Syp Wynia

Door pgb-tumult verloren verhitte Kamerleden zicht op realiteit

Door Syp Wynia - 08 juni 2015

Vaststaat dat menigeen het ook zonder pgb redde voordat het pgb bestond. Er was, ook los van de fraude, alle reden om de pgb’s aan banden te leggen.

De zwaarst belaste bewindspersoon van Nederland, de PvdA’er Martin van Rijn, mag aanblijven. Hij voerde – achteraf bekeken te snel, zegt hij nu zelf – dit jaar een declaratiesysteem in voor de persoonsgebonden zorgbudgetten, die we beter kennen als pgb’s.

Ook van de gedoogpartijen D66 en ChristenUnie mag de staatssecretaris uiteindelijk blijven, ondanks duizenden niet, foutief of te laat betaalde declaraties.

Dat was opvallend, omdat ook D66 en ChristenUnie al ­weken dreigden een motie van wantrouwen tegen de staatssecretaris in te dienen, of te steunen. Dat ze daarvan afzagen, staat niet los van het feit dat zelfs de belangenclubs van pgb’ers en pgb-zorgers geen soelaas zagen in het vertrek van Van Rijn.

De belangenvereniging van pgb’ers heeft liever niet dat Van Rijn opstapt, omdat dan gemeenten een greep naar de pgb-macht willen doen. En die zouden weleens strenger voor pgb-klanten kunnen zijn dan de Rijksoverheid op afstand kan zijn. Omdat slachtofferlobby’s in Nederland al gauw ook het grootste gelijk hebben, kon de pgb-lobby de staatssecretaris eerst in het nauw brengen en vervolgens voorkomen dat D66 en ChristenUnie hem wegstemden.

Intussen dreigen we te vergeten waarom Van Rijn op 1 januari de zorgverleners van ‘pgb-houders’ hun declaraties liet indienen bij de Sociale Verzekeringsbank.

Tot dan kregen de 120.000 hulpbehoevenden die over een persoonsgebonden zorgbudget beschikken hun geld vooraf uitgekeerd en betaalden ze hun eigen zorgpersoneel. Dat kan zowel ingehuurd zorgpersoneel betreffen, maar ook familie, buren en bekenden.

Opgewekt mensbeeld

Dat is de kat op het spek binden. Nog in de dagen dat Van Rijn voor zijn politieke leven vocht, verschenen er krantenberichten over een dochter die na het overlijden van haar vader diens zorgbudget bleef innen en een ­vader die zijn zoons zorgbudget voor eigen gewin aanwendde.

Het misbruik, de fraude en het onbedoeld gebruik: de risico’s zitten al in het systeem ingebakken sinds VVD-staatssecretaris Erica Terpstra het pgb in 1996 invoerde. Bij de VVD plegen ze weleens te zeggen dat je burgers niet vanuit wantrouwen, maar vanuit vertrouwen dient te bejegenen. Maar dat gaat bij gelegenheid uit van een wel heel opgewekt mensbeeld.

Zo werd het pgb, net als zoveel andere sociale regelingen, een veel groter succes dan voorzien. Het begon in 1996 met 5.000 ‘budget­houders’ die relatief weinig geld kregen. Rond 2010 ging het richting 200.000 hulpbehoevenden, die relatief veel kregen.

Psychisch

Tv-programma’s hebben er de afgelopen maanden alles aan gedaan om zo veel mogelijk tragisch ogende patiënten in beeld te brengen, met veel slangen en mond­kappen. Maar tweederde van de pgb-houders bleek helemaal geen zorg nodig te hebben, of althans geen beroep te doen op collectieve middelen tot de mogelijkheid van het pgb zich voordeed.

Het waren vooral hoogopgeleide, assertieve mensen die hun kinderen een pgb-budget wisten te bezorgen. In het ontstane gat sprongen de zorgkantoortjes die het gebrek aan opleiding en assertiviteit bij weer andere cliënten opvingen en daar, frauduleus of niet, aardig van rendeerden.

Het merendeel van de pgb-houders ligt ook niet de hele dag in bed met allerlei slangen, maar heeft iets psychisch. Ik wil niet in twijfel trekken dat daar heel veel terechte pgb-houders bij zitten, maar vaststaat dat menigeen het ook zonder pgb redde voordat het pgb bestond.

Het was ook niet Van Rijn die bedacht dat er een controlerende instantie moest komen die het pgb-geld aan zorgverleners uitbetaalde in plaats van aan de patiënten. Het plan is al drie jaar oud en van zijn voorganger, CDA-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten. Het plan had vorig jaar al moeten worden ingevoerd, dus zo snel was Van Rijn nu ook weer niet.

Er was, ook los van de fraude, alle reden om de pgb’s aan banden te leggen. Bij invoering was het idee dat zo dure zorg in instellingen kon worden vermeden. In werkelijkheid groeiden niet alleen de pgb’s onstuimig (kosten: 2,7 miljard euro), maar bleven ook de uitgaven voor instellingen groeien.

Dat dreigde menig opgewonden ­Kamerlid, opgejuind door telefoontjes, e-mails en twitterberichten, de afgelopen weken dus even te vergeten.

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.