Michiel Dijkstra

Wat Draghi doet is riskant, en stimuleert de economie nauwelijks

Door Michiel Dijkstra - 22 januari 2015

Regeringsleiders steken hun kop in het zand en de ECB moet de rommel opruimen, met steeds extremer maatregelen. Er had een hoop kunnen gebeuren om de Europese economie op een veiliger manier aan te jagen dan met de geldkraan.

De eurocrisis mag dan voorbij zijn, het besluit van de Europese Centrale Bank (ECB) dat donderdagmiddag bekend werd gemaakt. om staatsobligaties op te kopen, vormt in zekere zin een herhaling van zetten.

De eurozone heeft een economisch probleem, regeringsleiders steken hun kop in het zand en de ECB moet de rommel opruimen, met steeds extremer maatregelen.

Gevaarlijk

Ditmaal is het probleem niet Zuid-Europese spilzucht, maar de economie. De Europese economie groeit amper. Consumenten geven zo weinig uit dat prijzen in december zijn gaan dalen – daarbij geholpen door de veel goedkoper geworden olie.

Dat is gevaarlijk. Als prijzen blijven dalen, kunnen ondernemers en werknemers steeds minder verdienen, krijgen overheden minder belastinginkomsten en kunnen schulden niet worden afbetaald. Crisis dreigt dan.

De ECB, die als enige mandaat heeft om de inflatie onder, maar dicht bij de 2 procent te houden, moest dus wel ingrijpen. De grote vraag is of de laatste, ingrijpende maatregelen helpen. Gaan prijzen weer stijgen als de ECB staatsschuld koopt?

Mooie prijs

Het idee is dat banken en investeerders hun staatsobligaties voor een mooie prijs van de hand doen en de opbrengst opnieuw uitlenen aan ondernemers en consumenten. Dat levert banen op en leidt ertoe dat mensen meer uitgeven, wat de prijzen opdrijft.

Maar de ECB leende al honderden miljarden euro’s uit aan banken in de eurozone, tegen een zeer lage rente. Die banken doen ogenschijnlijk weinig met dat geld: het bedrag dat ze uitlenen aan bedrijven en consumenten daalt al sinds 2012 onafgebroken. Het is niet waarschijnlijk dat dit verandert, ook niet nu de ECB de geldkraan openzet en staatsobligaties opkoopt.

Risico’s zijn er daarentegen wel. Zo is er voor eurolanden nauwelijks nog noodzaak hun uitgavenpatroon op orde te brengen: als de ECB staatsobligaties op de financiële markten koopt, hebben ze de zekerheid dat ze altijd goedkoop kunnen lenen.

Ook is er de mogelijkheid dat de ECB miljarden euro’s verlies lijdt als een euroland failliet gaat. Die kans is weliswaar klein, behalve in het geval van Griekenland – daarvan koopt de ECB naar alle waarschijnlijkheid dan ook geen schuldpapier.

Capriolen

Vaststaat: de ECB moest iets doen. President Mario Draghi zou de geloofwaardigheid van de ECB op het spel hebben gezet als hij geen maatregelen had genomen. En als de geloofwaardigheid weg is, moet een centrale bank rare capriolen uithalen om investeerders en consumenten duidelijk te maken dat het de volgende keer wel menens is.

Tegelijk kan de ECB, zo is wel duidelijk, niet veel uitrichten om de slabakkende economie en het prijspeil op te jagen. Draghi staat machteloos.

Europese ministers van Financiën bemoeien zich niet al te veel met dit dossier, hoewel dit eigenlijk hard nodig is. Een economische stimulans zou juist van overheden moeten komen.

En wel door de uitgaven te verlagen in plaats van de belastingen te verhogen, zoals veel landen, zeker Nederland, hebben gedaan om hun begroting op orde te brengen.

Impuls

Belastingverhoging heeft een verstikkende uitwerking op de economie: een land kan zijn geld niet verdienen met alleen maar ambtenaren. Werknemers die de helft van hun salaris aan de fiscus moeten afstaan, doen niet erg hun best.

ECB-president Mario Draghi maant overheden dan ook al maanden om hun belastingen te verlagen en zo de economie een impuls te geven, tot dusver zonder resultaat.

Er had, kortom, een hoop kunnen gebeuren om de Europese economie op een veiliger manier aan te jagen dan met de geldkraan van de ECB.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.