Jean Dohmen

Schelden op bankiers lucht op, maar helpt niet

Door Jean Dohmen - 13 april 2015

De discussie over de hoogte van de beloning bij ABN AMRO is kortzichtig. Dergelijk amateurtoneel zal de opbrengst van een uiteindelijke beursgang alleen maar verlagen.

Het valt te hopen dat ABN AMRO toch snel en volledig naar de beurs wordt gebracht, zodat vertoningen als vorige week in de Tweede Kamer ons bespaard blijven.

Toeschouwers waren getuige van een ongemakkelijk gesprek tussen een roedel op wraak beluste Tweede Kamerleden en de voorzitter van de raad voor commissarissen van de bank, Rik van Slingelandt.

Die was ontboden om tekst en uitleg te geven over het schielijk ingetrokken besluit zes bestuursleden van de staatsbank 100.000 euro salarisverhoging te geven. De zes zouden ieder voor 7 ton in de boeken belanden.

Morele bezwaren

‘Willen wij een solide bank opbouwen, dan zullen we goede mensen moeten hebben,’ verdedigde Van Slingelandt de niet geringe loonsverhoging. Onbegrip was zijn deel. ‘Ik vind de antwoorden stuitend. Ik wil eigenlijk niet weten in wat voor universum u leeft,’ beet Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks hem toe.

De felheid van de Kamerleden was opmerkelijk – ABN AMRO overtrad geen regels, de minister had beloofd de loonsverhoging ondanks morele bezwaren te zullen verdedigen en de Kamer zelf was ruim van tevoren over het extra geld geïnformeerd.

Een klassiek geval van boter op het hoofd dus, en een fout signaal bovendien: een overheid moet betrouwbaar zijn – of de uitkomst daarvan haar nu bevalt of niet. De Kamerleden hadden daar geen boodschap aan.

Geen steek veranderd

Ze deden wat ze tegenwoordig zo vaak doen – gevoelens van ongenoegen die in de maatschappij leven zo ongefilterd mogelijk doorgeven. ‘Zie je wel, die bankiers zijn geen steek veranderd.’

Dat het metier in een kwade reuk staat, heeft de financiële sector voor een groot deel aan zichzelf te wijten. Vooral zakenbankiers namen in de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw steeds grotere financiële risico’s.

I am just a banker doing God’s work,’ zei Lloyd Blankfein, CEO van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs tegen The Wall Street Journal, nadat de bom gebarsten was.

Toen het in 2008 met de val van Lehman Brothers goed misging, kreeg de belastingbetaler de rekening gepresenteerd voor deze bancaire cocktail van hoogmoed, hebzucht en gulzigheid. De gevolgen voor de economie – en voor het vertrouwen van burgers in bankiers – waren desastreus.

Onderschat

Wat de bestuurders en commissarissen van ABN AMRO terecht kan worden verweten, is dat zij schromelijk hebben onderschat hoe gevoelig de salarisverhoging lag.

Miljoenen Nederlanders hebben de laatste jaren offers gebracht – mede omdat de overheid een slordige 80 miljard euro in kreupele financiële instellingen heeft gestoken om ze van de ondergang te redden. Dan is het niet handig om het eigen salaris fors te verhogen, ook al heb je er formeel recht op.

Het argument van Van Slingelandt dat de bank gedwongen is  hogere salarissen te betalen omdat zij anders niet aan goede bestuurders kan komen, is ook niet het beste om zijn tegenstanders  te overtuigen.

Nieuwe realiteit

Wat er na de redding van ABN AMRO in 2008 rest, is geen imposante speler die mondiaal meetelt, maar een regionale Europese consumentenbank, die in de Europese ranglijst op een bescheiden 24ste plaats staat.

Die nieuwe realiteit lijkt niet doorgedrongen tot de Gustav Mahlerlaan. ‘ABN hoeft zich niet te meten met de City of Wall Street,’ gaf Van Slingelandt tijdens de hoorzitting toe, ‘maar wij hebben wel met het nabije buitenland te maken.’

De vraag is welk buitenland dat dan is. Bij de Duitse Landesbanken, net als ABN AMRO veelal in handen van de overheid, is het salaris van bestuurders gemaximeerd op 500.000 euro, al knepen regionale overheden zo nu en dan een oogje dicht om een capabele kerel (m/v) als CEO binnen te kunnen halen. Die mag best wat kosten, als hij zijn werk goed doet.

Verdacht

Dat soort relativeringen is aan veel Nederlanders niet besteed. Er is een klimaat ontstaan waarin bankbestuurders en bankiers geen goed meer kunnen doen en elk bovenmodaal salaris bij voorbaat verdacht is.

De angst dat het opnieuw misgaat en de vrees dat bankiers in oude fouten vervallen, is groot. Nu zijn er in de jaren na de val van Lehman Brothers veel maatregelen genomen om dat te voorkomen – er kwamen strengere regels, toezichthouders kregen meer macht, buffers zijn vergroot en de grootste Europese banken onder toezicht geplaatst, bonussen zijn aan banden gelegd – maar garanties dat ‘2008’ zich niet zal herhalen, kan niemand geven.

Mocht er op Wall Street of in de City een nieuwe financiële crisis uitbreken, dan blijft Nederland door de grote mate van verwevenheid in de financiële sector niet buiten schot.

Kredietcrisis

De vraag hoe dat kan worden voorkomen, en de daarmee samenhangende vraag hoe we banken in nood zonder bijkomende schade kunnen laten omvallen, is oneindig veel belangrijker dan de vraag hoeveel Joop of Kees precies mag verdienen.

De kans dat ABN AMRO de aanstichter van een nieuwe kredietcrisis zal zijn, is klein. De bank is een schim van haar verleden. De zakentak bestaat niet meer; het restant is een middle of the road-bank die weinig risico neemt.

Het midden- en kleinbedrijf dat tevergeefs aanklopt voor leningen, kan daarover meepraten. Aan banken die helemaal geen risico’s meer nemen, hebben consumenten en ondernemers niet zo veel.

Volksspaarbank

Er is nog een reden waarom het onverstandig is om zo’n enorm nummer te maken van de salarissen van de bankbestuurders. Hoewel de SP ABN AMRO het liefst zou veranderen in een volksspaarbank, lijken de meeste partijen nog steeds op het standpunt te staan dat de bank vroeg of laat naar de beurs moet worden gebracht.

Dat is wijs, en niet alleen omdat overheden niet moeten willen bankieren – dat kun je beter aan de markt overlaten, als die goed gereguleerd is.

Die beursgang is in het belang van de belastingbetaler – dezelfde die de laatste weken klaagde over het salaris van de zes topmannen. Het is de enige kans om iets van de enorme investering in ABN AMRO terug te krijgen.

Amateurtoneel

Volgens de Algemene Rekenkamer stak het Rijk sinds de nationalisatie 31,7 miljard euro in de bank. PvdA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem hoopt dat ABN AMRO bij een beursgang 15 miljard euro oplevert. Het verlies voor de belastingbetaler is hoe dan ook enorm.

Het amateurtoneel dat nu wordt opgevoerd rond de beloning van de top van de bank – met wraak en afgunst als belangrijkste componenten – zal potentiële beleggers afschrikken en de opbrengst eerder verlagen.

Ook het vooruitzicht dat de bank in delen naar de beurs wordt gebracht, zoals de bedoeling is, zal beleggers kopschuw maken. Het is de taak van kabinet en Kamer om de bank zo duur mogelijk te verkopen.

Zo bezien is de discussie over 100.000 euro meer of minder voor de zes bestuurders ‘penny wise and pound foolish’. Schelden op de topmannen van ABN AMRO lucht misschien op – het lost niets op.

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.