede als gevolg hiervan kopen doorstromers veel vaker een huis buiten de sterk stedelijke gebieden in vergelijking met starters. Ook kopen zij uiteraard grotere huizen, maar de oppervlakte is min of meer gelijk ten opzichte van 10 jaar geleden. Met andere woorden: de gestegen huizenprijzen zorgen er niet voor dat doorstromers genoegen nemen met kleinere huizen.

Nu vraag en aanbod steeds verder uit balans raken op de huizenmarkt, moet de wal het schip keren. De vraag is alleen wanneer dat gebeurt. Lees:Huizenmarkt oververhit: wachten op het kantelpunt

Duurdere huizen

Wat wél veranderd is, is de prijs die jonge doorstromers, tussen de 30 en 45 jaar oud, betalen voor een volgende woning. Voor de crisis waren het de 45 tot 60-jarigen die de duurste huizen kochten. Gemiddeld betaalden zij 318.000 euro voor een huis. Maar nu is het de jongste groep doorstromers die de duurste huizen koopt. Zij betalen gemiddeld 288.000 euro voor een huis, terwijl de gemiddelde aankoopprijs van 45 tot 60-jarigen nu op 277.000 euro ligt.

Volgens Bob maas van VEH komt dat doordat in deze groep de urgentie om te verhuizen het hoogst is. Hierdoor is de prijs die zij bereid zijn te betalen relatief hoog. Daarnaast zoekt deze groep in een prijsklasse waar veel concurrentie is.

‘Ook de ouders spelen een rol,’ zegt Maas. ‘Die zitten in een levensfase dat ze relatief veel kunnen schenken. De verruiming van de schenkingsvrijstelling speelt hier natuurlijk ook mee.’

Uitgesteld koopgedrag

Een laatste, maar niet minder belangrijke oorzaak, moet volgens Maas gezocht worden in de uitgestelde koopwens tijdens de crisis. ‘Veel doorstromers zijn in de crisis blijven zitten waar ze zaten en slaan daarom nu een stapje over en kopen gelijk een groter huis met tuin. Groen is voor de doorstromers echt belangrijk. Er moét een tuin bij. Dit heeft natuurlijk te maken met de levensfase waarin de jonge doorstromers verkeren. Velen hebben een vaste relatie en kinderen.’

Ondanks de opvallende prijsstijgingen onder jonge doorstromers is de grootste les misschien wel dat alles bij hetzelfde is gebleven. Crisis of geen crisis, overheidsmaatregelen of niet. Mensen met koophuizen blijken enorme gewoontedieren te zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.