Paul Frentrop

Hoe bureaucraten de financiële sector in Nederland wurgen

Door Paul Frentrop - 02 maart 2015

Het is de erfenis van de strijd tussen Dirk Scheringa en Nout Wellink: de sluipende nationalisatie van het Nederlandse bankwezen.

Rond 600 vóór Christus was de Griekse kolonie Locri in het zuidelijkste puntje van Italië de eerste gemeenschap in Europa die werd bestuurd op basis van een geschreven wet. Voordeel van een geschreven wet was dat hij niet om de haverklap veranderde.

Op die rechtszekerheid was men in Locri zeer gesteld: iedere burger mocht nieuwe wetsvoorstellen indienen bij de volksvergadering, maar moest daarbij wel een strop om zijn nek dragen. Zodat hij meteen kon worden opgehangen, als zijn voorstel werd afgewezen.

Reflex

Moderne rechtsstaten missen dergelijke prikkels ter ontmoediging. Integendeel. Vandaag de dag lijken regering en parlement het uitvaardigen van nieuwe wetten als hun belangrijkste taak te zien en leidt elk incident tot een wetgevingsreflex.

Zo is ook de crisis op de financiële markten van 2008 aangegrepen om nieuwe wetten te maken, met als achterliggende gedachte dat om een volgende crisis te voorkomen, de banken met zoveel mogelijk regels moeten worden ingesnoerd.

Dat biedt expansiemogelijkheden voor bureaucraten, maar vergeten wordt dat oorzaken van crises complex zijn en ook toezichthouders voor rampspoed kunnen zorgen.

Falen

Het faillissement van Dirk Scheringa’s bank (DSB) bijvoorbeeld, voltrok zich in oktober 2009, precies een jaar nadat Lehman ten onder ging en ABN AMRO moest worden geholpen. De ondergang van DSB was dan ook niet veroorzaakt door de kredietcrisis, concludeerden de curatoren.

Die hebben inmiddels driekwart van de schulden terugbetaald, maar komen nog bijna 1 miljard euro tekort en hebben daartoe De Nederlandsche Bank (DNB) voor de rechter gedaagd.

Begrijpelijk, want de officiële onderzoekscommissie onder leiding van Michiel Scheltema, die op 23 juni 2010 haar onderzoek publiceerde, zag het falen van DNB als een van de oorzaken van de ondergang van DSB Bank (naast het falen van de commissarissen onder leiding van VVD-politicus Ed Nijpels, die daarom in februari 2010 aftrad als voorzitter van pen­sioenfonds ABP).

Dure hobby’s

De commissie vond dat de toezichthouder in 2005 nooit de bankvergunning aan DSB had mogen verlenen: ‘Hoewel de bank toen financieel gezond was, waren er zodanige tekortkomingen in de leiding en de organisatie van DSB Bank dat het verlenen van een vergunning een te groot risico inhield.’

Het grootste probleem was dat Dirk Scheringa zowel de voorzitter van de directie van de bank was, als (via zijn holding DSB Beheer) enig aandeelhouder. Zijn bank financierde zijn dure hobby’s, zoals het Scheringa Museum en de voetbalclub AZ. Die belangenverstrengeling werd nijpender naarmate de bank meer geld uitleende aan DSB Beheer. Uiteindelijk veel meer dan een kwart van zijn eigen vermogen.

Tanden

DNB durfde Scheringa desondanks niet weg te sturen: ‘Bij het houden van toezicht naderhand is DNB te geduldig geweest en heeft te weinig haar tanden laten zien. Krachtdadiger optreden was mogelijk en gerechtvaardigd geweest,’ aldus de commissie-Scheltema.

Vandaar dat de eerste wetgevende reactie op de financiële crisis in Nederland bestond uit de Wet versterking governance van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. De interne organisatie van de toezichthouders moest beter.

Na deze korte kastijding van de toezichthouders heeft de politiek de zwarte piet echter doorgeschoven naar ‘de banken’ in het algemeen, en bureaucraten weten al te goed dat je een crisis nooit onbenut voorbij moet laten gaan. Die biedt gelegenheid zaken door te drukken die anders niet kunnen worden bereikt.

Willig oor

DNB en AFM hebben de wetgever de afgelopen jaren continu om nieuwe machtsmiddelen gevraagd. De financiële toezichthouders vonden een willig oor.

Elk jaar mochten ze hun wensenlijstje indienen en in die jaarlijkse cyclus staat nu een wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 op de rol, dat DNB en AFM de bevoegdheid geeft een bestuurder van een financiële instelling te schorsen, niet als die iets verkeerds heeft gedaan, maar ‘indien twijfel bestaat aan zijn geschiktheid’. Zomaar dus.

Dat is nergens voor nodig. Natuurlijk moeten toezichthouders voorkomen dat woekerpolissen en andere financiële rotzooi worden verkocht, maar ze bezaten al lang die bevoegdheid en de macht mensen als Scheringa weg te sturen. Ze moesten dan wel de rechter kunnen overtuigen.

Geschorst

Bij Scheringa durfden ze dat niet aan, omdat ze bij het verlenen van de bankvergunning aan DSB zelf hadden verklaard dat hij wél geschikt was. De commissie-Scheltema constateerde droogjes ‘dat het aanvaarden van de directeur-grootaandeelhouder van DSB als deskundig bestuurder niet juist is gebleken’.

Nu willen DNB en AFM het zichzelf makkelijk maken en voortaan iedereen zonder bewijs kunnen wegsturen. ‘Het wetsvoorstel resulteert erin, en lijkt zelfs tot doel te hebben, dat bestuurders en commissarissen kunnen worden geschorst zonder dat daar zorgvuldig onderzoek aan vooraf is gegaan,’ waarschuwden de advocaten Guido Roth en Janice Roepnarain in het vakblad Onder­nemingsrecht.

‘In de concept-Memorie van Toelichting wordt niet toegelicht welke concrete situaties zich in de toezichtpraktijk hebben voorgedaan die nopen tot dit voorstel,’ schreef VNO-NCW, al weet de werk­geversorganisatie natuurlijk ook wel dat de echte reden is dat Nout Wellink zeven jaar geleden Scheringa niet durfde aanpakken.

Geen liberaal ideaal

Als de Wijzigingswet dit jaar wordt aangenomen, kan Klaas Knot vanaf 1 januari 2016 schorsen wie hij maar wil, zonder dat de  persoon zich daar bij de rechter tegen kan verweren. Dan is de toezichthouder de zonnekoning. Volgend jaar zal het hele Nederlandse bankwezen zo de facto zijn genationaliseerd.

Niet bepaald een liberaal ideaal, maar het lijkt alsof de VVD daar niks tegenin durft te brengen, omdat die partij via met Scheringa verbonden prominenten als Nijpels, Gerrit Zalm, Robin Linschoten en Frank de Grave te veel boter op het hoofd heeft.

Intussen is de aandacht gericht op de beursnotering van ABN AMRO. Om de opbrengst zo hoog mogelijk te maken, wil de regering de bank niet met een constructie beschermen tegen een overname. Daar houden buitenlandse beleggers niet van. Dat drukt de koers, menen ambtenaren.

Maar als er iets is waar buitenlandse beleggers niet van houden, dan is dat ongecontroleerde overheidsinvloed op het beleid van een bank. Dát is nu juist wat Jeroen Dijsselbloem – met DNB en AFM – stilletjes voor elkaar krijgt. Dit proces illustreert hoe een goedbedoelende bureaucratie een bedrijfstak langzaam kan wurgen.

Oud-politieman

Nieuwe wetten kunnen een tekort aan kwaliteiten van een president van de centrale bank niet compenseren. De paradoxale uitkomst van een lang traject van nieuwe regelgeving is dat – omdat Wellink één oud-politieman niet de baas kon – het zorgvuldigheidsbeginsel in het bestuursrecht wordt aangetast, de overheid ongekende invloed krijgt in het besturen van financiële instellingen én de schatkist geld misloopt bij ABN AMRO.

Geen wonder, zouden de oude Locriërs denken.

Paul Frentrop is bestuurder van het Nederlands Governance Genootschap. Hij adviseert beleggers en commissarissen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.