Jean Dohmen

Kabinet, blijf van het vermogen van Nederlanders af

Door Jean Dohmen - 07 juni 2014

Vermogensverschillen zijn in Nederland helemaal geen probleem. De overheid moet daarom met haar vingers van het vermogen van burgers afblijven.

Een stoet linkse politici en wetenschappers pleit de laatste maanden steeds luider voor het zwaarder belasten van vermogen, omdat dat in Nederland te scheef verdeeld zou zijn.

Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid mengde zich deze week in de discussie. Maar van een serieuze toename van de vermogensongelijkheid is helemaal geen sprake.

Verklaarbaar

Volgens het CBS had de rijkste 1 procent in 2008 21,5 procent van het vermogen in handen, in 2012 was dat 23,4 procent. In euro’s nam hun vermogen echter af. De toename is relatief en bovendien goed verklaarbaar.

De allerrijksten zijn gewoon minder hard getroffen door prijsdalingen op de huizenmarkt, omdat hun huis een kleiner deel van hun vermogen uitmaakt.

Belastingen

Nederland is in alle opzichten een zeer gelijk land. Het vermogen is hier niet veel schever verdeeld dan in veel andere landen. Inkomensverschillen zijn hier juist kleiner dan elders.

Dat laatste is een gevolg van de torenhoge belastingen – een toptarief van 52 procent – en alle uitkeringen, toeslagen en andere extraatjes voor mensen die minder verdienen of niet werken.

En nog is het in de ogen van links niet genoeg. Wat de huidige discussie zo giftig maakt, is de gedachte dat het vermogen van mensen collectief bezit is, waar de overheid naar believen een hap uit kan nemen. Dat riekt naar onteigening.

Succesvoller

De overheid heft al meer belasting dan goed is voor dit land. In het egalitaire Nederland is geen behoefte aan zelfbenoemde Robin Hoods.

Verschillen in inkomens en vermogen zijn juist goed voor een samenleving. De mogelijkheid om succesvoller of rijker te zijn dan anderen is voor velen een belangrijke drijfveer om het beste uit zichzelf te halen. Persoonlijke ambitie is de motor van economische groei. Hebzucht en afgunst bedreigen die.

Volg Jean Dohmen op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.