Michiel Dijkstra

Eindelijk verkoop ABN AMRO, overheid moet niet bankieren

Door Michiel Dijkstra - 28 mei 2015

Winst zal de overheid niet maken op de verkoop van ABN AMRO, maar deze staat nu wel vast. Een goede zaak, want de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de combinatie overheid-grootbank een ongemakkelijke is.

Zo, het is eindelijk zover. ABN AMRO gaat naar de beurs. Vanaf 20 november wordt de bank in delen aan beleggers verkocht.

Dat is goed nieuws. In de bijna zeven jaar dat dé bank een staatsbank is, is duidelijk geworden dat de combinatie overheid-grootbank een ongemakkelijke is.

Megasalarissen

Het was altijd de bedoeling om ABN AMRO weer te verkopen, maar linkse partijen speelden intussen graag met het absurde idee om van ABN AMRO een ‘volksbank’ – de term is van de SP – te maken, die alleen maatschappelijk verantwoorde dingen doet en vooral geen megasalarissen betaalt.

Lukte dat niet, dan was staatsbank ABN AMRO nog altijd een mooi object om antibankierssentimenten op te botvieren. Zie de gênante toestand over de salarisverhogingen voor de top van ABN AMRO in april, toen minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) de beursgang tijdelijk afblies. Overigens, zowel gênant voor de politici met scoringsdrift als voor de hebberige bankbestuurders.

Los van de politieke willekeur: ook economisch is het niet wenselijk om een grote bank te laten runnen door Vadertje Staat. De belangen van de minister van Financiën lopen niet altijd parallel met die van de economie als geheel.

Zo verdiende ABN AMRO de afgelopen jaren nogal wat geld doordat zij net als andere grootbanken hoge hypotheekrentes rekende. Mooi voor de staat: die incasseerde een hoog dividend. Slecht voor huizenbezitters: die moesten een hoge rente betalen. Het herstel van de huizenmarkt was er niet bij gebaat, en de economie dus ook niet.

Kosten

Dan zijn er nog de gemaakte kosten. Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) gaf in totaal ruim 28 miljard euro uit om Fortis, ABN AMRO en ASR te redden en van extra kapitaalbuffers te voorzien.

Winst zal de overheid niet maken op de verkoop, staat nu wel vast. De beursgang van ABN AMRO zal zo’n 15 miljard euro opbrengen. ASR is bij verkoop ongeveer 2,2 miljard euro waard. Maar het is wel zaak om zo veel mogelijk terug te verdienen en daarmee de staatsschuld terug te dringen.

De opbrengst is nog onzeker. De laatste horde, de daadwerkelijke verkoop aan beleggers, is beslist geen kleine. Politieke controverses zoals rond de bestuurderssalarissen, kunnen kopers kopschuw maken. Die hebben geen zin in politieke spelletjes met hun bezit als inzet. Terecht.

Bemoeien

Uiteraard: als volksvertegenwoordigers problemen hebben met hoeveel bankdirecteuren verdienen, hoeveel risico ze nemen en aan wie ze al of niet geld uitlenen, hebben ze altijd de mogelijkheid om wetten aan te nemen. Maar laat ze zich voor de rest niet bemoeien met het interne wel en wee van ABN AMRO.

ABN AMRO wordt dus in delen verkocht; in eerste instantie houdt de overheid de meerderheid van de aandelen. Het risico van jarenlange bemoeienis door volksvertegenwoordigers blijft dus. Dat kan beleggers afschrikken, de overheid ontvangt dan aanzienlijk minder dan de geraamde 15 miljard euro. Uiteindelijk draait degene die het salaris van volksvertegenwoordigers betaalt hiervoor op: de belastingbetaler.

Kortom: snel verkopen en het verlies nemen. Gaat het goed met ABN AMRO, dan betaalt de bank daarna nog veel belasting en ziet het Rijk nog wat terug.

Dit artikel verscheen eerder in Elsevier nummer 22, 30 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.