Economie moet geen jungle zijn waar recht van sterkste geldt

04 september 2013

Ons economische systeem heeft de laatste jaren flinke imagoschade geleden. Wij moeten kritisch zijn wanneer het bedrijfsleven waarden als eerlijkheid, integriteit en lotsverbondenheid te grabbel gooit, anders zal het kapitalisme niet overleven.

De globalisering zoals die zich heeft geopenbaard in de jaren tachtig en negentig heeft onze wereld een grote dienst bewezen. The world as a global village bood iedereen – en het bedrijfsleven in het bijzonder – ongekende mogelijkheden. Vooral de onderliggende technologische vooruitgang was daarbij een cruciale factor.

Achteraf weten we dat globalisering ook affreuze creativiteit tot gevolg had. Wie het beste in staat was regels te ontwijken om zo grotere winstgevendheid te generen, werd bewonderd door zijn concurrenten. Je zorgde goed voor jezelf maar verwaarloosde de omliggende gemeenschap.

Dankbaar

Milton Friedmans uitspraak ‘the business of business is business‘ hing vast en zeker ingelijst aan de slaapkamermuur van menig CEO en topmanager die in het creëren van aandeelhouderswaarde zijn ultieme doel zag.

Overheden en samenlevingen moesten zich dankbaar tonen dat deze bedrijven voor banengroei en welvaart zorgden terwijl hebzucht werd gepresenteerd als het weloverwogen eigenbelang dat noodzakelijk was om economische groei te bewerkstelligen. Hiermee werd de indruk versterkt dat het kapitalisme geen moraal heeft, maar uitsluitend uit is op eigen gewin.

Wetenschappelijke fundering voor deze stelling is zelden overtuigend geweest.

Muizen

Zo publiceerden onlangs twee Duitse wetenschappers een onderzoek waarin zij concludeerden dat de markt de neiging versterkt om de eigen morele standaarden te verlagen ten opzichte van de standaarden die men anders zou hanteren. Deze conclusie werd getrokken omdat het merendeel van de deelnemers aan hun onderzoek koos voor de dood van een muis in ruil voor 10 euro, in plaats van de muis levend houden en 0 euro ontvangen.

Een van de vele opmerkingen die kunnen worden gemaakt bij dit soort onderzoeken is of de respondenten dezelfde keuze zouden hebben gemaakt wanneer het de dood van mens betrof. Mij dunkt uiteraard van niet. En dus is de vraag wat de relevantie is van dit soort laboratoriumwaarheden.

Verwerpelijk

Tegelijkertijd hebben beide onderzoekers gelijk als zij stellen dat marktinteracties onze aandacht doen uitgaan naar de materiële aspecten en mogelijke (morele) bijeffecten uit het oog doen verliezen.

Het drama van de kledingfabriek in Bangladesh is niet iets waarop wij als consumenten trots mogen zijn. Onze eenzijdige focus op prijs dwingt kledingproducenten sterk op de kosten te letten en verwerpelijke praktijken in de fabrieken door de vingers te zien. In een markteconomie is het prijsmechanisme immers het belangrijkste communicatiemiddel tussen koper en verkoper.

Het is daarom zonder meer waar dat er meer nodig is dan het handelen uit eigenbelang. Tegelijkertijd mag niet worden vergeten dat het kapitalisme, met daarbij de markt als de belangrijkste pijler, al een sociale plicht in zich bergt die vaak is verwaarloosd.

Imagoschade

Het kapitalisme is een interactiesysteem tussen economische en sociale krachten waar individuen vrije ruilprocessen van goederen doen terwijl marktmechanismen de productie van die goederen in goede banen leiden.

En juist die productie heeft de laatste jaren ons economisch systeem forse imagoschade berokkend. De financiële crisis (2008) heeft dusdanig veel leed veroorzaakt dat in 2010 in angelsaksische landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten slechts 45 procent van de bevolking nog vertrouwen in het bedrijfsleven had.

Wie in het vroege kapitalisme een onmisbare innovatiemotor ziet, mag niet stil blijven over de perverse uitingsvormen van de moderne modus ervan. Het economische systeem mag nooit verworden tot een jungle waar het recht van het sterkste heerst.

Dominant

Het is daarom van groot belang dat wij de komende jaren teruggaan naar het vroege kapitalisme, waarin een evenwicht was tussen de individuele intenties van de deelnemers en de gevolgen van hun interactie voor het sociale welzijn van de samenleving.

De financiële crisis heeft zichtbaar gemaakt wat de gevolgen zijn wanneer de eerste kracht dominant is. De miljoenen prestatiebonussen die de top van TNT Express en die van PostNL vorig jaar ontvingen terwijl duizenden postbodes zouden worden ontslagen, valt niet uit te leggen. Voor welke prestaties worden deze lieden eigenlijk beloond?

Rol van bedrijven

Precies dit soort vragen mocht ik gisteren bespreken met Dominic Barton, de wereldwijde baas van McKinsey & Company. In het licht van de Burgerschapslezing 2013 was hij in Nederland om zijn visie over de rol van bedrijven in de maatschappij te ontvouwen.

Na afloop van zijn lezing was er een paneldiscussie waarin ik zitting had, met als doel hem aan de tand te voelen over het zogenaamde ‘inclusieve kapitalisme’ dat hij bepleit en dat een essentiële sociale rol hoort te spelen.

Barton bepleit een sociaal contract tussen bedrijven en samenleving waarin hij zaken als werkloosheid niet een overheidsprobleem vindt maar als een zaak voor het bedrijfsleven ziet. Ook hamert hij erop dat met een eenzijdige focus op de aandeelhouderswaarde bedrijven zichzelf geen dienst bewijzen. De ‘belanghebbendenwaarde’ levert op lange termijn meer op.

Casinokapitalisme

Het is bemoedigend dat iemand als Barton een leidende rol op zich neemt door wereldwijd aandacht te vragen voor dit belangrijke thema.

Want laat een ding duidelijk zijn: op ons casinokapitalisme kan niemand trots zijn. Als samenleving moeten wij kritisch zijn wanneer het bedrijfsleven waarden als eerlijkheid, integriteit en lotsverbondenheid te grabbel gooit.

Het moraal dat het kapitalisme wel degelijk heeft, moet de komende jaren zichtbaarder worden. Anders zal het moeilijk kunnen overleven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.