Fleuriëtte van de Velde

Asscher is te laks met uitkeringen aan arbeidsongeschikten

Door Fleuriëtte van de Velde - 26 augustus 2015

Door artsentekort zijn er 150.000 uitkeringsgerechtigden te veel. Minister Asscher wist dit al eerder, maar deed er niets aan.

Het duizelingwekkende cijfer van 1 miljoen arbeidsongeschikten was eind jaren negentig een reëel schrikbeeld.

Dat aantal is door diverse hervormingen nooit gehaald, maar nog steeds krijgen meer dan 800.000 Nederlanders een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat is ruim 10 procent van de beroepsbevolking. Dat kost de samenleving handenvol geld: vorig jaar 11 miljard euro.

Dat bedrag zou flink omlaag kunnen: verzekeringsartsen zeiden vorige week dat mogelijk 150.000 mensen onterecht een uitkering krijgen. Door een tekort aan keuringsartsen zijn er grote achterstanden bij de herkeuringen, stelde de vakbond van verzekeringsartsen Novag.

Daardoor gebeurt het dat iemand een half jaar na een knieoperatie weer aan het werk kan, maar toch tien jaar lang een uitkering krijgt (vaak eerst 75 procent en na twee maanden 70 procent van het laatstverdiende loon). Simpelweg omdat hij niet voor de keuring wordt opgeroepen, zeggen de artsen.

Waarschuwen

Minister Lodewijk Asscher (PvdA) van Sociale Zaken zei te zijn ‘geschrokken’ van de aantallen en kondigde een grondig onderzoek aan bij het UWV, de uitkeringsinstantie die verantwoordelijk is voor de herbeoordelingen.

Geschrokken? Dat klinkt ongeloofwaardig. Verzekeringsartsen waarschuwen al veel langer dat er een tekort is aan artsen. In juni zei de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) in Elsevier ook al dat de kans dat iemand een herbeoordeling krijgt klein is, omdat er niet genoeg artsen zijn.

Het ministerie liet toen in een reactie weten dat er ‘geen acuut probleem’ was. De artsen hebben het onderwerp al diverse malen vergeefs aangekaart bij hun werkgever, het UWV, en bij de minister van Sociale Zaken, die eindverantwoordelijk is voor het UWV.

Asscher weet er dus al veel langer van, maar tot nu toe negeerde hij de signalen. In november vorig jaar bijvoorbeeld schreef de Novag hem een brief met dezelfde strekking. Herbeoordelingen zouden ‘op grote schaal’ niet worden uitgevoerd, meldde voorzitter Wim van Pelt.

Ook schreef hij dat het UWV had aangegeven dat er om ‘budgettaire redenen’ in 2014 slechts 32.000 herkeuringen mochten worden uitgevoerd, veel te weinig, volgens de artsen.

Klacht

Asscher had vijf maanden nodig voor een antwoord. Hij zag ‘geen aanleiding om het herbeoordelingsbeleid aan te passen’, schreef hij in april aan de Novag. Hij schreef dat herbeoordelingen geld kosten en dus effectief moeten zijn.

Gezien de miljarden euro’s die arbeidsongeschikten de samenleving kosten, zou je zeggen: minister, maak er nou eens werk van. Schakel meer artsen in en kijk hoe effectief dat is. Het is van de zotte dat iemand die wel kan werken, jarenlang betaald thuis zit omdat hij  niet wordt herkeurd.

Natuurlijk hebben de verzekeringsartsen belang bij het aanstellen van meer artsen: dat levert werk op. En die 150.000 is een ruwe schatting. Maar zij is wel afkomstig van mensen uit het veld. Asscher had hun klacht al veel eerder ‘grondig moeten onderzoeken’.

De minister lijkt nu eindelijk wakker geschud. Het is te hopen dat hij actie onderneemt en daar niet weer vijf kostbare maanden overheen laat gaan. Elke arbeidsongeschiktheidsuitkering die wordt gegeven aan iemand die kan werken, is er één te veel.

Elsevier nummer 35, 29 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.