Jean Dohmen

Oost-Europese arbeidskrachten drukken ons met neus op de feiten

Door Jean Dohmen - 09 mei 2014

Minister Asscher wil een eind maken aan constructies waarmee werkgevers het minimumloon en cao’s ontduiken. Begrijpelijk, maar het massale aanbod van goedkope arbeid uit het oosten zet de lonen in het westen blijvend onder druk.

Wie in Nederland werkt, moet daarvoor een loon op Nederlands niveau krijgen. Die ‘gouden regel van het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie’ staat volgens PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken onder druk.

Werkgevers proberen de regel met slimme constructies te omzeilen, waardoor goedkope arbeidskrachten uit het oosten van Europa voor een fractie van het in Nederland gebruikelijke loon aan de slag gaan.

Verdringing

Dat is volgens Asscher oneerlijke concurrentie, die leidt tot verdringing van Nederlandse werknemers. Zij raken vervolgens werkloos en moeten door de overheid van een uitkering worden voorzien.

Dat is inderdaad onwenselijk, en zo bezien is het goed dat Asscher opkomt voor de belangen van Nederlandse werknemers. Zijn verhaal roept echter ongemakkelijke vragen op.

Feit is dat miljoenen gekwalificeerde arbeidsmigranten staan te trappelen om werk in bijvoorbeeld de tuinbouw en de bouw te doen voor lonen waarvoor hun West-Europese vakgenoten ’s ochtends niet hun bed uit willen komen.

Onbespreekbaar

Het massale aanbod van goedkope arbeid in de Europese Unie zet de lonen in het westen blijvend onder druk. Zelfs als Asscher schijnconstructies aanpakt, kan hij aan die economische realiteit niets veranderen.

De kans dat de lonen in het oosten snel zullen stijgen tot een westers niveau, is klein. Verlaging van lonen in het westen is voor werknemers en vakbonden in Nederland echter onbespreekbaar. Dat taboe moet op de helling.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.