Michiel Dijkstra

Tegenstanders van TTIP spelen alleen maar in op emotie

Door Michiel Dijkstra - 05 maart 2015

De rol van Europa in de wereldeconomie – en op het wereldtoneel – wordt allengs kleiner door de opkomst van landen als China en Rusland. Wil Europa een rol van betekenis blijven spelen, dan zal het meer samenwerking moeten zoeken.

Volgens tegenstanders van het trans-Atlantisch vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten staat Nederland nog wat te wachten: consumenten krijgen in chloor gewassen kip en genetisch gemodificeerd voedsel opgedrongen, terwijl de democratische rechtsstaat wordt uitgeleverd aan machtige multinationals en Brusselse bureaucraten.

Critici uit de linkse hoek en antiglobalisten bestrijden TTIP (‘tie-tip’), zoals het verdrag afgekort wordt aangeduid, met verbijsterend vitriool. Alsof de EU-lidstaten rücksichtslos welvaart en welzijn van hun burgers te grabbel gooien om het internationale grootkapitaal ter wille te zijn.

De werkelijkheid ligt toch echt iets genuanceerder. De voordelen van vrijhandel zijn overduidelijk. Bedrijven krijgen de beschikking over een grotere afzetmarkt en zien hun kosten dalen. Consumenten hebben meer keuze en hoeven daardoor minder te betalen.

Daarnaast zijn er geopolitieke redenen om achter het verdrag te staan. Als TTIP een feit is, dan kunnen Amerikaanse schaliegasbedrijven bijvoorbeeld aardgas uitvoeren naar Europa. Nu mag dat nog niet. Dit zou Europese landen veel minder afhankelijk maken van Russische aardgasleveranties, waardoor EU-landen veel beter een vuist kunnen maken naar de Russische president Vladimir Poetin.

Emotie

De rol van Europa in de wereldeconomie – en op het wereldtoneel – wordt allengs kleiner door de opkomst van landen als China en Rusland. Wil het Europese continent een rol van betekenis blijven spelen, dan zal het meer economische samenwerking moeten zoeken met andere democratisch geregeerde landen. Daarom is TTIP een goede zaak.

Over deze kant van het vrijhandelsverdrag hoor je tegenstanders niet. Er wordt vooral op emotie ingespeeld door vooruit te lopen op hoe – minutieuze – regelgeving op het gebied van voedselveiligheid zal worden gelijkgetrokken.

In Amerika wordt kippenvlees in een chloorbad ondergedompeld om salmonellabacteriën te verwijderen en dat krijgen we in Europa straks ook – dat idee. Omgekeerd staan ze in de Verenigde Staten niet te springen om de rauwmelkse kaas die in Europa wordt gemaakt, zoals brie.

Een fundamenteler bezwaar van critici betreft de geschillenbeslechting over het verdrag. Daarvoor is nog geen goede oplossing gevonden. Minister voor Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen (PvdA) stelde met ministers uit andere EU-landen een plan op om voor zulke zaken een internationaal hof op te richten.

Arbiter

Dat is een goed plan: om vrijhandelsverdragen goed te laten werken, is een onafhankelijke arbiter nodig die de rechten van bedrijven bewaakt zonder dat de nationale soevereiniteit wordt aangetast.

Niet zeker is of de Verenigde Staten en de Europese Unie dit plan overnemen, maar ze moeten een oplossing vinden voor de geschillenbeslechting. Zoals ze ook een oplossing moeten vinden voor de Europese afkeer van in chloor gewassen kip, of de Amerikaanse twijfel over rauwmelkse kaas.

Vrijhandel levert te veel voordeel op om te laten liggen, of antiglobalisten dat nu willen of niet. Het beste wat Nederland kan doen, is proberen om dat proces zo geordend mogelijk te laten verlopen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.