Ron Kosterman

Frits Schut: ‘Greenpeace beïnvloedt politici met angstzaaierij’

Door Ron Kosterman - 30 december 2014

Frits Schut (49) is microbioloog en octrooigemachtigde. Hij vecht voor bescherming van innovaties in gewassen via patenten – een omstreden terrein. Zijn werk luistert nauw.

Aan tafel met de microbioloog en de in gewassen gespecialiseerde octrooigemachtigde Frits Schut is de vraag: wat ligt er nou eigenlijk in juridische zin op zo’n bord? Schut heeft een carpaccio van geroosterde aubergine met onder meer rucola voor zich.

‘De groenten op mijn bord zijn beschermd door het kwekersrecht. Mogelijk zitten er ook patenten op. De aubergine bijvoorbeeld is een interessant gewas. Daarin worden voortdurend verbeteringen aangebracht, zeker op het gebied van resistentie.’

De bedrijven achter die innovaties, de zaadveredelaars veelal, willen die graag beschermen. Anders loopt iedereen ermee weg. Schut regelt dat. Hij is partner en één van de zestig octrooigemachtigden van V.O. Patents & Trademarks.

Dat bureau, met tweehonderd medewerkers, heeft zes kantoren in Nederland (binnenkort opent in Amsterdam het zevende), twee in Duitsland en één in België. Het zorgt voor Europese octrooien voor multinationals als Samsung en staat die bij als daarop inbreuk wordt gepleegd. Het helpt beginnende ondernemers om hun briljante ideeën in juridisch beton te gieten.

Schuts specifieke expertise maakt dat hij vooral de bedrijven en organisaties helpt die actief zijn in bloemen, planten, gewassen, voeding en de medische sector. Concerns als Unilever, DSM en FrieslandCampina zijn klant van V.O.. Schut werkt veel voor zaadveredelaars als Enza, Syngenta en Monsanto-De Ruiter, aardappelverwerkers, universiteiten en ziekenhuizen.

Kick

Of neem het jonge Wageningse bedrijf Solynta, dat recent een innovatieprijs ontving. ‘Vanwege een hybride aardappel. Tot nu toe heb je pootaardappelen nodig om nieuwe aardappelen te kunnen krijgen. Je moet tonnen van die pootaardappelen over de wereld vervoeren en naarmate ze ouder worden, komen er meer ziektes in. Die mannen uit Wageningen hebben het voor elkaar gekregen om zaad te maken dat aardappelen oplevert. Dat is een enorme vooruitgang. Zulke zaken zijn gaaf om te doen. De kick is de uitvinding. Ik blijf een wetenschapper.’

Wat scheelt: Schut heeft een ondernemersachtergrond en kent zo ook het belang van bescherming. Om te kunnen promoveren als ­microbioloog in Groningen toog hij voor onderzoek naar een Amerikaanse universiteit waar hij in aanraking kwam met moleculaire genetica en DNA-­diagnostiek.

Die kennis nam hij mee terug naar Groningen, waar hij met een collega-microbioloog een bedrijf begon dat voor ziekenhuizen testen ontwikkelde voor de detectie van bacteriën. Later richtte hij een tweede onderneming op met de universiteit van Jena, de stad in voormalig Oost-Duitsland die het centrum was van de Russische chipmakerij. ‘Daar ontwikkelden we DNA-chips.’

Geneuzel

In 2001 ging hij bij V.O. Patents & Trademarks aan de slag. Een vierjarige opleiding tot octrooigemachtigde volgde. ‘De ecologie en de economie begreep ik, maar hoe moet dat nou in het maatschappelijke verkeer met innovatie? Hoe bescherm je dat? Wat zegt de wet erover? De interpretatie of iets innovatie is, ligt bij mij. Een ­uitvinder komt bij me en zegt: “Ik heb nu toch wat leuks, volgens mij is dat te octrooieren.” Dan vraag ik hem: “Wat heb je eigenlijk uitgevonden, wat is er zo bijzonder dan?” Dat vraagt het Europees Octrooibureau ook.
‘Het is veel lezen. Vervolgens moet je alles opschrijven en heel precies aangeven wat de innovatie is, want niets mag onduidelijk blijven. Je hoeft maar één woordje te vergeten, één verkeerde uitdrukking te gebruiken en je hebt niets aan een octrooi. Natuurlijk is dat onwijs geneuzel, maar het boeit me enorm.’

Angstzaaierij

Het patenteren van planten en gewassen is nieuw. In 2004 vroegen ze op kantoor wie er wat met planten had, waarna bioloog Schut zijn vinger opstak. Hij regelde vrij rap een patent op een toegevoegde genetische eigenschap waarmee meloenen resistent werden voor een bepaald virus.

‘De discipline staat nog in de kinderschoenen. Er zijn niet zoveel planteninnovaties beschermd door patentrecht. Toch is het een hype, aangewakkerd door Greenpeace, boerenorganisaties en telers. Ze willen de ontwikkelingen in de kiem smoren. Een fietsbel octrooieren mag, maar een plant niet. Dat is eng. Het fabeltje is dat als je gewassen patenteert, er een monopolie ontstaat waardoor die gewassen niet meer beschikbaar zijn voor mensen.

‘Je kunt een bestaand gewas niet eens volledig patenteren. Dat kan alleen met een nieuw of verbeterd gewas. De macht van Greenpeace is enorm. Het is jammer dat ze met die fabeltjes en angstzaaierij politici zo beïnvloeden. De veredelingssector is enorm groot en innovatief. Die bedrijven investeren grote bedragen. Dan wil je je innovaties ook kunnen beschermen.

‘De lobbygroepen hebben het Europees Parlement in hun grip. Doodzonde. Octrooi-aanvragen die we hebben gedaan, liggen al  een poos stil. Het Europees Octrooibureau buigt zich nu over de vraag: durven we nog wel octrooien op planten toe te kennen? Maar wat is er mis met verbeteringen? Die zijn goed voor verdere innovatie en de concurrentie. Op deze manier wordt de indus­trie uit Europa weggejaagd.’

Elsevier 71ste jaargang, nummer 2, 10 januari

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.