Nic Vrieselaar

Fietsend door Amsterdam zie je hoe de vastgoedmarkt opleeft

Door Nic Vrieselaar - 22 mei 2015

Nic Vrieselaar, economieredacteur bij Elsevier, ziet hoe in Amsterdam de vastgoedsector herstelt en studenten daarvan profiteren.

Wie in Amsterdam door de Wibaut­straat fietst, komt bekende namen tegen. Aan het einde van de straat prijkt BNR Nieuwsradio op de gevel, even terug is het oude gebouw van de Volkskrant te vinden. Het is sinds vorige zomer een hotel.

De voormalige kantoren van Het Parool en Trouw, ertegenover, staan in de steigers. Voor miljoenen euro’s worden ze verbouwd, om deze zomer opnieuw open te gaan. Niet als nieuwslokalen, maar als studentencomplex met 573 kamers, een bar, restaurant en fitnessclub. Het is een nieuwe vestiging van The Student Hotel, dat in Nederland al drie andere, luxe studentencomplexen exploiteert.

Het is kenmerkend voor de opleving van de vastgoedmarkt. Vastgoedadviseur CBRE becijferde dat investeerders in 2014 voor 9,7 miljard euro in Nederlandse gebouwen staken, bijna een verdubbeling vergeleken met de twee jaar ervoor, vooral dankzij buitenlands geld.

Amerikanen

In steden als Londen en Frankfurt moeten investeerders in vastgoed diep in de buidel tasten. In Amsterdam zijn de prijzen door de crisis flink gedaald. Investeerders krijgen voor hun geld relatief veel huur terug. Buitenlandse beleggers investeren vooral in kantoren, maar ze hebben ook de studenten ontdekt.

Zo heeft het moederbedrijf van The Student Hotel Britse en Amerikaanse aandeelhouders. De Duitse investeerder International Campus wist Nederlandse pensioenfondsen zover te krijgen 150 miljoen te investeren in betaalbare kamers in Amsterdam.

Studentenhuisvester DUWO tekende voor het tweede complex, bij het eerste gaat binnenkort de eerste spade in de grond.
Profiteerden van de vorige baksteenhausse vooral vastgoedbonzen, ditmaal lijken studenten – in de meeste steden is een chronisch kamertekort – er ook wat aan te hebben.

Elsevier nummer 22, 30 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.