Wouter van Noort

Innovatie kan pijn doen: wat ondernemers leren van Nokia

Door Wouter van Noort - 17 juli 2014

En toen werd ineens de helft van het personeel van Nokia ontslagen. Microsoft, de nieuwe eigenaar van de belangrijkste onderdelen van het eens zo machtige Finse bedrijf, kondigde donderdag dramatische ingrepen aan.

Het voorbeeld van Nokia zou een waarschuwing moeten zijn voor veel Nederlandse ondernemers. Toen Apple in 2007 de iPhone lanceerde, was Nokia nog met afstand de marktleider op het gebied van telefoons. Maar in plaats van die koppositie te benutten voor innovaties, leunde Nokia te veel arrogant achterover.

Zo’n vaart zou het niet lopen met die smartphones, dacht het management – en kijk nu eens.

Dynamiek

Die dynamiek zie je in steeds meer markten. Taxicentrales hielden te lang innovaties tegen omdat de huidige situatie ze wel beviel. Toen kwam ineens taxi-app Uber die het voortbestaan van de taxicentrales op steeds meer plekken bedreigt.

Telecombedrijf KPN kon allang een eigen variant van WhatsApp aanbieden, maar deed het niet en kwam in no time in de problemen. In tal van andere branches zie je machthebbers in de problemen komen.

Kortetermijnbelangen

Te vaak kiezen bedrijven voor het comfort van de eigen marktmacht, maar dat is kortzichtig en hooghartig. Innoveren doet soms pijn en gaat vaak tegen eigen kortetermijnbelangen in.

Maar wie zichzelf geen pijn doet, krijgt vanzelf te maken met anderen die dat zullen doen. Je kunt beter jezelf in de voet schieten dan dat iemand anders dat voor je doet.

Waarschuwing

Soms worden de gevolgen van deze disruptieve innovatie overdreven, maar Nokia laat zien hoe echt ze kunnen zijn -en hoe snel het kan gaan. De gemiddelde levensduur van bedrijven neemt de laatste jaren dramatisch af.

Dankzij internet en steeds mondialer consumententrends kon het gebeuren dat er van de voormalige technologische trots van Europa binnen enkele jaren weinig is overgebleven. Elk groot bedrijf zou zich hierdoor gewaarschuwd moeten voelen.

Volg Wouter van Noort op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.