Fleuriëtte van de Velde

Bijstandsontvanger die met vakantie gaat, legt verkeerde prioriteiten

Door Fleuriëtte van de Velde - 26 juni 2014

Wie een uitkering ontvangt, moet er alles aan doen om zo snel mogelijk een baan te vinden. Het is raar dat iemand, met behoud van uitkering, dan vier weken op de camping gaat zitten en niet beschikbaar is.

‘Eerst een sollicitatiebrief, dan de bikini’, vindt VVD-Kamerlid Sjoerd Potters. Hij wil dat nieuwkomers in de bijstand niet meteen wekenlang met vakantie mogen.

Zij zouden, net als werkenden en mensen met een ww-uitkering, hun vakantierechten moeten opbouwen, met twee dagen per maand. Dan zou iemand die net in de bijstand komt pas na een halfjaar twee weken met vakantie kunnen.

Met het voorstel is niets mis. En heel schokkend is het nou ook weer niet. Het recht voor mensen die niet werken en een uitkering ontvangen op vier weken vakantie, inclusief vakantiegeld, blijft namelijk gewoon bestaan.

Lastig

Wie in de bijstand belandt en meteen vier weken met vakantie gaat, bijvoorbeeld allochtonen die naar het land van herkomst afreizen, legt de verkeerde prioriteiten.

Wie een uitkering ontvangt, moet er alles aan doen om zo snel mogelijk een baan te vinden, hoe lastig dat nu ook kan zijn. Hoe langer iemand in de bijstand zit, hoe lastiger het is om eruit te komen.

Zeker nu, in de zomerperiode, is er veel vraag naar tijdelijk werk, in de horeca, in de kassen, in de bouw. Het is raar dat iemand, met behoud van uitkering, dan vier weken op de camping gaat zitten en niet beschikbaar is. Werk leidt bovendien vaak weer tot ander werk.

Verwijt

Het verwijt van bijstandsontvangers dat zij helemaal geen geld hebben om met vier weken met vakantie te gaan snijdt geen hout. Het gaat er niet om hoe vaak het gebeurt, het gaat erom dat het kan. En dat is onwenselijk.

Daarbij mogen mensen in de ww ook niet meteen vier weken met vakantie gaan. Het is ook goed om de bijstandsregels hiermee gelijk te trekken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.