Jean Dohmen

De grote winnaar bij de dalende olieprijs is de automobilist

Door Jean Dohmen - 09 december 2014

Goedkope olie overspoelt de markt. Dat levert verliezers op, zoals de sjeiks in het Midden-Oosten en de oliebaronnen in de Verenigde Staten. Maar de economie en de automobilisten kunnen profiteren.

Waar een uitputtingsslag tussen Arabische oliesjeiks, Amerikaanse oliebaronnen en Russische oligarchen al niet goed voor is. Nederlandse automobilisten betalen aan de pomp voor een liter benzine momenteel de laagste prijs in drie jaar tijd.

De prijs van een vat ruwe olie begon ­afgelopen zomer aan een imposante duikvlucht: van 115 dollar tot minder dan 70 dollar (56 euro) per vat aan het begin van deze week – een daling met meer dan 40 procent. Milieuactivisten die het einde van de mondiale aardolievoorraad en steeds verder stijgende prijzen voorspellen, zullen nog even geduld moeten hebben.

Het ziet er niet naar uit dat de prijzen snel weer op het oude niveau komen. Terwijl de vraag naar aardolie, in de nasleep van een zware economische crisis, achterblijft, wordt de productie fors opgevoerd. De ­wereld wordt overspoeld met goedkope olie, met potentieel dramatische gevolgen voor de financiële positie van regeringen en olieproducenten.

Fracking

Een cruciale rol in dit verhaal is weggelegd voor de Verenigde Staten, die meer olie zijn gaan produceren. Het gaat om schalie-olie, die door middel van de fracking-techniek uit de bodem van staten als North ­Dakota en Texas wordt gehaald. De dagelijkse productie van het land steeg daardoor met drie miljoen vaten per dag tot zo’n negen miljoen vaten, waarmee het Saudi-Arabië nadert als de grootste olieproducent ter wereld.

Een van de landen die het zwaarst lijdt onder de dalende prijzen is Rusland. Dat lijkt geen toeval. De Russische president Vladimir Poetin, die onder vuur ligt vanwege zijn agressieve optreden op de Krim en zijn steun voor pro-Russische rebellen in het oosten van Oekraïne, is verwikkeld in een taaie handelsoorlog met het Westen. De Russische economie is erg afhankelijk van inkomsten uit de olie-industrie. Het ­gedeeltelijk wegvallen daarvan kan het land economisch aan de rand van de ­afgrond brengen.

Verliezers

De lijst met verliezers is langer. Ook landen als Venezuela en Iran, beide lid van de OPEC (de organisatie van olieproducerende landen) en beide geleid door dubieuze regimes, krijgen harde klappen door de dalende olieprijs. Om hun huidige uitgavenpatroon te kunnen blijven bekostigen, moet een vat olie 120 tot 135 dollar opbrengen. Voor veel Golfstaten volstaat een prijs van 70 dollar.

Venezuela lobbyde de laatste weken ­tevergeefs bij de andere OPEC-leden voor een verlaging van de productie, om zo de prijzen te stutten en grote gaten in zijn ­begroting te voorkomen. Het verzoek werd op de vergadering van het oliekartel in ­Wenen weggewuifd door Saudi-Arabië, dat er een geheel eigen agenda op na houdt.

Dat land is niet alleen een belangrijke bondgenoot van de Verenigde Staten. Het vreest ook door het verlagen van de eigen olieproductie marktaandeel te verliezen aan concurrenten. Tijdelijk lagere olie-inkomsten zijn voor de Saudi’s het mindere kwaad.

En dus besloot de door de Saudi’s en de Golfstaten gedomineerde OPEC de olieproductie op peil te houden met dertig miljoen vaten per dag. Dat besluit leidde onmiddellijk tot een kettingreactie: de olieprijs kelderde nog harder en in Vladimir Poetins Rusland stortte daardoor de koers van de roebel in.

Klap

De fors gedaalde olieprijs leidt, ironisch genoeg, inmiddels ook tot zorgen in de Verenigde Staten. De prijs is zo hard gedaald dat ook producenten van schalie-olie in de problemen kunnen komen. Het is de vraag hoelang fracking rendabel blijft als de prijs van een vat ruwe olie rond de 70 dollar blijft zweven.

Het winnen van schalie-olie is veel duurder dan olie oppompen uit een conventioneel veld op het Arabisch Schiereiland. Het zou de Saudi’s niet slecht uitkomen als hun concurrenten in de Verenigde Staten een klap krijgen van de lage prijzen.
Maar het is niet alleen kommer en kwel: de goedkope olie is op de eerste plaats een zegen voor de economie in Europa en de Verenigde Staten.

Lage olieprijzen stimuleren de economische groei en helpen zo het Westen te herstellen van de crisis. Als de economie aantrekt, zal uiteindelijk ook de vraag naar aardolie weer stijgen, net als de prijzen. Maar zover is het nog niet.
Consumenten plukken nu vooral de vruchten van de lage olieprijs. Neem benzine: de adviesprijs voor 1 liter Euro 95 daalde van 1,85 euro in de zomer tot iets minder dan 1,70 euro nu.

Als de prijzen laag blijven – en alles wijst erop dat dit voorlopig het geval zal zijn – scheelt dat automobilisten honderden euro’s per jaar.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.