Syp Wynia

Gezellig, straks komt ook Albanië in eurozone!

Door Syp Wynia - 03 april 2015

De Griekse beloften in de eurocrisis blijken telkens weer dode mussen. Een munt die met dreigementen bijeen wordt gehouden, zal op enig moment uiteenspatten.

Vijf jaar geleden begon in Griekenland de eurocrisis, die sindsdien met aspirientjes en warme kruiken is onderdrukt. Sinds in januari het linkse Syriza aan de macht is, wordt om de haverklap meegedeeld dat voor dat land de deadline nadert. Er komen dan steeds halve beloften uit Athene. Even zo vaak blijken het dooie mussen.

Als de Griekse regering werkelijk het vertrouwen weet te winnen van de schuldeisers – wij, als het ware – wordt het land voor de derde keer gered. Dan gebeurt wat VVD-lijsttrekker Mark Rutte in de verkiezingscampagne van 2012 uitsloot.

Weggestreept

Er zou geen cent meer naar de Grieken gaan, maar het werden miljarden. In de tussentijd zijn de voorwaarden voor de leningen aan Griekenland zo versoepeld dat de geleende 240 miljard feitelijk al voor 40 procent is weggestreept.

De Europese Centrale Bank (ECB) voert intussen een beleid dat niet is afgestemd op ons deel van het eurogebied, maar dat beoogt zwakke landen met hoge staatsschulden binnen de euro te houden.

De rente wordt laag gehouden om een land als Italië niet in de problemen te laten komen. De stimuleringsprogramma’s van de ECB, zoals het pas gestarte programma om geld te drukken, dienen hetzelfde doel.

Nu wordt aan de ene kant valselijk beweerd dat de invoering van de euro ook voor een land als Nederland erg profijtelijk is, bijvoorbeeld omdat de export een danige impuls heeft gekregen. Dat landen die buiten de euro zijn gebleven – Groot-Brittannië, Zweden, Denemarken – daar allerminst nadeel van hebben, zegt genoeg.

Hotel California

Aan de andere kant heet het dat het opbreken van de eurozone buitengewoon kostbaar zou zijn. Daarbij wordt dan de omelet ten tonele gevoerd: die kun je niet terugtoveren in de eieren waaruit zij is ontstaan. Ook wordt het nummer ­Hotel California van The Eagles geparafraseerd: de euro is een hotel waar je altijd in, maar nooit uit kunt.

De euro wordt aldus met doemdenken en donderwolken bijeengehouden. Maar ik voorspel: een munt die niet met verlokkingen wordt aangeprezen, maar die, bij gebrek aan beter, met dreigementen bijeen wordt gehouden – zo’n munt zal op enig moment uiteenspatten.

Dat zal niet goedkoop zijn, nee. Het zal tot eenmalige hoge kosten leiden die wellicht enkele jaren kunnen aanhouden. Dat is niet fijn, maar dat is nu eenmaal de prijs die we betalen voor de nogal onnozele vlucht naar voren uit 1991 toen in het Verdrag van Maastricht werd vastgelegd dat de euro er voor de eeuwwisseling moest komen, én voor de vele schendingen van datzelfde verdrag nadat het was getekend.

Bijpassen

Wat bij die hoge kosten van het uittreden van landen uit de eurozone doorgaans wordt vergeten, is dat de prijs die nu wordt betaald voor het bijeenhouden van de euro nog veel hoger is. De economische groei in euroland is structureel lager dan hij zou kunnen zijn.

Beter functionerende landen moeten voortdurend bijpassen voor slechter functionerende landen. Er is geen monetair beleid dat goed is voor alle, zo verschillende, landen in de eurozone.

Des te gekker is het dat nieuwe landen die bij de Europese Unie willen komen, worden gedwongen hun best te doen om de euro tot hun munt te maken. Dat is, met de ervaringen van de afgelopen jaren, een steeds krankzinniger idee.

Met een gemeenschappelijke munt als de euro hoeft niet zo bijster veel mis te zijn, als de eurolanden maar landen zijn die economisch, politiek en cultureel voldoende dicht bij elkaar staan. Er ontstaat pas een probleem als het gezelschap te groot en onderling te verschillend is.

Beter af

Terwijl met kunst- en vliegwerk wordt geprobeerd om probleemland Griekenland binnen de eurozone te houden, is een land als Kroatië tot de Europese Unie toegelaten en worden besprekingen gevoerd met Servië, Macedonië, Albanië, Bosnië-Herzegowina, Kosovo en Turkije. Dat zouden dus allemaal ook eurolanden kunnen of moeten worden.

Balkanlanden als Roemenië en Bulgarije hebben bij hun toetreding tot de Europese Unie al getekend voor de doelstelling om euroland te worden. Je moet er werkelijk niet aan denken.

Ik zou daarom zeggen: bereid je erop voor dat landen de euro uitgaan die buiten de euro beter af zijn. Maar schrap de verplichting, en zelfs het recht, voor toekomstige probleemlanden om tot de euro te moeten, of te mogen, toetreden.

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.