Arthur van Leeuwen

Studenten, punt gemaakt, stop met klagen!

Door Arthur van Leeuwen - 10 maart 2015

Is ‘rendementsdenken’ fout en ‘democratisering’ goed? Zo simpel is het niet. Het studentenprotest als symptoom van een failliet bestel.

‘Ga dan naar Den Haag en kom niet in mijn gebouw zitten!’ Onhandiger kon Louise Gunning haar optreden tegen de protesterende studenten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) niet beginnen.

Mijn gebouw? Dat was nadat op 13 februari het Bungehuis was bezet, waar de Faculteit der Geesteswetenschappen is gevestigd.

Even ongelukkig was het een dwangsom à 100.000 euro per dag te eisen als de bezetters niet vertrokken. Alsof de voorzitter van het College van Bestuur (CvB) voor het eerst met echte, levende studenten sprak.

Al snel kreeg Gunning spijt, burgemeester Eberhard van der Laan deed voor hoe repressieve tolerantie werkt – een soort judo, eerst meegeven en dan winnen – en nu telt het College van Bestuur pardoes een student-lid. Inmiddels verblijven actievoerders al weken in het Maagdenhuis.

En het bestuur vecht intussen de oorlog verder uit met een smaldeel muitende docenten op vertrouwder terrein: aan de vergadertafel.
Het is dus nog niet voorbij, al deed het CvB per brief de eerste toezeggingen. Alle protest draait om twee buzz-woorden: ‘rendementsdenken’ en ‘democratisering’. Het eerste staat voor het kwaad, het tweede voor de heilsboodschap die dat moet bezweren. Een grotesk misverstand.

Het ware probleem zit dieper: het universitair bestel is achterhaald en koerst af op een implosie.

Lekker lang studeren

Wat ‘rendementsdenken’ betekent, hangt ervan af wie je het vraagt.

Studenten denken aan de eis om in drie jaar een bachelordiploma te halen, docenten aan het geld voor onderzoek en aantallen publicaties. Bestuurders denken aan prestatienormen en het bedrag dat te verdienen valt met studenten en diploma’s, of de plussen en minnen bij het universitair vastgoed.

Studenten willen lekker lang studeren, wetenschappers zouden heerlijk al hun tijd aan onderzoek besteden. Dat is helaas niet praktisch en wel duur, dus kan het niet. Waarmee de vraag aan de orde is hoe gemeenschapsgeld – de UvA werkt met een budget van ruim een half miljard euro – wordt besteed.

Kijk naar de studenten geesteswetenschappen die zo kwaad zijn over een voorgenomen bezuiniging. Net iets meer dan de helft haalt in vier jaar het bachelor­diploma, waar drie jaar voor staat.

Of neem het populaire communicatiewetenschap, een van de sociale wetenschappen. Ook daar haalt maar 53 procent de bul in vier jaar, zoals blijkt uit het Elsevier-onderzoek Beste studies. Vervolgens maken ze weinig kans op de arbeidsmarkt, zoals blijkt uit het onderzoek Beste banen, en heeft 32 procent achteraf spijt van zijn studie.

Pure verspilling van individueel en maatschappelijk kapitaal is het. Zo bezien is er eerder behoefte aan méér dan aan minder rendementsdenken.

Wrok

Waar studenten wel last van hebben, is het personeelsbeleid, niet alleen in Amsterdam. Te veel docenten zijn slecht betaalde flexwerkers, wetenschappers die hun uren draaien in de collegezaal zonder zicht op een vast contract of onderzoeksportefeuille.

Terwijl onder gevestigde docenten en hoogleraren een permanente veldslag woedt om onderzoeksgelden – onderwijs komt vaak op de tweede plaats.

Voeg daarbij dat de universiteiten uit hun krachten groeien, dat zoals aan de UvA roosterproblemen schering en inslag zijn, dat bachelorstudenten aan tal van opleidingen minder dan 12 uur college krijgen – waar 16 de norm is –, en de wrok is toch ook begrijpelijk: wel meer betalen nu de studiebeurs plaatsmaakt voor het leenstelsel, maar geen waar voor je geld.

Je zou zeggen: studenten, goed punt gemaakt, en nu weer hard aan de studie.

De basis voor alle ongenoegen ligt in twee krachten die het financiële speelveld van de bestuurscolleges regeren: Den Haag en het eigen vastgoedbeheer.

De bekostiging van universiteiten loopt via studentenaantallen, diploma’s en promoties. Het loont domweg in harde euro’s om ‘kleine’ opleidingen op te heffen, en populaire opleidingen ‘in de markt te zetten’.

Met als gevolg dat aan de UvA het ‘grote’ communicatie­wetenschap (1.200 studenten) het dik wint van de talen met enkele tientallen studenten. Kennelijk is in die context geen plaats voor de optie om ‘kleine talen’ te behouden als academisch erfgoed, al is het maar door ze onder te brengen bij één universiteit.

Of juist praktisch – niet alles hoeft bewaard: verwijs studenten Noors, Hebreeuws of Frans naar de plek waar je de taal het beste leert, het land zelf.

Potsierlijk

De zorg voor het vastgoed is een tweede ontwrichtende kracht. In 1995 droeg de overheid alle gebouwen over aan de universiteiten, en die zitten nu met te zware lasten. Toch manifesteren bestuurders zich ook graag als bouwheer van ‘hun’ campus. Zeker in Amsterdam.

Voeg daarbij de drift tot fuseren en stichten van nieuwe vestigingen, en de terechte vraag luidt: gaat dat niet ten koste van onderwijs en onderzoek?

Nu moet één student in het Amsterdamse CvB bewijzen dat ‘democratisering’ alle onheil bezweert. Nogal potsierlijk. Studenten hebben instemmingsrecht via een universiteitsraad of studentenraad over het onderwijs.

Zo hoort het, want daar ligt hun expertise en belang. Waarom zouden ze zich met personeelsbeleid, onderzoek of begroting bemoeien? Daar zijn bestuurders voor. Zíj moeten zich verantwoorden – de student is passant.

Het kan verkeren. Sinds vorige week is het instemmingsrecht van studenten op hoofdlijnen van de begroting wettelijk geregeld, nota bene als goedmakertje bij de invoering van het leenstelsel. De Raad van State vond het onverstandig, maar minister Jet Bussemaker zette door.

Zelfvernietiging

Waar staat de Nederlandse universiteit op langere termijn? Dat laat zich raden: onder deze condities zal, telkens als de begroting gaten vertoont, de bijl vallen bij de minst gewilde opleidingen. Het gebeurde in Groningen, in Leiden en straks in Amsterdam.

Studenten van nu hebben alleen niets aan de oplossing die bestuurders bieden: een bachelor-opleiding geesteswetenschappen of sociale wetenschappen, samengeraapt uit kliekjes van opgedoekte disciplines.

Des te meer hebben studenten aan een brede opleiding waar ze hun weg zoeken in geestes-, mens- én natuurwetenschappen. Zo verwerven ze pas een allround basis voor de arbeidsmarkt en voor een master­opleiding. En het bestuur is verplicht die breedte te handhaven om de waarde van het diploma te borgen. Wat zelfs kan betekenen: niet groeien, maar krimpen en kiezen voor kwaliteit.

De University Colleges wijzen de weg. Daar zien studenten 22 uur per week een docent en werken ze harder. In de Angelsaksische wereld en elders buiten Europa is het bewijs van succes allang geleverd.

Vasthouden aan het aloude idee van de Europese continentale universiteit – studeren via de disciplines zoals het wetenschappelijk onderzoek die dicteert – betekent zelfvernietiging als onderwijs­instelling. Het sloopwerk is al gaande.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.