Paul de Hen

DNB-president Jacques Teysset: een gematigde revolutionair

Door Paul de Hen - 26 mei 2014

Elsevier-medewerker Paul de Hen bespreekt maandelijks een president van De Nederlandsche Bank (DNB). Dit keer: Jacques Teysset (15 december 1757-19 april 1828), de derde president (1827-1828).

‘Gij zijt vrij! Gij zijt gelijk! Uwe overheerschers zijn reeds door ons van hunne posten ontslagen; zij zijn Gevlugt, of schuwen thands het licht!’ luidde een strijdlustige passage in de proclamatie van het Committé Revolutionair daterend van 19 januari 1795. Het Committé kondigde ook aan wie er waren aangezocht als ‘Provisioneele Representanten’ van het volk van Amsterdam. Nummer zeven op die lijst was Jacques (‘Jacob’) Teysset junior.

Op de Dam dansten aanhangers van het nieuwe regime rond een vrijheidsboom na de afkondiging van een plaatselijke revolutie zonder bloedvergieten.

Dit was mogelijk doordat revolutionaire Franse troepen inmiddels tot in Utrecht waren opgerukt. Burger Jacob Teysset viel de eer te beurt om met twee stadgenoten het bericht van de omwenteling in Amsterdam aan de Fransen over te brengen.

Patriotten

In 1787, twee jaar voor de geslaagde Franse Revolutie,  was de Nederlandse revolutie van de zogenoemde patriotten nog mislukt. Ingrijpen door het Pruisische leger en steun van de Britse regering herstelden de machtspositie van Oranje-stadhouder Willem V. Hij en zijn adviseurs maakten korte metten met de patriotten. Een deel vluchtte naar de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk, patriotten in de stadsbesturen werden ontslagen en vervangen door betrouwbaar geachte regenten. Hun genootschappen werden verboden.

Maar de prinsgezinde autoriteiten in Amsterdam verhinderden niet dat het patriottenbolwerk Vaderlandsche Sociëteit in 1787 werd heropgericht onder de naam Doctrina et Amicitia (na fusies leeft het genootschap voort in de huidige Industrieele Groote Club op de Dam in Amsterdam). Daar, bij een van de belangrijkste gezelschappen waar de discussie over een grondige vernieuwing van staat en samenleving voortging, meldde ook Teysset junior zich aan als lid.

Revolutieplanners

In het najaar van 1794 vielen Franse revolutionairen Nederland binnen, en begonnen leden van Doctrina zich op te maken voor een lokale revolutie. In november verbood het stadsbestuur Doctrina alsnog, maar het was te laat.

De belangrijkste revolutieplanners (daar hoorde Teysset niet bij) ontvluchtten de stad en voegden zich deels bij de Franse troepen. Daar bevonden zich ook Nederlanders die in 1787 naar Frankrijk waren gevlucht.

In januari 1795 grepen de revolutionairen de macht in Amsterdam. Niet veel later vluchtte stadhouder Willem V naar Engeland en zou Nederland de Bataafsche Republiek worden.

Franse tijd

Toen de Fransen in 1795 de revolutie alsnog kwamen brengen, was Jacques (zijn echte voornaam) Teysset net 37. Zo’n 32 jaar later zou de zoon van de verjaagde stadhouder, koning Willem I, hem benoemen tot president van de Nederlandsche Bank. Dit deed de vorst nadat Teysset al vanaf de oprichting van de bank in 1813 als een van de twee eveneens door hem benoemde bankdirecteuren had gefungeerd.

Willem I had er kennelijk geen moeite mee om oude tegenstanders van het Oranjehuis in zijn nieuwe koninkrijk hoge posities aan te bieden. En het kan nauwelijks anders of de jonge revolutionair van 1795 was gelouterd door wat er nadien gedurende de ‘Franse tijd’ allemaal in Nederland was gebeurd. Bovendien gold Teysset als een gematigde revolutionair. Hij behoorde tot de groep patriottische notabelen die in het voorjaar van 1795 probeerde te voorkomen dat hun gevallen tegenstanders werden gemolesteerd door radicalen of gearresteerd door de Fransen, die ook in Amsterdam troepen legerden en in feite al gauw de baas bleken.

Amsterdamse Wisselbank

In het eerste revolutiejaar was hij echter aanvankelijk nog volop actief met het helpen veranderen van staat en samenleving. Hij accepteerde benoemingen in het comité voor koophandel en zeevaart en in dat voor financiën. Teysset was een van de rapporteurs die de toestand van de stadsfinanciën doorlichtten.

Hij was ook een van de onderzoekers die de staat van de eeuwenoude Amsterdamse Wisselbank doorgrondden. Dat eerbiedwaardige stedelijke instituut – opgericht in 1609 – had heel lang een centrale rol in de Amsterdamse financiële wereld vervuld als een soort girodienst voor het zakenleven. Maar in 1795 was het nagenoeg bankroet door onvoorzichtig beleid.

Mede op advies van Teysset leende de ‘municipaliteit’, zoals het stadsbestuur nu in Franse stijl heette, 7 miljoen gulden om de bank weer op orde te brengen. Dat hielp onvoldoende – al duurde het tot 1818 voor koning Willem I besloot tot opheffing van de bank. Tot droefenis van sommige prominente Amsterdammers die liever een vernieuwde Wisselbank hadden gezien dan de oprichting van de Nederlandsche Bank.

Verkiezingen

In april 1795 werd Teysset als opvolger van Rutger Jan Schimmelpenninck tijdelijk president van de municipaliteit. In juni dat jaar tekende hij een voorstel aan dat college nog met het revolutionaire ‘Heil en Broederschap’. Maar intussen was de revolutionaire drift onder de Amsterdamse notabelen gaan liggen.  Eveneens in april had de municipaliteit het kiesrecht voor de eerste verkiezingen van een definitief bestuurscollege van de stad slechts toegekend aan zowat achtduizend welgestelde burgers.  Bij de verkiezingen op 19 juli stelde Teysset junior zich niet kandidaat.

Hij bleef koopman en raakte ook niet betrokken bij de politieke omwentelingen en Franse ingrepen in het landsbestuur die de volgende achttien jaar zouden kenmerken en die eindigden met de annexatie van Nederland door Napoleon, waarna het onderdeel werd van het Franse Keizerrijk.

Engagement

Niet dat hij verder geen maatschappelijk engagement toonde. Jacques Teysset was van 1790 tot zijn overlijden in 1828 als bestuurder nauw betrokken bij twee fondsen ten behoeve van de zeevaart. Het ene, met vertegenwoordigers in heel Nederland, verzorgde ondersteuning voor behoeftige weduwen van zeelieden die waren gesneuveld in de zeeoorlogen van die tijd; het andere was bedoeld om de zeevaart in het algemeen aan te moedigen.

Daar hoorde ook het besturen bij van de Kweekschool voor de Zeevaart, die in 1785 in Amsterdam was opgericht. Bij testament liet Teysset aan beide stichtingen een legaat na.

Hij was ook curator van het Atheneum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam, en van de Latijnse scholen in de stad.

De ‘Franse tijd’ was niet alleen politiek roerig, hij bracht ook herhaaldelijk grote economische problemen mee. In 1800 hoorde Jacques Teysset bij een groep notabelen die aankondigde gaarkeukens in Amsterdam te willen openen, zo groot was de nood onder de bevolking.

Toen het in de korte regeerperiode van koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) weer wat beter ging met ‘Holland’, behoorde hij tot de oprichters van de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering, die veel later is opgegaan in verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd.

En in 1803 had hij nog een keer het stadsbestuur gediend, als lid van een commissie die adviseerde over de heffing van de plaatselijke belastingen.

Dat Jacques Teysset gekwalificeerd was voor financiële zaken was evident. Hij was koopman, zoals alle toonaangevende chefs van handels/bankiershuizen zich noemden. Sinds 1783 leidde hij samen met zijn vader Jacques David Teysset de firma Teysset & Co., die kantoor hield bij hen aan huis aan de Herengracht in Amsterdam.  De onderneming deed handels- en bankzaken met Franse, Britse, Spaanse en Duitse partners, had schepen in (mede-)eigendom en beheerde vermogens, onder meer voor de nazaten uit een buitenechtelijke relatie van de vroegzeventiende-eeuwse Oranjestadhouder prins Maurits.

Teysset senior was een van de afwikkelaars van het geruchtmakende faillissement van handels- en bankiershuis Clifford en Zoonen, een afwikkeling die decennia in beslag nam. Voordat Jacques junior in de zaak kwam, was Teysset senior dertien jaar lang geassocieerd geweest met een ander lid van de regentenfamilie Clifford: George Clifford, die overleed in 1782.

Jacques junior had zijn leertijd er toen net opzitten. Hij was in september 1778 in Leiden gepromoveerd tot meester in de rechten, op een proefschrift over handelsrecht. Daarna had hij mogen reizen naar Antwerpen, Londen en Oxford, waar hij merkwaardigerwijs als twintiger al een honorair lidmaatschap van de universiteit kreeg aangeboden.

Wortels

Het waren reizen op stand. Voordat hij voor een volgende reis vertrok, bezocht hij in Den Haag bijvoorbeeld de raadpensionaris – toen de belangrijkste politieke functionaris in Holland  –  en de Franse ambassadeur. Daarna ging hij naar Parijs en het zuidwesten van Frankrijk, waar de wortels lagen van de Teyssets, in Clairac bij Bordeaux. Begin achttiende eeuw was de eerste Teysset naar Nederland gekomen, naar Rotterdam. Dat was na de anti-protestantse maatregelen van koning Lodewijk XIV, die veel Franse calvinisten het land hadden uitgejaagd.

Jacques David, de vader van Jacques junior, was een zoon van die eerste geïmmigreerde Teysset. Jacques David trouwde in het midden van de achttiende eeuw met Elisabeth Servat, ook van Frans-protestantse afkomst. Zo kwam hij terecht in het Amsterdamse handel- en bankiershuis dat toen nog Servat & Co. heette. In 1756 werd hij lid van de firma. Vanzelfsprekend waren de Teyssets lid van de Franstalige Waalse gemeente. Ook Jacques junior trouwde in dat milieu.

Nederlands-Indië

In 1813 had Teysset junior voldoende standing in Amsterdam om door de vorst te worden benoemd in de directie van de nieuwe Nederlandsche Bank. Dat was geen volle dagtaak, dus zette Teysset zijn eigen zaken voort. Het huis Teysset & Co. ging zich onder zijn leiding in toenemende mate richten op Nederlands-Indië.

Na de dood van generatiegenoot Jan Hodshon werd Jacques Teysset in 1827 door de koning benoemd tot president van de Nederlandsche Bank. Tijd om in die functie zijn stempel te drukken, heeft hij niet gehad. Hij overleed in april 1828, na nauwelijks meer dan één jaar zijn nieuwe functie te hebben bekleed.

Teysset & Co. werd voortgezet door zijn pleegzoon Jacobus Johannes van Heekeren, die in 1824 in de firma was opgenomen.

Handels- en Cultuurmaatschappij Van Heekeren & Co. heeft nog tot na de Tweede Wereldoorlog bestaan, vooral als administrateur van plantageondernemingen in Indonesië.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.