Syp Wynia

Macht ‘sociale partners’ verziekt het systeem

Door Syp Wynia - 04 maart 2015

De deal die vakbonden en werkgevers onlangs sloten, laat zien dat deze lobby’s veel te machtig zijn. En het kabinet-Rutte/Asscher, dat vooral de FNV bedient, heeft zich met huid en haar uitgeleverd aan de ‘sociale partners’.

Wie in Nederland als werknemer werkloos wordt, kan relatief lang een werkloosheidsuitkering krijgen. Wie lang genoeg heeft gewerkt, kan iets meer dan drie jaar – 38 maanden – een beroep doen op de WW. Een lang durende WW-uitkering remt het arbeidsaanbod en is kostbaar.

Dat was reden voor VVD-leider Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom om in hun Regeerakkoord van 2012 de duur van de WW-uitkering in te korten tot twee jaar.

Al een half jaar later sloot het kabinet-Rutte/Asscher een ‘sociaal akkoord’ met werkgevers en de vakcentrales, waarin deze de gelegenheid kregen om de WW toch weer op te trekken naar drie jaar. Daarnaast mogen ze door het hele land arbeidsbureaus oprichten, hoewel ook de gemeenten, uitkeringsinstantie UWV en uitzendbureaus hier al een taak hebben.

‘Repareren’

Een deal in de Sociaal-Economische Raad maakte onlangs duidelijk hoe vakbonden en werkgevers dat willen aanpakken. Ze gaan het Regeerakkoord ‘repareren’ door in de nieuw af te sluiten collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) voor het derde werkloosheidsjaar een nieuwe WW te introduceren, als het even kan uit te voeren door een overheidsinstantie als het UWV of de Sociale Verzekeringsbank.

Dat is al tamelijk bizar: de overheid verkort de WW, de sociale partners accepteren dit niet en ‘repareren’ het, maar leggen de uitvoering ervan vervolgens bij de overheid.

Deze nieuwe WW is natuurlijk ook niet gratis en de nieuwe arbeidsbureaus die de vakbonden willen runnen evenmin. De WW-premies gaan daarom omhoog, vooral door werknemers opnieuw WW-premie te laten betalen (in 2009 werd die afgeschaft).

Deze lastenverhoging mag van deze ‘sociale partners’ echter geen koopkrachtverlies opleveren. Ter compensatie moet de overheid de loonbelasting maar verlagen.

Lagere lasten

Terwijl het hele Binnenhof het erover eens is dat na de belastingverhogingen van de kabinetten-Rutte er nu eindelijk een lastenverlichting moet komen die moet leiden tot lagere lasten op arbeid, sluiten de werkgevers en vakcentrales een akkoord dat de lasten juist verhoogt. En dan moet de overheid die lastenverhoging maar weer repareren.

Het illustreert ten overvloede dat de macht die de private lobby’s van werkgevers en vakbonden wordt gegund, buitensporig is. Hier ijlt een corporatistisch stelsel na uit een ander tijdperk (de jaren dertig van de twintigste eeuw) toen het gewoon werd gevonden om overheidstaken te delegeren aan ‘gemeenschappen’ van ondernemers en arbeiders, die wetgevende bevoegdheden kregen.

Dat schuurde altijd al met de democratische rechtsstaat, maar dat wordt nu wel heel pijnlijk zichtbaar. Slechts eenvijfde van de werknemers is lid van een vakbond; ook voelen steeds minder ondernemers zich thuis in hun werkgeversclub.

Paal en perk

Maar die vakbonden en werkgeversclubs mogen wel onderling akkoorden sluiten die de overheid tot wet verheft, zelfs als die particuliere deals tegen de intentie van het overheidsbeleid ingaan. De kosten van die akkoorden worden vervolgens afgewenteld op de samenleving.

Het kabinet-Rutte/Asscher heeft zich met het ‘sociaal akkoord’ – dat vooral vakcentrale FNV bedient – helaas met huid en haar uitgeleverd aan de ‘sociale partners’. Zodra de politieke situatie dat mogelijk maakt, zou paal en perk moeten worden gesteld aan dit zieke systeem.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.