Fleuriëtte van de Velde

Meer vrouwen aan de top? Bussemakers lijst zal niet helpen

Door Fleuriëtte van de Velde - 13 april 2015

Gekibbel tussen minister Bussemaker en Tweede Kamer over lijst topvrouwen is geneuzel in de marge. Als vrouwen fulltime gaan werken, komen er vanzelf meer in de raden van bestuur.

Mag de overheid een lijst met vrouwen die geschikt zijn voor hoge posities in het bedrijfsleven  maken of is dat marktverstorend? Over die vraag kibbelen PvdA-minister Jet Bussemaker van Emancipatie en de Tweede Kamer sinds ruim een week.

Vorige week nam de Tweede Kamer een motie aan van VVD-Kamerlid Tamara van Ark die de minister opriep te stoppen met haar databank met daarin zevenhonderd topvrouwen.

De Kamer vindt dat Bussemaker de markt verstoort omdat (commerciële) werving- en selectiebureaus hun eigen lijsten met topvrouwen hebben. Vandaag stuurde Bussemaker een brief naar de Kamer waarin ze zegt dat ze voorlopig niet van plan is aan de wens van de Kamer gehoor te geven.

Excuustruus

Marktverstorend of niet: relevanter is de vraag of zo’n lijst – door wie hij ook wordt opgesteld – gaat helpen om meer vrouwen op topfuncties in het bedrijfsleven te krijgen. Want dat is wat Kamer én Bussemaker willen.

Op dit moment is in Nederland 8,9 procent van de leden van een raad van bestuur vrouw. Bij raden van commissarissen gaat het om 11,2 procent. Kamer en minister vinden dat die percentages omhoog moeten: naar 30 procent.

Bedrijven hebben tot eind van het jaar om die percentages vrijwillig te halen. Daarna moet opnieuw worden bepaald hoe nu verder.

De minister dreigt al tijden dat ze bedrijven dan misschien gaat dwingen vrouwen in de top te benoemen door een vrouwenquotum in te stellen, al zegt ze dat als een ‘paardenmiddel’ te zien dat ze liever niet inzet. Immers, dan worden vrouwen mogelijk gezien als excuustruus.

Deeltijd

Bussemakers lijst zal niet helpen. Dat weinig vrouwen, ook in vergelijking met het buitenland, in de top van het bedrijfsleven zitten, komt vooral doordat de overgrote meerderheid (74 procent) nog steeds in deeltijd werkt.

Zelfs van de universitair geschoolde vrouwen werkt nog niet de helft (45 procent) voltijds, bij vrouwen met een hbo-opleiding slechts 32 procent, blijkt uit de Emancipatiemonitor 2014 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Niet slecht

Vrouwen (en mannen) die maar drie dagen werken, kunnen geen plaats in de raad van bestuur opeisen.

Bovendien kiezen vrouwen minder vaak voor een carrière in het bedrijfsleven: zij werken vaker in sectoren als de zorg, het onderwijs, het openbaar bestuur en non-profitinstellingen, zoals pensioenfondsen en de kamers van koophandel.

En daar bestaat volgens de Emancipatiemonitor de top (raden van commissarissen en raden van bestuur) wel voor 30 tot 40 procent uit vrouwen.

Zo bezien gaat het helemaal niet zo slecht met de carrières van vrouwen. Als ze fulltime gaan werken en kiezen voor het bedrijfsleven, komt het ook daar in de top vanzelf goed.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.