Sebastien Valkenberg

Economische groei wordt nogal lichtzinnig afgeserveerd

Door Sebastien Valkenberg - 18 mei 2015

De groei mag wel wat minder, zeggen critici van de welvaartsstaat. Ze krijgen veel aandacht, maar overtuigen doen ze niet.

‘Ik ben heel erg voor een maatschappij met negatieve economische groei.’ Deze ferme uitspraak van natuurfilosoof Ton Lemaire, gedaan in een interview met Milieudefensie, doet zo actueel aan dat je haast zou vergeten dat hij alweer ruim tien jaar oud is.

Jarenlang waarschuwde hij als een van de weinigen voor een ongezonde obsessie met groei. Maar inmiddels maakt hij deel uit van een aanzwellend koor van pessimisten die vinden dat het roer om moet. Als de economie maar niet wil groeien, kun je stimulerende maatregelen nemen.

Of zeg gewoon dat het belang van groei zwaar overschat wordt. Onder intellectuelen is het bon ton om te pleiten voor het laatste, en politici (GroenLinks, Partij voor de Dieren) pikken deze boodschap gretig op. Weg met de stress en het mateloze consumeren.

Kwaliteit

De ironie wil dat je met dit soort betogen op het persoonlijke vlak voor grote economische groei zorgt. Vele drukken haalde filosofe Joke Hermsen met haar onthaastingsboek Stil de tijd (2009). Hetzelfde geldt voor Dirk De Wachter, een Vlaamse psychiater die zich graag hult in het jasje van de maatschappijcriticus, maar ook voor zijn vakgenoot Paul Verhaeghe.

Deze strijder tegen ‘de neoliberale waanzin’ haalde in 2013 de shortlist voor de Socratesbeker, de prijs voor het beste filosofieboek. Succes blijkt geen garantie voor kwaliteit. Economische groei wordt nogal lichtzinnig afgeserveerd. Toegegeven, de rat race waarin we zouden zitten, is mediageniek. Je ziet de rat in zijn tredmolen tekeergaan zonder ook maar een millimeter vooruit te komen. Dergelijke sweeping statements zijn ook nogal gratuit.

Stel dat we genoegen nemen met minder groei. Leg dat maar uit aan die honderdduizenden die niet aan een baan komen. De laatste tijd trekt de economie iets aan, maar vooralsnog zet het nauwelijks zoden aan de dijk. ‘Voor een echte daling van de werkloosheid is meer groei nodig,’ zei CBS-econoom Peter Hein van Mulligen onlangs. ‘Met een half procentje redden we het niet.’

Uitgeven

Hetzelfde geldt voor de verzorgingsstaat. Het geld dat opgaat aan uitkeringen en sociale regelingen moet eerst worden verdiend. Het zou in elk geval consequent zijn geweest als de anti-groeidenkers zouden pleiten voor een nachtwakerstaat met sobere sociale voorzieningen.

Maar dat soort betogen hoor je dan weer nooit. Doorgaans is men progressief angehaucht. Dus wel geld uitgeven, maar verdienen, ho maar.

Pijnlijk wordt deze spagaat bij Ton Lemaire. Hij profiteert namelijk optimaal van de verzorgingsstaat. Tot begin jaren negentig gaf hij cultuurfilosofie aan de Nijmeegse universiteit totdat hij overspannen raakte. Een diepe depressie, luidde de diagnose, en hij werd arbeidsongeschikt verklaard.

‘Ik voelde me zo bevrijd dat ik weg kon,’ zei Lemaire een paar jaar terug tegen de Volkskrant. Sindsdien leeft hij een teruggetrokken bestaan op het Franse platteland. Moeilijk voorstelbaar hoe Lemaires ideaal van negatieve groei deze nooduitgang mogelijk had gemaakt.

Wintersportvakantie

Het zou al schelen als de anti-groeidenkers ten minste zouden aangeven wat zij billijk vinden. Een half procent minder groei? Een heel procent? En hoe denken ze het beoog­de resultaat te realiseren? De onderbouwing blijft achterwege. Doorgaans is de aanname dat we hooguit iets aan welvaart moeten inleveren.

Dan maar een keer minder op wintersportvakantie. En zeg nu zelf, hoe nood­zakelijk is die nieuwe 65-inch-televisie? Dit zijn toch slechts symptomen van ‘de kapitalistische ideologie’ (Joke Hermsen) en ‘plat consumentisme’ (Dirk de Wachter).

Een typische intellectuelenkwaal, aldus econoom Thomas ­Sowell (Stanford University) in Intellectuals and Society (2010), om je amper te verdiepen in elementaire economische beginselen. Doe je dit wel, dan blijkt al snel dat relativering van groei alleen op papier werkt.

Men neme het huidige groeicijfer en hale daar een fractie vanaf. Tekentafeleconomie. De werkelijkheid is complexer. De economie heeft geen thermostaat om de temperatuur in huis te regelen.

Het bruto binnenlands product is een optelsom van alle diensten en producten in een land. Multinationals als Shell nemen een groot deel voor hun rekening, maar ook het eenmansklusbedrijfje zit erin verwerkt. Probeer al die factoren maar eens zo te manipuleren dat je de gewenste groei krijgt van een tandje minder.

Sovjet-Unie

Natuurlijk kun je de belastingen omhoog gooien. Dat werkt zonder meer ontmoedigend. Maar de onvoorziene effecten – bedrijven die failliet gaan of het bijltje erbij neergooien – zouden waarschijnlijk vies tegenvallen. Wat dat betreft zijn intellectuelen hardleers.

In de Sovjet-Unie was de afkeer van de markt zo groot dat men dacht de prijzen zelf te kunnen vaststellen, 24 miljoen stuks om precies te zijn. Het communisme mag voorbij zijn, de maakbaarheid van de samenleving blijft een verleidelijke illusie.

Niet alleen is de macro-economische interesse gering, ook hebben anti-groeidenkers nauwelijks belangstelling voor hoe het er in het bedrijfsleven aan toegaat. Na al die rat race-retoriek is groei een radioactief begrip geworden. Dat moet wel duiden op een onstilbare honger naar meer, meer, meer. Zou dat de drijfveer zijn van ondernemers als ze 60, 70 uur per week werken? Veel waarschijnlijker is dat ze gewoon ambitieus zijn.

5 voor 12

De diagnose van de anti-groeidenkers rammelt, de remedie is nog teleurstellender. De verwachtingen bij de lezer zijn inmiddels hooggespannen, hij heeft geleerd dat het 5 voor 12 is. Luister maar naar Paul Verhaeghe, die groei ooit vergeleek met kanker. ‘Kankercellen groeien ook en tasten het organisme aan waardoor dat sterft. Dat is net hetzelfde met deze vorm van economie, het is een kankergezwel.’

De alarmerende toonzetting maakt nieuwsgierig naar het alternatief. Wat voor iets moois dient zich aan als de groei eindelijk wordt afgezworen? De vergezichten ontstijgen het niveau van de losse flodder amper. Politici moeten durven dromen, het is tijd voor een nieuwe visie, eindelijk komt er tijd voor altruïs­me, aldus Dirk De Wachter in Trouw (1 mei 2013). ‘Wij kunnen niet onze eigen zin zijn, we hebben met de ander te maken.’

Hier wordt een platitude opgedist als ware het een diepe wijsheid. Zo komt de beloofde utopie natuurlijk nooit tot leven. Dat is ook niet nodig. Ze is namelijk al goeddeels gerealiseerd.

Innovatie

In de eurozone is al die gesmade economische groei al jaren afwezig. De ideale omstandigheden voor ‘de ontspannen samenleving’ van Bram van Ojik (GroenLinks), zou je denken. De praktijk is anders. De Global Entrepreneurship Monitor 2014 brengt het ondernemerschap per land in kaart.

Opvallend is de geringe innovatie in EU-landen. Nergens is de angst om te falen zo groot als hier. Europa is een tobbend continent, waar elan ver te zoeken is. ‘Ontspannen’ zou ik het visioen van nulgroei dan ook niet willen noemen. ‘Futloos’ is een rakere typering. Of ‘lethargisch’.

Elsevier nummer 21, 23 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.