Fred Sengers

Waarom Unilever en Shell zich zorgen moeten maken over opkomst China

Door Fred Sengers - 04 september 2014

De opkomst van China heeft niet alleen gevolgen voor de verhoudingen tussen de grootmachten, maar zal ook gevolgen hebben voor de welvaart in het Westen. Grote ondernemingen hebben geen antwoord op de Beijing Concensus.

Goedkope kleding, schoenen, meubels en electronica. Iedereen die weleens labels of etiketten bekijkt weet dat driekwart van de producten in onze huiskamers of kantoren Made in China is, ook als die producten van een Amerikaanse, Zuid-Koreaans of Zweeds merk zijn.

China is in 35 jaar gegroeid tot de tweede economie ter wereld. Dat heeft gevolgen voor de geopolitieke verhoudingen. China is een partij om rekening mee te houden.

Spelregels

Maar de veranderende verhoudingen in de wereld hebben meer gevolgen dan alleen een grotere stem van China op het wereldtoneel. China verandert de spelregels van de wereld.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft het Westen de geopolitiek gedomineerd. De VN, de wereldhandelsorganisatie WTO, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds. De Verenigde Staten, Europese Unie en Japan hebben dankzij hun economische macht de rest van de wereld hun spelregels opgelegd.

Telefoontje

Het Westen heeft daarbij ingezet op de vrijemarkteconomie. Bedrijven zouden efficiënter werken dan de overheid ooit zou kunnen. En dat is waar: een telefoontje voor een paar cent of een poststuk versturen voor een paar dubbeltjes; als de PTT zijn monopolie had behouden had het nooit gekund.

Het neoliberalisme heeft ons de afgelopen decennia veel welvaart opgeleverd. Maar China, met zijn centraal geleide economie, verstoort onze vrijemarktidylle.

De Chinese overheid voert wel economische hervormingen door om buitenlandse investeringen mogelijk te maken. Maar de kern van het beleid van Beijing is het veilig stellen van zijn energie-, grondstoffen- en voedselzekerheid voor de komende dertig jaar.

Dankzij zijn enorme handelsoverschot klotst het geld in Beijing tegen de plinten. Door een uitgekiend samenspel tussen diplomatie en staatsbedrijven neemt China strategische posities in de hele wereld in. De kern van het beleid is steeds hetzelfde: China neemt investeringen voor zijn rekening en laat zich in dertig jaar terugbetalen in grondstoffen of voedsel.

Juichen

Wij spreken hier geringschattend over in termen van landjepik of neokolonialisme. Maar de landen waar het om gaat zijn helemaal niet ontevreden. Zij juichen de Chinese manier van zakendoen toe, al was het maar omdat China geen moreel oordeel heeft over de regimes waarmee het zaken doet. Het westers economisch model, de Washington Consensus maakt plaats voor de Beijing Consensus.

China sluit steeds meer allianties met ideologische – of pragmatische – bondgenoten. In juli besloten de BRICS-landen tot de oprichting van twee financiële instituten die de concurrentie met westerse instituties aangaan: de Nieuwe Ontwikkelingsbank en het Contingency Reserve Arrangement, een noodfonds dat valutaschommelingen moet voorkomen.

Toevoer

Langzamerhand wordt de kwetsbaarheid van onze vrijemarkteconomie zichtbaar. Als bepaalde grondstoffen of voedsel schaars worden, betalen westerse bedrijven straks op de vrije markt de hoofdprijs, waar China zijn toevoer voor decennia tegen vaste prijzen heeft vastgelegd.

Dat gaan we merken in de supermarkt, aan de pomp en in onze energierekening, maar vooral in de internationale concurrentiekracht van het bedrijfsleven.

Grondstoffen

Afgelopen maandag liet Rob de Wijk van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies tijdens een lezing een kaart zien. Daarop stonden de vindplaatsen afgebeeld van de schaarse grondstoffen van de 21ste eeuw, om mobieltjes, tablets en herlaadbare batterijen te maken. Geen enkele van die grondstoffen wordt in Europa gedolven.

Als we onze concurrentiekracht willen houden en daarmee onze welvaart, moeten onze overheid en multinationals zich heroriënteren op een nieuwe wereldorde.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.