Ralf Knegtmans

Waarom hebben we een voorkeur voor mensen die op onszelf lijken?

Door Ralf Knegtmans - 24 april 2015

Ralf Knegtmans is managing partner bij De Vroedt & Thierry Executive Search; auteur van ‘Hoe word je CEO?’ In acht columns doet hij verslag van zijn werk.

Het was ergens eind jaren negentig. De eerste dirigent van het Chicago Symphony Orchestra sprak af met een oude schoolvriend die als hoogleraar was verbonden aan de psychologiefaculteit van Harvard. Ze ontmoetten elkaar in de Concerthal, gelegen aan Michigan Avenue.

Hoewel het orkest al sinds jaar en dag geldt als een van de meest prestigieuze van Amerika en van oudsher ook wordt gerekend tot de Big Five, voelde er iets niet goed. De dirigent maakte zich vooral zorgen over de audities van de laatste jaren.

Hoewel alle leden van de selectiecommissie hun sporen meer dan verdiend hadden en ooit op het allerhoogste niveau acteerden, waren het vooral mannen van middelbare leeftijd die de eindstreep van de selectie haalden.

Ferme handdruk

De performance was nog altijd niet slecht, maar miste de sprankeling om bij de allerbeste te blijven horen. Bovendien vormde de demografische opbouw van het orkest een risico op langere termijn. ‘Zijn die middendertigers die afvielen, en de vrouwen die niet werden geselecteerd dan echt minder goed?’ vroeg de hoogleraar.

‘Voor mijn gevoel niet,’ antwoordde de dirigent. ‘Ik stuur je morgen een van mijn mensen om het probleem te analyseren,’ sprak de hoogleraar, terwijl hij met een ferme handdruk afscheid nam.

De volgende dag meldde een van zijn beste pupillen zich om een nieuwe auditieronde bij te wonen. Na een diepgaande analyse en een persoonlijk gesprek met de leden van de
auditiecommissie besloot ze om de groep bij elkaar te roepen.

‘Heren, u hebt zo’n enorme staat van dienst en een overeenkomstig getraind gehoor, dat u het vast niet erg vindt als ik bij wijze van experiment een gordijn laat plaatsen tussen u en de kandidaten voor de auditie.’

Vragende blikken

Na enig geroezemoes, vergezeld van vragende blikken, volgde een instemmend besluit. De psycholoog was er in de loop der jaren proefondervindelijk achtergekomen dat nieuwe teamleden – in welke sector of beroepsgroep ook – geen kopie dienen te zijn van de bestaande leden.

Het leidt heel langzaam tot vervlakking en komt innovatiekracht en inspiratie vaak niet ten goede. Ze was eveneens op de hoogte van de wet van de similarity attraction, oftewel het gelijkheidsattractiebeginsel.

In gewoon Nederlands komt dit erop neer dat er natuurlijke mechanismen zijn die ervoor zorgen dat we vooral mensen kiezen die het meest op onszelf lijken. We hebben er onbewust allemaal last van, zoals je tegenwoordig zelf kunt vaststellen via de gratis online Implicit Association Test (IAT) van haar in Boston gevestigde universiteit.

Wanneer we echter leren om alleen op basis van vooraf gestelde criteria te selecteren, dan zul je zien dat er andere, vaak objectief betere, mensen worden geselecteerd.

‘Overige bijzonderheden’

De psychologe ging aan de slag. Er werd een geluiddoorlatend gordijn opgehangen om de kandidaten van de commissieleden te scheiden. Ze spraken eveneens af dat ze vooraf geen curriculum vitae meer mochten inzien met leeftijd, geslacht en staat van dienst.

Daarnaast werd van tevoren afgesproken dat de commissie­leden werkten met een formulier waarop alleen kon worden gescoord op door hen zelf aangegeven cruciale selectiecriteria. Andere waarnemingen mogen weliswaar in het daartoe bestemde vakje ‘overige bijzonderheden’ worden opgenomen, maar ze kunnen geen doorslaggevende rol spelen bij de finale selectie.

In het bedrijfsleven staat deze vorm van selecteren bekend als criterium­gerichte selectie of criteriumgericht interviewen.

Aan het einde van de dag volgde er een definitieve selectie van maar liefst twaalf nieuwe leden. Er werd afgesproken dat de eerste dirigent de eer en het genoegen zou krijgen om de groep nieuwelingen als eerste face to face te ontmoeten om hen en groupe een stuk van de grote componist Gustav Mahler te laten spelen.

Toen het gordijn zich opende, ontwaarde de dirigent een bonte mix van musici. Oudere, maar ook veel jongere mannen én vrouwen. Een cocktail van culturen en rassen. De gretigheid was duidelijk van hun gezicht af te lezen.

In de coulissen verscheen een glimlach op het gelaat van de oude schoolvriend.

Elsevier nummer 18, 2 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.