Jean Dohmen

Bedrijf moet zelf topsalaris kunnen bepalen

Door Jean Dohmen - 07 april 2015

In een land waar de overheid bepaalt hoeveel een manager in het bedrijfsleven mag verdienen, wilt u niet wonen.

Er is weinig voor nodig om in Nederland voor ‘zakkenvuller’ of ‘graaier’ te worden uitgemaakt. In het land waar de inkomensverschillen in vergelijking met de meeste andere landen verhoudingsgewijs klein zijn, woedt al enkele weken een virulent debat over de beloning van topmensen in het bedrijfsleven.

Dat is niet voor het eerst. Opwinding over andermans inkomen – vooral wanneer dat inkomen hoger is dan gemiddeld – behoort tot de nationale folklore.

Jongste bediende

De concrete aanleiding is deze keer de extra beloning van 425.000 euro voor KPN-CEO Eelco Blok en de salarisverhoging van 100.000 euro voor zes directeuren van ABN AMRO. Velen namen daar aanstoot aan, en de politiek, die in de 21ste eeuw beter dan ooit aanvoelt uit welke hoek de wind waait, maakte zich snel tot spreekbuis van het morrende volk.

Vanuit linkse hoek klonk direct de oproep om eindelijk wettelijk vast te leggen hoe groot het verschil in beloning mag zijn tussen de top van een bedrijf en de jongste bediende.

In een land waar de overheid bepaalt hoeveel een manager in het bedrijfsleven mag verdienen, wilt u niet wonen. Een van de zegeningen van onze vrijemarkteconomie is dat de wet van vraag en aanbod zijn werk kan doen. Het is meteen ook een antwoord op de vraag waarom parkeerwachters  of portiers minder verdienen dan de topman van een beursgenoteerd bedrijf of een grote bank.

Geschikte kandidaten voor het beroep van parkeerwachter of portier zijn er nu eenmaal in overvloed, maar een geschikte kandidaat om een groot bedrijf te leiden, is minder snel gevonden.

Bonus van 100 procent

De overheid heeft al zeer veel invloed op de beloning in Nederland. De inkomstenbelasting, die kan oplopen tot 52 procent, verlaagt het bedrag dat iemand overhoudt van zijn brutosalaris aanzienlijk. Aan de onderkant beschermt de overheid mensen die eenvoudig werk doen met het minimumloon.

Te weinig verdienen kan niet, en heel veel verdienen wordt zwaar belast. En soms ook onmogelijk gemaakt: bonussen van bankiers zijn wettelijk beperkt tot 20 procent van het vaste salaris. Nederland gaat daarmee overigens beduidend verder dan de Europese Commissie, die een bonus van 100 procent goed dunkte.

De vraag hoe hoog het loon van een topman moet zijn wordt binnen grote ondernemingen niet beantwoord door de overheid, maar door de remuneratiecommissie, leden van de raad van commissarissen die over het beloningsbeleid gaan. Nu wil zo’n commissie nog wel eens te royale beloningen uitdelen die niet in verhouding staan tot de geleverde prestaties.

Machteloos

In dat geval is het aan de andere stakeholders van de onderneming om de top tot de orde te roepen. Aandeelhouders kunnen bezwaar maken en werknemers kunnen protesteren. Zelfs consumenten staat niet machteloos. Zij kunnen een bedrijf boycotten als zij vinden dat de leiding er een potje van maakt.

In het geval van Eelco Blok was dat precies wat er gebeur­de. De vakbonden, die namens de werknemers onderhandelden over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao), eisten dat de topman zijn extra bonus weer inleverde.

Blok had dat verzoek naast zich neer kunnen leggen, maar koos eieren voor zijn geld. Om schade aan zijn imago en het imago van KPN te voorkomen, liet hij de bonus van 425.000 euro voor wat die was.

Iets soortgelijks gebeurde bij ABN AMRO. Ja, over de loonsverhoging van 100.000 euro waren vooraf afspraken gemaakt met de enige aandeelhouder, de staat. Geconfronteerd met boze werknemers die al jaren op de nullijn zitten en klanten die hun rekening opzegden, draaide de banktop de omstreden verhoging binnen een paar dagen terug.

Angst voor gedonder met aandeelhouders, werknemers en klanten blijkt voldoende om bedrijven bij de les te houden.

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.