Syp Wynia

Hoe Europa de afrikanisering van Griekenland uitlokte

Door Syp Wynia - 06 juli 2015

De geldstroom uit het buitenland heeft de Griekse ellende verder versterkt. De vergelijking met Afrikaanse landen die tientallen jaren royaal ontwikkelingshulp uit het Westen kregen, tekent zich in alle opzichten af.

Het kan heel vervelend zijn om door iedereen te worden begeerd. Griekenland is zo’n geval. Als we ons even beperken tot de laatste zeventig jaar, waren het eerst de Amerikanen die de bruid uit handen van de Russen wisten te houden. De Amerikanen hadden als onderdeel van de Koude Oorlog tegen de Russen ook de aanzet gegeven tot de Europese eenwording.

Tegen die achtergrond kan worden verklaard dat Griekenland in 1981 lid werd van wat nu de Europese Unie heet. Dat was merkwaardig vroeg voor een onderontwikkeld land dat niet aan de toenmalige Europese Economische Gemeenschap (EEG) grensde. Maar het was Koude Oorlog, Griekenland was notoir instabiel, de communisten waren er sterk.

Voor de Amerikanen bleef Griekenland belangrijk, ook toen de Koude Oorlog in naam voorbij was. Als onderdeel van het formele einde daarvan slaagden de Fransen erin om Duitsland de mark te ontfutselen en een Europese munt in het leven te roepen.

Vervolgens haalde Frankrijk zoveel mogelijk mediterrane bondgenoten in die muntunie. Zo kon Griekenland, weer merkwaardig voortvarend, in 2001 lid worden van de eurozone.

Voor de Griekse staat was de geliefdheid bij Amerikanen en Fransen uitermate lucratief. Al meteen na de Griekse toetreding in 1981 stroomde het geld uit Brussel binnen. De socialistische politicus Andreas Papandreou had zich nog verzet tegen het EEG-lidmaatschap, maar toen hij premier werd, maakte hij van de nood een deugd.

Papandreou deelde het Europese landbouwgeld ruimhartig uit aan de Griekse boeren – een kwart van de kiezers – die voor het eerst van hun leven links gingen stemmen.

Bondgenoot

De Grieken waren vanaf het begin, in 1981, niet populair in Brussel. Geen enkel land werd zo royaal gesponsord, maar altijd was er gezeur over geld dat over de balk werd gegooid. En toen de meeste West-Europese landen Servië als de grote boosdoener in de Joegoslavische oorlog van de jaren negentig zagen, beschouwde Athene dat land als een bondgenoot.

In 1992 was er nog even een tegen Nederland gerichte kopersstaking, omdat Den Haag vond dat de Grieken hun kersverse buurland Macedonië niet moesten boycotten.

Lastpak of niet, achtereenvolgende Griekse regeringen wisten wel geld uit Brussel binnen te halen. Sterker nog: Griekenland is de donor-darling van de Europese Unie. Vanaf dag één stroomden de miljarden naar Athene, en dat hield nooit op, ondanks het feit dat er ook in geen enkel EU-land meer gedoe was over de besteding ervan.

Iedereen die de laatste dertig jaar in Griekenland is geweest, kent de talloze, al dan niet verroeste blauwe borden met gele sterren bij nooit afgemaakte en ongebruikte infrastructuur.

Er waren de afgelopen decennia jaren bij waarin bijna eentiende van wat de Griekse overheid aan geld uitgaf, uit Brussel kwam. In totaal ging het sinds 1981, na aftrek van de Griekse contributie aan Brussel, om zo’n 115 miljard euro.

En hoewel Griekenland aan de vooravond van zijn toetreding tot de euro in 2001 door alle wegkijkers economisch prima in orde werd bevonden, ging de subsidiestroom daarna gewoon door. Euroland Griekenland kreeg jaarlijks nog steeds netto gemiddeld 4,2 miljard euro uit Brussel, 62 miljard euro tot dusver.

Let wel: dat staat helemaal los van de stroom aan geldleningen en feitelijke schuldkwijtscheldingen die op gang kwam nadat het land vijf jaar geleden voor het eerst failliet dreigde te gaan. Sterker nog: nooit kreeg Griekenland netto zoveel subsidie – 6 miljard euro – uit Brussel als in 2008, het jaar voordat het faillissement zich aftekende.

Moreel ondermijnd

De vergelijking met Afrikaanse landen die tientallen jaren royaal ontwikkelingshulp uit het Westen kregen, tekent zich in alle opzichten af. Ook die hulp begon trouwens als onderdeel van de Koude Oorlog: om landen uit de greep van Rusland en China te houden.

Ook in Griekenland heeft de eindeloze geldstroom uit het buitenland de al bestaande corruptie verergerd, de economie verder verstoord, de export te duur gemaakt en het moreel ondermijnd. Het lidmaatschap van de euro versterkte dat proces nog eens.

Ter bekroning van de afrikanisering van Griekenland werd Griekenland op 1 juli 2015 het eerste land dat geen ontwikkelingsland heet te zijn, maar zijn verplichtingen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet na­kwam. Net Zimbabwe dus.

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.